Officiële oplevering langsdammen Waal klein feestje
Met de rituele opening van één van de oevergeulen ter hoogte van Tiel, was de officiële oplevering van de langsdammen in de Waal een feit. Aannemerscombinatie van den Herik/Boskalis (CHB) leverde op 23 maart ruim op tijd meer dan 10 km langsdam tussen Ophemert en Wamel op. Een puik stuk werk, uniek in zijn soort. Reden voor opdrachtgever Rijkswaterstaat (RWS) om een feestje te vieren.
Tekst: Karin Swanenberg, fotografie: José Iping (www.joosfotoos.nl)
En een feestje werd het. Een select gezelschap van zo’n 75 genodigden stapte woensdagmorgen bij de Waalverkeerspost in Tiel aan boord van rondvaartboot Bommelervaart, welkom geheten door RWS-omgevingsmanager Marita Cals. Bij de koffie gebak met in marsepein de reden van dit heuglijk samenzijn. De realisatie van de langsdammen in de drukst bevaren rivier van Nederland is voor veel mensen iets om trots op te zijn. Met recht, zo blijkt uit de woorden van de eerste spreker.
Jan Hendrik Dronkers, directeur-generaal van RWS zet goedgeefs pluimen op de hoed van alle betrokken partijen. Gelijktijdig met de Bommelervaart steekt hij van wal.
Terwijl we onder escorte van de gele RWS 72 en de rode brandweerboot Batouwe de ‘paradijselijke en nukkige rivier’ op varen waarom het allemaal draait, vertelt hij in vogelvlucht de geschiedenis van het hoge water, van het programma Ruimte voor de Rivier in het algemeen en van het langsdammenproject in het bijzonder. Hij goochelt met cijfers die de grootsheid van het project onderstrepen: 462 kribben zijn ruim een meter verlaagd, er zijn 600 schepen vol stenen gebruikt (1,2 miljoen ton), er is 1,8 miljoen kuub slib weg gebaggerd ofwel 480 Olympische zwembaden.
“Dit project is innovatief, verbindend, zinvol en straalt positieve energie uit” zegt Dronkers. Hij is vol lof over het gerealiseerde werk en het samenspel tussen RWS en CHB, hoewel deze samenwerking zeker niet zonder wrijving is verlopen. Ofschoon de effecten van het project nog enkele jaren worden gemonitord, staat nu al vast dat de langsdammen goed zijn voor een waterstandsverlaging van 6 tot 12 cm bij extreem hoog water. Wat voor de leek niets voorstelt is voor kenners betekenisvol, benadrukt Dronkers. “In ‘95 stond je op die dijk te kijken en dacht je ‘redt ie het wel of redt ie het niet...’, dus we weten: centimeters zijn essentieel”.
Een fraai gekleurde pluim belandt op de hoed van Henk van Eerde, de man die de langsdam bedacht als één van de oplossingen voor het Nederlandse hoogwatervraagstuk. Voor hem is deze ochtend wel héél speciaal: niet veel mensen zien hun ideeën op een dergelijk schaal uitgevoerd, laat staan dat het tastbare resultaat zo feestelijk in gebruik wordt genomen.
De Waal toont zich vandaag welwillend. Ze is zo ver gezakt dat de top van de dammen een meter boven het wateroppervlak uitsteekt en ook de ijsbrekers op de kopse kanten zichtbaar zijn. Henk mag zich gelukkig prijzen en dat doet hij dan ook.
De tweede spreker van de ochtend is Jan Huijbers, directielid van Van den Herik en lid van de Raad van bestuur van de aannemerscombinatie. Hij spreekt met liefde voor het vak en vertelt hoe spannend de aanbesteding was, hoe graag CHB het project wilde uitvoeren en dat de gunning om financiële redenen steeds maar aan hen voorbij ging. Totdat ze met die éne doorslaggevend goede inschrijving kwamen, met de beste prijs-kwaliteit verhouding en een doordachte en slimme aanpak die leidde tot de snelst mogelijke realisatie van de dammen.
Ook bij waterbouwer Huijbers komt de samenwerking met RWS aan de orde. Met een licht kritische ondertoon benoemt hij verschillen in benadering en net als Dronkers ook de leerpunten. Daarover mogen beide partijen later verder stoeien. Ze zullen wel móeten, want ook het toekomstige onderhoud van de langsdammen wordt uitgevoerd door CHB. Dat het wel goed zit tussen de twee contractpartners blijkt uit het geschenk dat Dronkers van Huijbers krijgt overhandigd. “Een symbolische bronzen beeltenis uit de natuur: een vliegende zeearend, die de Waal als slagader van Europa in één blik van bovenaf beziet en het gehele project steeds blijft controleren en beschouwen. En ik denk dat wij dat samen moeten doen”.
En dan, genoeg gepraat, naar boven allemaal, het dek op. De Bommelerwaard is bij het begin van de meest oostelijke oevergeul aangekomen, de RWS 72 ligt klaar om die als eerste binnen te varen. De Batouwe ligt op de Waal dichtbij de langsdam en spuit een sierlijke waterboog over de dam en de geul, een erepoort waar het schip van de opdrachtgever straks onderdoor zal varen. Op de Bommelervaart verdringt de pers zich rondom de plek waar de openingshandeling zal plaatsvinden. Directeur-generaal Dronkers staat aan dek met een tablet in de hand. Met één druk op de knop zal hij de bebording bij de ingang van de oevergeul omzetten. Drie…twee…één…já! Het rood-witte ‘verboden in te varen’, verandert in die witte pijl op blauw, ‘híer moet je zijn!’
De RWS 72 maakt vaart en glijdt statig de geul in, de Bommelervaart volgt. Op het dek heffen de gasten het champagneglas wanneer ze het gele schip onder de waterpoort door zien varen Nu is het écht, de oevergeul is geopend, de langsdammen zijn een feit. Proost!


















