Restjes VI
Ik kan even goed naakt voor u gaan staan. Mijn hart pellen als een appelsien en vervolgens op mijn tong leggen, maar eigenlijk is dat wat ik altijd al deed. Ik heb mezelf duizenden keren binnenstebuiten gekeerd tot op het moment waarop ik weer gewoon met mijn huid aan de buitenkant stond, bloot vel vanbinnen, zoals het hoort. Een harde bolster met een zacht hol weefsel dat het bloed door een circulerend systeem pompt. Zilte tranen hebben zich een weg door mijn lijf gezocht, ze hebben patronen in mijn vel gebrand. Tranen die niet naar buiten kunnen zetten zich vast op het hart, zeggen ze. Ze vormen een dikke korst en leggen het systeem stil. Net als bij het kalk in een wasmachine.












