1-8-2017
I’m going to write in Dutch this time so sorry for the English speaking peeps. Ik heb de laatste tijd heel veel nagedacht over wat borderline nou precies met mij doet. Borderliners worden altijd afgeschreven als manipulatieve, explosieve en vooral moeilijke mensen. Dat is het stereotype en stigma wat aan deze stoornis kleeft. Het enige wat ik kan denken is “het is zoveel meer en zoveel complexer dan dat”. Borderline is eenzaamheid. Ja, er zijn mensen die van mij houden en ja, soms bevind ik me in hele leuke gezelschappen, maar toch blijft er zo’n chronisch gevoel van leegte in mijn torso en ik kan maar niet vinden wat dat opvult. Soms voelt het alsof het opgevuld is, maar van dat gevoel kan ik niet lang genieten. Ook is het het gevoel dat niemand je eigenlijk begrijpt. Dat je inderdaad te moeilijk bent om te begrijpen of om volledig van te houden. Zeker als dat je is verteld. Met woorden, maar merendeel met daden. Waar het klinkt als “ik ben er voor je!” lijkt elk moment waarop je iemand nodig lijkt te hebben nét niet in de planning te passen voor de ander, of weten ze niet wat ze moeten zeggen. Mijn gevoel is “overdreven”. Ik “stel me aan”. Ik wou ook dat ik niet zo intens voelde, maar ik heb helaas geen knop om dat bij te kunnen stellen. Borderline is wantrouwen. In theorie vertrouw ik mensen wel, ja. Soms te snel. Dan komt mijn hele levensverhaal er in een keer uit en heb ik geen problemen met het oppervlakkige bespreken van mijn “mentale gebreken” of de mogelijke oorzaken ervan. Maar echt vertrouwen? Dat kan ik niet. Overspoeld door een vlaag van paranoia hoor ik aan wat mijn naasten tegen mij zeggen, maar alles wat ik kan denken is “ik geloof je niet”. Mijn brein heeft zich gevormd naar het idee dat ik niets goed doe. Woorden en daden waren geen match bij de meeste mensen en dat heeft mij bijzonder achterdochtig gemaakt. Wat bedoelen ze echt? Ze zeggen zus wel, maar dan wordt er toch weer zo gedaan. Ik ben het gewend dat ik niet op woorden af kan gaan. Woorden zijn leeg zonder daden. Verontschuldigingen betekenen niets zonder daarbij horende acties en veranderingen. Elke situatie werd verhuld in een “maar ik bedoelde het goed” en ik vraag me soms gewoon af of er serieus wel een goede bedoeling was. Vooral in liefdesrelaties is het lastig. Nooit ben ik bedrogen. Althans, in de zin van dat mijn partner met een ander op de loop is gegaan. Toch is mij wel het gevoel gegeven dat ik verschrikkelijk vervangbaar ben. Dat het soms maar beter is dat ik ergens niet bij ben of dat bepaalde dingen gewoon leuker zijn zonder mij. “Ik wil weten wat de wereld nog meer te bieden heeft” werd me verteld. “Maar ik heb wel het gevoel dat wij elkaar weer terug zullen vinden.” Mijn gezonde verstand weet natuurlijk dat dat nooit zou gebeuren en zal gebeuren, maar ergens heeft ze mijn gevoel er wel naar gezet. Nog steeds. En dat terwijl ik nooit en te nimmer van mijn hele leven ooit weer met haar samen zou willen zijn. Dat zou praktisch zelfmoord zijn. En om op die laatste zin in te haken: Voor mij gaan borderline en zelfmoord hand in hand. Niet dat ik daar per se mee wil zeggen dat iedereen die last heeft van deze stoornis zichzelf om zeep wil helpen, maar meer dat de gedachte soms nogal sterk aanwezig is. Het is voor mij een beetje een natuurlijk respons op situaties die stressvol zijn en waar ik niet goed mee kan dealen. Automutilatie en de gedachten daaraan horen daar ook bij. Ik kan wel met trots zeggen dat ik sinds eind december 2013 geen mes en geen gloeiende aansteker meer aan mijn huid gehouden heb. De littekens daarentegen herinneren me nog steeds aan die nare tijd. Aan dat verschrikkelijke jaar. Ik kan met zekerheid zeggen dat ik sinds dat jaar niet meer dezelfde persoon ben. Ik was naïef. Had veel om te geven en om te zeggen. Dat is allemaal van mij afgenomen. Nu leef ik in een koud omhulsel, gewapend tegen elk beetje kwaad dat op de loer ligt. Maar goed, ik dwaal af. Zelfmoord. De gedachte om mijzelf aan een tak te knopen speelt merendeel op als ik onder veel spanning sta. Het enige wat ik dan voor me zie is hoe ik de strop knoop en eraan bungel. Dit gaat gepaard met verlangen om weer een mesje uit een punterslijper te schroeven of om toch maar mijn sigaret op mijn arm uit te maken. Ik ben me bewust van deze gedachten, ondanks dat ik niet precies weet waar ze vandaan komen en waarom dit nou een reactie is op mijn gevoel, maar dat is (voorlopig) hoe het is en het is gewoon iets om doorheen te worstelen. Borderline is voor mij hyper oplettendheid. Elk beetje verandering merk ik op. Is het de toon van iemands stem, is het een emoji minder op Whatsapp, is het net een knuffel of kus minder, ik merk alles op. Meteen gaan er alarmbellen rinkelen. Ik haat het om toe te geven, maar ik hunker naar heel veel bevestiging. Dat alles okay is. Dat iemand niet van me wegdrijft. Dat ik nog steeds lief ben. Een tas te hard neer zetten, een zuchtje teveel, al deze dingen zijn immense triggers. Vooral kortaf zijn in contact is op een of andere manier iets waar alles bij mij gaat kriebelen. Dat was de gewone respons als ik weer iets fout had gedaan of gezegd. Dat was de manier waarop ik “gestraft” werd. Geen fatsoenlijk gesprek, geen oplossingen of dat we er samen wel uit komen: ik moest in mijn sop gaarkoken. Alles was mijn schuld en ik moest alles oplossen. Ik moest het initiatief nemen om de situatie te redden door super zoet te doen en de ander de hemel in te prijzen, maar daarmee werd elk vaatje in mijn lijf leeggezogen. Ik kreeg er niets voor terug. Helemaal niets. Dus bij elke situatie waarin een kleine verandering plaatsvindt, komt bij mij al een gigantisch schuldgevoel los en de gedachte van “shit, hoe los ik dit op?” Borderline is voor mij een instabiel gevoel van identiteit. Wie ben ik nou eigenlijk en wat vind ik belangrijk? Ik heb mij vrijwel mijn hele leven onzichtbaar gemaakt en heb altijd naar de pijpen gedanst van anderen. Dat is hoe mensen het beste met mij om konden gaan. Ik plaatste iedereen boven mij en manoeuvreerde mij dusdanig dat er geen ruzies of ongemak ontstonden, want dat gebeurde zodra ik deed wat ik zelf wilde of voor mijn gevoel ging staan. Het is mij aangeleerd dat mijn gevoel er niet toe doet. Dat het beter is als ik het gewoon binnen houd. Het gevolg daarvan is denk ik te vergelijken met het schudden van een fles Cola. Er komt spanning op de fles te staan, maar zolang je de dop er niet af schroeft komt er geen troep. Hierdoor ben ik echter wel het contact met mijn gevoel kwijtgeraakt. Mijn gevoelswereld is verstoord Ik werd genegeerd wanneer ik creperend op de grond lag van de buikpijn. “Ga maar gewoon slapen”. Wanneer ik in tranen lag en enkel in haar armen wilde liggen, was mijn enige uitzicht een bos krullen en een rug. “Ben je nou weer aan het huilen?” Troost ontving ik niet. Het was altijd alleen maar lastig om om mij te bekommeren. Het was toch immers de zoveelste keer en ik “zag alles zo zwaar”. Nee, mijn gevoel en ik zijn geen vrienden. Er is met geen pen te beschrijven hoe het voelt om borderline persoonlijkheidsstoornis te hebben, eigenlijk. Ik zou het echter ook niemand toewensen om in mijn schoenen te staan, zelfs de mensen die hebben bijgedragen aan de vorming van deze mentale kwaal niet. Alhoewel dit allemaal als een grote shitshow klinkt, heb ik ook best wel goede dagen en daar geniet ik ook 3x zo hard van. Ik kan het ook erkennen en vaststellen wanneer ik een goede dag heb gehad. Het is gewoon elke keer weer een verrassing hoe ik me voel en mettertijd ga ik hopelijk leren om het allemaal dragelijk te maken. Borderline gaat met mij mee het graf in, maar tot die tijd zal ik vechten voor mijn gevoel en vooral doorgaan met leven.







