And anyway, it didn't do any good to tell him not to cry because he needed to cry. That's the way he was.
Benjamin Alire Saenz - Aristotle and Dante Discover the Secrets of the Universe p.54

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from Egypt

seen from Indonesia
seen from China

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from China
seen from Morocco
seen from China

seen from Germany
seen from Germany
seen from China
seen from Netherlands
And anyway, it didn't do any good to tell him not to cry because he needed to cry. That's the way he was.
Benjamin Alire Saenz - Aristotle and Dante Discover the Secrets of the Universe p.54
Een slang in de vorm van een $
de conclusie dat alleen zelfkennis 'de moed geeft om door te leven'.
Blijf tot het uiterste in je honger aanwezig... blijf open, blijf wachten ... In mijn onbevredigde behoefte blijf ik eenzaam achter. Zolang de ander een object van mijn behoefte is, blijf ik eenzaam, is er geen vervulling mogelijk. (Ik vraag me dan wel af of je wel 'mag' verlangen naar een ander.) Het gevaar bestaat dan dat mijn eenzaamheid woede wordt, die zich zal keren tegen de ander naar wie ik eerst verlangde, maar die blijkbaar mijn behoefte niet kan bevredigen. Deze woede kan uitlopen op moord. De ander heeft aan mijn behoefte niet voldaan. Het kan ook een woede tegen mezelf worden die uitloopt op zelfmoord, omdat ik mijn eigen waardeloosheid niet meer verdragen kan. Het bijzondere van het verlangen bestaat daarin dat ik de afwezige ander op een of andere wijze al in mijzelf ga ontdekken. Ik ervaar afwezigheid omdat er al aanwezigheid is. Het is de grote opgave het in dit spanningsveld uit te houden, in de afwezigheid de aanwezigheid op het spoor te komen. Het is wonderlijk: verlangen opent voor wat je zelf niet hebt, voor wat buiten je is. Maar datgene wat buiten je is, is niet een geobjectiveerde werkelijkheid waar je greep op kunt krijgen, of die je kunt manipuleren. Als het verlangen een weg naar buiten is, een weg om de ander te ontmoeten, loopt deze weg via het eigen innerlijke. Daarom is de uitspraak van Bernardus zo treffend: 'Waarom zoek ik? Omdat ik al gevonden ben.' Het zoeken naar buiten leidt tot een verruimde en verdichte werkelijkheid binnen in je. Zo kan Bernardus tot de uitspraak komen dat vinden juist het toppunt van zoeken is. Zolang we nog klein en onvolwassen zijn moet het verlangen door de ervaring van afwezigheid geprikkeld worden. De afwezigheid maakt de groei mogelijk. Maar eens komt het moment dat het vinden juist een stimulans is voor het zoeken. Door het vinden wordt het zoeken nog sterker opgewekt. ...
Nu nog merk ik dat ik bepaalde dingen bewaar die ik niet eens zo leuk vind, om geen andere reden dan dat ik ze al zo lang heb. Een tamelijk tautologisch reden. Zo gaat het nu eenmaal.
dat een toevallige ontmoeting het minst toevallige was in ons leven en dat mensen die precieze afspraken maken ook lijntjespapier nodig hebben
Wanneer de hele wereld uit haar voegen raakt, dan tracht ik alleen maar te begrijpen, wat en waarom het gebeurd is en als ik mijn plicht heb gedaan, ben ik weer rustig en goedgeluimd. Het volledig opgaan in de ellende van de dag is voor mij onverdraaglijk. Denk eens aan Goethe wat hij moest meemaken, die onafgebroken keten van oorlogen, waarin de wereld er als een losgeslagen gekkenhuis uitzag, en hoe rustig en met welk een sereniteit hij zich verdiepte in zijn studie en poëzie. We moeten ons slechts nog meer aaneensluiten, opdat het 'warmer' wordt.
Ik besefte dat echte, langdurige banden tussen mensen, volken en culturen en broederschap niet ontstaan in kantoren of in gouvernementspaleizen, maar in boerenhutten, tijdens gevangenentransporten, in kampen, in soldatenkazernes. Die banden blijken de sterkste, de levendigste te zijn. Het zijn die woorden - geschreven bij het licht van een mat olielampje en al gelezen in een hutje, op een brits in een gevangenis of in een kazerne, in een doorrrookt kamertje - die banden smeden van eenheid, liefde en wederzijds begrip tussen volken. Dat zijn de bloedbanen en de aders waar eeuwig bloed doorheen stroomt. En de bureaucratische oppervlakte van het leven, rumoerig, vruchteloos, vult als zeepschuim de mensen die zelf zeepschuim zijn; je hoort wat geborrel en weg zijn ze. Maar daarnaast heb je de banden die zijn aangeknoopt en gelegd door metselaars, timmerlieden, blikslagers, kuipers, oude boerenvrouwtjes, ...