Restjes XV
(Op haar neus telt hij elk sproetje dat de zon haar heeft gebracht en de rimpels op haar snoetje, hij ziet het wel, ze lacht.) 's Winters zijn haar ogen steeds de lichtjes in zijn nacht ookal heeft hij vaak gelogen zijn huid blijft even zacht. Maar tienduizend astrologen geven de sterren zo haar naam en hij blijft onbewogen, hij staat daar maar te staan. Want iemand anders, ongelogen, zag de sterren en de maan, heeft wél twintig regenbogen, en haar wonden dichtgedaan.













