Ernst-Jan Pfauth: veel lezen, snelle vragen
Door: Rutger Otto
Het is negen uur ’s morgens en ik neem plaats aan een tafeltje in café Brandstof aan de Marnixstraat in Amsterdam. Het is nog rustig. Naast me zit een vrouw met een springerig keffertje en verderop werken twee studenten achter een laptop. Ik neem een slok van mijn koffie als de deur open gaat. Ernst-Jan Pfauth begroet me en schudt glimlachend mijn hand.
Ik kwam hem een paar weken daarvoor tegen tijdens Literaturfest, de avond in de Rode Hoed waar BN’ers worden uitgenodigd om over hun favoriete boeken te praten. Ernst-Jan Pfauth is er presentator en interviewer. Na afloop vroeg ik hem als eerste gesprekskandidaat voor De Interviews. Want met wie begin je een blog beter dan met één van de meest succesvolle bloggers van het land? Zelf zegt Pfauth zijn hele carrière aan bloggen te danken te hebben. Zijn website Spotlight Effect (nu ten ruste) won een Dutch Bloggie voor beste communicatieblog van Nederland. Later ging hij aan de slag voor The Next Web, NRC Next en nu als uitgever van het nieuwe journalistieke platform De Correspondent. Daarnaast is hij nog steeds enthousiast om beginnende bloggers te steunen. En dus zei hij ja tegen mijn verzoek.
Als beginnende blogger benaderde Ernst-Jan Pfauth veel mensen voor interviews, die hij op zijn website publiceerde. Vrijwel nooit kreeg hij nul op het rekest. “De enige die niet lukte was Jort Kelder. Die zei: stuur maar een mailtje.” Pfauth gelooft dan ook niet zo in mailen. “Ik zocht mijn kandidaten altijd op. Hans Nijenhuis zag ik bij een debat in Utrecht en Matthijs van Nieuwkerk kwam ik tegen tijdens het TV Moment van het Jaar. Daar maakten we een afspraak.”
Pfauth kijkt met bescheiden trots terug op zijn interview met Van Nieuwkerk. In die tijd gaf hij bijna nooit interviews (en nog steeds niet), maar Pfauth was een uitzondering. “Hij dacht dat ik student was die voor een blaadje schreef. Dat had hij onthouden.” In werkelijkheid was het voor Spotlight Effect en was Ernst-Jan Pfauth net aan de slag gegaan bij NRC Next. “Daar was hij heel verbaasd over. Ik denk achteraf dat hij met het interview akkoord ging, omdat hij het gewoon sympathiek vond: een student die hem wilde interviewen. Waarschijnlijk hadden andere studenten hem nooit gevraagd, anders had hij wel nee gezegd.”
In die tijd bewonderde Pfauth Van Nieuwkerk iets intenser dan nu, dus spannend was het wel. “Ik was wel zenuwachtig geloof ik, ja. Al was mijn insteek duidelijk. Ik probeerde nooit vragen te stellen die hij al zo vaak kreeg.” De oplossing zit in de voorbereiding. “Ik las alles wat ik over hem kon vinden. Ik zag dat hij altijd dezelfde anekdote vertelde, dat hij als 22-jarige in Brussel schaakgrootmeester Kasparov had geïnterviewd. Het begin van zijn carrière. Met dat feitje nam ik dus niet zomaar genoegen, dat was juist mijn startpunt waarmee ik verder kon. Ik wilde er alles van weten.”
Inmiddels interviewt Ernst-Jan Pfauth niet veel meer, al kruipt hij nog regelmatig in de rol van interviewer tijdens Literaturfest. “Daar voer ik meer een show op”, zegt Pfauth. Maar dat hij het serieus neemt, blijkt uit zijn voorbereiding. “Ik lees het boek waar we het over gaan hebben. Als er een schrijver is, kijk ik ook naar zíjn werk. Ik krijg altijd een leesmap van Daniël van der Meer (één van de andere organisatoren, samen met Toine Donk). Dan open ik Nexis Lexis en lees ik alle interviews over het boek. En ik kijk nog wat optredens van mijn gast via YouTube. Uiteindelijk maak ik iets van zes vragen en zie ik wel wat het wordt.” Voor Pfauth is het vooral fijn dat hij alle kennis in zijn achterhoofd heeft zitten, voordat hij het gesprek in gaat. “Vaak gebruik ik het niet eens, maar goed voor het vertrouwen is het wel.”
Ernst-Jan Pfauth kijkt regelmatig naar De Wereld Draait Door, stiekem ook om te leren. “Een heel mooi interview vond ik die met Jan Vertonghen, een paar jaar geleden.” Op dat moment maakte Ajax zich op voor de kampioenswedstrijd tegen FC Twente. Bovendien gingen er geruchten dat Jan Vertonghen naar Manchester City zou vertrekken. Matthijs wil alles weten. “In het begin vraagt hij Vertonghen zijn dag te beschrijven”, zegt Pfauth. “Dat is echt op het randje van: wat ontbijt je, wat zit er op je brood, maar uiteindelijk wordt het een prachtig interview. Niet zo’n standaard voetbalgesprek. Zo probeer ik interviews ook te houden. Dat snelle interviewen van Van Nieuwkerk heb ik regelrecht door gekopieerd.”
Ernst-Jan Pfauth heeft meer voorbeelden. “De mooiste interviews vind ik die waarbij de persoon zelf niet wordt geïnterviewd, maar juist mensen om hem heen”, zegt hij. “Het beroemdste voorbeeld is Frank Sinatra has a cold, dat in 1966 in Esquire verscheen. Sinatra weigert met schrijver Gay Telese te spreken, die vervolgens met zoveel mensen om Sinatra heen praat, dat het alsnog een heel goed interview wordt. Ook al is het strict gezien een profiel.”
Lange karakterschetsen, daar maak je hem blij mee. “Daniël van der Meer en Daan Heerma van Voss hebben voor De Groene een aantal prachtige interviews gemaakt als onderdeel van de serie Het Decennium. Ze spraken Hans Keilson en Hella Haasse toevallig vlak voor hun dood. Mooie verhalen.” Met de serie wonnen Van der Meer en Heerma van Voss een Tegel, de grootste journalistieke prijs in Nederland. “Die interviews hadden als doel een groter verhaal op te schrijven. Ik hou ervan als je een interview leest en na afloopt denkt: dit ging echt over iemands hele oeuvre of over iemands bestaan. Niet één van die cliché-interviews die iedere dag in de krant staan, over een nieuwe cd of zo.”
Het moge duidelijk zijn dat Pfauth precies weet wat hij wil. Het is dan ook niet zo raar dat hij gevraagd is als uitgever bij De Correspondent, het nieuwe journalistieke initiatief, ontsproten uit het brein van Rob Wijnberg. Ook daar blijven interviews belangrijk. Als middel, maar ook als (langere) verhaalvorm. “Denkers, schrijvers, misschien politici. Die wil je wel aan de tand voelen. Achterhalen wat ze nu écht vinden. Neem een Joris Luyendijk, toch een beetje The Godfather (en adviseur) van De Correspondent. Hij interviewt ongelooflijk veel mensen voor zijn banking blog op The Guardian, maar heel erg met een doel, namelijk: schetsen wat er nu precies gebeurt in die financiele wereld. Daar is het interview een goed middel voor.”
Als uitgever bij De Correspondent bedenkt Pfauth – samen met creatief bureau Momkai – vooral het plaatje. Hoe en in welke vorm een artikel uiteindelijk online verschijnt. “Wij hebben als digitale publicatie de luxe om te kijken welke mediatypes het verhaal het beste dienen”, zegt hij. “We zitten niet vast aan inkt en papier. Stel dat jij iemand interviewt in een bijzondere setting, waarom zou je dat dan niet vastleggen met een kort videofragment? Je kunt transcripties plaatsen van interviews die niet in het verhaal staan. Interessant voor mensen die dieper in de materie willen duiken.”
Voor De Correspondent komt de inspiratie van veel plaatsen op het web. “Laatst zag ik op techblog The Verge een interview dat plaatsvond in Tokyo. Dan kon je van te voren ambient noise aanzetten, zodat je het geluid van Tokyo hoorde. Het is misschien een gimmick, maar het werkte wel met het neerzetten van sfeer. Dat soort dingen nemen we bij De Correspondent wel mee in ons achterhoofd.”
Momenteel neemt De Correspondent de tijd van Ernst-Jan Pfauth grotendeels in beslag. Zijn (interview)werk zullen we voorlopig dan ook niet meer zien, buiten de avonden in de Rode Hoed. Daar blijft hij zijn best doen om de gesprekken spannend en levendig te houden. “Er moet een soort belang aan het interview zitten", zegt hij. "De geïnterviewde moet er van tevoren óf heel veel zin in hebben óf er bang voor zijn. Het ergste is als ze een interview vanuit routine of saaiheid uitvoeren. Zo’n interview van twintig minuten in een kamertje...je moet er toch niet aan denken?”










