Fiscaliteit: lasten verschuiven, maar waarheen?
De VLD probeert de schade die Vincent Van Quickenborne vorige week berrokkend heeft te beperken. In een opiniestuk in de Standaard pleiten Kamerfractieleider Dewael en kamerlid Gwendolyn Rutten voor een alomvattend debat rond fiscaliteit.
Het doet me plezier dat de VLD inziet dat het niet opgaat elk voorstel rond een hervorming van onze fiscaliteit botweg af te schieten. De vraag die we ons wel moeten stellen: deelt de gehele partij de mening van Dewael en Rutten? Interessant is dat deze oproep gedaan wordt door leden van de kamerfractie en niet de partijtop. Hoe denken Van Quickenborne en De Croo hierover?
Een tweede punt dat aandacht verdient: voor Dewael en Rutten is het pijnpunt van onze fiscaliteit de hoge belastingdruk op arbeid. De oplossing, voor beide liberalen, is niet een verschuiving naar lasten op vermogen (zulk een belasting bestaat al, vertellen Dewael en Rutten ons), maar naar een belasting op milieuvervuiling.
Nu, hogere lasten op milieuvervuiling zijn nodig. Daar bestaat geen twijfel over. Maar is het werkelijk mogelijk het verlies aan belastingsinkomsten dat gepaard gaat met een daling in de lasten op arbeid op te vangen met een verhoging van lasten op milieuvervuiling?
Zulk een verschuiving kan moeilijk neutraal zijn. Indien onze staat haar begrotingsdoelstellingen wil halen, en dit zonder overheidsdiensten af te bouwen, dan zal er meer nodig zijn dan een milieutaks. Bestaande vermogens zullen meer moeten bijdragen.
Vanuit een perspectief van sociale rechtvaardigheid is dat maar goed ook. Willen we vermijden dat onze maatschappij tot een klassemaatschappij verwordt (zoals in bijvoorbeeld Groot-Brittannië het geval is -- zie hierover een recent artikel in de Guardian), dan hebben we nood aan herverdelingsmechanismen. Dat de supperrijken hier geviseerd worden, lijkt me vanzelfsprekend.