Wintertuinfestival 23-11: Kroegcollege Mathijs Sanders
We zijn los! Gisteravond hingen we in een bomvol Cali aan de lippen van universitair docent Algemene Cultuurwetenschappen en Letterkunde Mathijs Sanders, writer in residence Jeroen Olyslaegers, schrijver Lotte Lentes en dichter Marc van der Holst.
In taal bestaat de werkelijkheid eigenlijk niet. Zodra we proberen woorden te geven aan een gebeurtenis, wordt deze al verdraaid. Gisteravond was het aan Mathijs, Jeroen, Lotte en Marc om hier hun licht op te laten schijnen.
Voor Mathijs een laatste college in de stad waar hij 13 jaar lang studenten enthousiasmeerde voor literatuur, filosofie, literatuurtheorie en het kijken naar de wereld met andere ogen. Hij vertrekt binnenkort naar Groningen om vanaf volgend jaar de studenten daar op nog veel meer mooie colleges te trakteren. Een nieuw avontuur waar hij naar uitkijkt. Veel geluk, Mathijs!
Laurie de Zwart was erbij en vatte de avond samen. De foto werd gemaakt door Studio Schulte Schultz Fotografie.
Wat echt is
Jeroen Olyslaegers, Lotte Lentes en Marc van der Holst gaan in hun teksten op verschillende manieren om met de werkelijkheid. Olyslaegers opent met een fragment uit zijn roman Wil (2016), waarin Antwerpse Joden door Antwerpse politieagenten uit hun huizen werden gehaald, daarbij nauwlettend in de gaten gehouden door de Duitsers. We verhouden ons hiermee tot de ‘grote werkelijkheid’ van de Tweede Wereldoorlog in tekst, waarbij de waarden zoals we die kennen uit de geschiedenisboeken in twijfel worden getrokken. Lotte Lentes’ stuk ontspruit aan de Airbnb die zij en haar geliefde betrokken toen ze de vraag om het verhaal te schrijven kreeg – een Aribnb die in niets overeenkwam met de foto’s ervan. Marc van der Holst kiest er in zijn gedichten voor om een alledaagse waarheid, zoals de wandelende tak, in te zetten in een absurdistische vergelijking: als een mens zich zou camoufleren als een wandelende tak, zou hij of zij dan worden opgegeven als vermist? En wie is nu eigenlijk onze natuurlijke vijand?
Mathijs Sanders, docent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, vertelt graag over literatuur en helpt ons te reflecteren op wat echt is. Zodra we een woord in de mond nemen, interpreteren we de waarheid en is niets meer echt, stelt hij. Met woorden zetten we gebeurtenissen naar de hand van één enkel persoon: de ik.
In de hedendaagse werkelijkheid en literatuur is een interessante, tegengestelde tendens te zien, waarin ‘echte mensen’ zich steeds meer in de wereld van fictie (en leugens) begeven, terwijl steeds meer literaire schrijvers zich juist tot non-fictie beperken. Die waarheidsclaims in de literatuur maken me achterdochtig, want wat betekent het voor onze werkelijkheidsbeleving als werkelijkheid en fictie naar elkaar toe bewegen? Feiten en leugens worden in beide domeinen naast elkaar als waarheid gepresenteerd. Daardoor is het aan de lezer om te bepalen wat te geloven.
Een interessant experiment en leuke hobby, zegt Sanders, want wat nu als je een roman beschouwt als een verslag en een biografie als fictie? Literatuur draagt een aantal beloftes in zich die non-fictie nooit kan waarmaken, en daarom zal hij altijd de voorkeur geven aan het spreken over fictie tijdens zijn colleges. Door middel van literatuur krijg je de mogelijkheid in het bewustzijn van een ander te kruipen, we schorten de werkelijkheid willens en wetens op.
Met de woorden ‘Behoud het verlangen en koester de verwondering,’ sluit hij zijn college af: een ode aan de fictie en een college zoals Mathijs Sanders dat meer dan zeven jaar geleden al gaf op de meeloopdag waarop ik hem voor het eerst in actie zag. Groningen is een meesterlijk verhalenverteller rijker.