Parck Ven
De geur van pas gemaaid gras en het gefluit van de vogels in de vroege ochtend. De merel herken ik. Ik zie ze regelmatig in de tuin. Ze zien er gezond uit. Het virus dat de merelstand decimeert heeft hier nog niet toegeslagen. Misschien hebben ze al voldoende weerstand opgebouwd. De andere vogels kan ik op hun gefluit nog niet thuisbrengen. Ik heb een cd met vogelgeluiden, maar die moet ik nog eens beluisteren. In de tuin zie ik regelmatig de roodborstjes en kool- en pimpelmeesjes. Van tijd tot tijd vliegen er staartmeesjes in de vlinderstruik en de beukenhaag met de buren. Op de grond hipt af en toe een heggenmus, een winterkoninkje of een vinkje met een lichtblauwe snavel. Op een avond landde een groene specht in de tuin. In het bosje aan de overkant zag ik ook nog een kleine bonte specht op een afgebroken dode tak van een van de dennen. Meestal hoor ik de spechten alleen roffelen, maar kan ik ze niet ontdekken.Op de mooie dagen van de afgelopen weken vallen de kikkers in het ven even verderop steeds in bij de vogels, eerst met gekwaak van een enkele kikker, dan een andere met een rollend geluid, en dan een heel koor, wat weer even stilvalt en dan begint het weer opnieuw met één kikker enzovoort.
Langs het beekje vliegen al weken lang citroenvlinders op en neer. Voor het eerst heb ik oranjetipjes in de tuin gezien. Af en toe ook een zandoogje. Op de radio heb ik Omroep Brabant gevonden.

















