(vervolg van Mighty Smiter vs. Killer Bully)
Het bleef even stil aan de andere kant. “Toe nou!”, maande ik.
“Er steekt iemand met een rode sportbroek uit de muur”, antwoordde hij schor.
“Duw die terug! Maar vergeet je muziek niet!”
Billy stond al klaar om zijn tegenstrever voorgoed het licht uit de ogen te schoppen. Hij draaide om zijn as, knipoogde naar de huisbaas en joeg als een stier zijn benen naar achteren.
Hij miste. Net voordat zijn voeten het gezicht van Memphis zouden hebben geraakt, viel de murw gebeukte vechter voorover. Billy, die zijn tenen stootte tegen de wand, schreeuwde het uit van de pijn. Hij probeerde zich meteen te hernemen, maar schrok van een enorm kabaal.
Diepe housebeats drongen de kamer binnen, ondersteund door liederlijk gezang.
“Heee-eee-heeey baby! Oeh! Aah! I wanna knooo-ooo-ooo-ooo-ooo-ooow, if you’d be my girl!!!”
Het was Memphis die als eerste ontwaakte uit zijn versufte toestand. Als uit een instinct besprong hij zijn prooi en greep hem bij zijn middel. Met al zijn kracht hief hij het spartelende lichaam op, waarna hij hem dwars door de muur smeet. Via de krater zag ik de onthutste gezichten van de buren.
Met zijn laatste krachten trapte mijn man de stukken gips aan de kant die zijn weg naar de andere woning versperden. Opnieuw stortte hij zich op de kermende Billy, die tegen de punt van de hardhouten eettafel was geland. Van vechten kwam het niet meer.
De verhuurder liep naar de stereo-installatie en schakelde deze uit.
“Genoeg!”, riep hij, “stop het gevecht!”
Twee krachtpatsers trokken Memphis van zijn lijdende opponent af.
“Dit was niet de afspraak”, riep de eigenaar van het pand tegen mij. “Je betrekt andere huurders bij het gevecht, dat heet vals spelen. Ik houd de borg in!”
“Was het dáár om te doen?”, mengde Leon zich in het gesprek.
“Geen zorgen, ik repareer alle schade en verander je huis in een paleis.”
“U denkt toch niet dat ik hier nog een dag langer blijf?”
“Zwijg, anders schop ik je er meteen uit!”
Nogmaals kwam hij voor me staan.
“Ik hoop dat je ergens hier heel ver vandaan bent gaan wonen. Als ik je ooit nog in de buurt van dit huis zie, dan gaan we persoonlijk een gevecht aan. En dat win je niet.”
“Maak je geen zorgen”, antwoordde ik. “Succes met de verbouwing.”