Heel lang niks geplaatst hier. Weet nog niet of er weer meer komt maar dit verhaal hoort hier thuis.
Gisteren zaten Liedewij en ik na 't eten, de zon maakte aanstalten zo onder te gaan (dat is van bij mij nogal een mooi tafereel, het kan niet op) thee te drinken. We haddrn van drie pallets ons eilandje gebouwd.
Liedewij viel het al op dat er een oudere dame rond aan het hangen was. Ze keek heel lang naar een kat, werd daardoor bijna aangereden.
Opeens staat ze op de stoep naast mijn tuin, tegen en over mijn muurtje geleund. Ze begon gewoon te peaten, daardoor merkte im haar op.
'Hebben jullie deze tuin leegfehaald?' vraagt ze, er zit iets in haar toon dat me doet vermoeden dat ze er iets mee te maken heeft gehad, de vorige bewoner misschien, of haar vriendin.
'Ja, of nou ja, Talis heeft hem helemaal kaalgeslagen, mijn pa heeft het later opgekomen onkruid weggehaald.'
'Aha,' zegt ze. Ze zwijgt een tijdje, ik richt me weer op Lied en neem een slok van mijn thee.
'Er hebben allemaal grote en mooie struiken in gestaan,' zegt de dame stellig. Dus ik zeg:
'Dat hoorde ik ja.' En vraag: 'Hoezo? Had je ze graag terug gewild?'
'O, nee, ik heb hier niet gewoond, hoor, of zo.'
'Mooi, ik heb niet veel goeds over de vorige huurder gehoord...'
Weer blijft het stil. Ik denk blijf lekker staan als jij dat wil, ik drink thee met mijn vriendin. Toch voel ik ook de noodzaak het af te ronden.
'Goed, fijne avond, he! '
'Jij knijpt heel de tijd zo met je ogen.' Het klinkt best wel als een waardeoordeel.
'Klopt, ik ben overgevoelig voor licht en zo, ik zie eigenlijk gewoon heel slecht.'
'Je ziet niet zo goed!' Ze heeft een punt.
'Ja, slecht maakt het meteenzo negatief inderdaad.'
'Dikke bril heb je, min acht?'
'Twaalf... En toch zie je slecht?'
'Ja, zo'n vijf procent.' Ze kijkt geschrokken.
'Ik dacht altijd dat een bril het grootste deel wel op zou lossen. Ik weet nog dat toen ik geneeskunde studeerde...' Haar zin maakt ze niet af. Geneeskunde, denk ik, en ik besef hoeveel oordelen ik over haar heb. Ze is graatmager, met lang grijs haar. Ik zou haar niet al te snel verdenken van drugsgebruik, vooral omdat bij haar postuur en gedrag heroïne het beste past. Ze is ook niet volke bak psychotisch. Wel behoorlijk vreemd. Het is ergens wel inspirerend dit, en interessant. Dus vertel ik verder, zeg:
'Nou in mijn geval niet. Zonder zie ik maar een procent of twee, dus relatief is het een flinke verbetering.'
'O ja,' zegt ze dromerig, 'en heb je ook uh, zo.' Ze houdt haar vinger voor haar oog en beweegt er snel mee heen en weer.'
'Ja, ik beb ook nystagmus, dus kan slecht focussen.' Daar gaan we weer, denk ik, het hek is weer eens van de dam. 'En ik zie haast geen contrast, alles gaat een soort van in elkaar over. En ik ben zo goed als kleurenblind. En kan dus slecht tegen licht.'
'Hmm.' Het lijkt haar op en af iets te interesseren. Dus poog ik nog eens
Godnondeju, mens, laat het gaan! denk ik, maar zeg:
'Ja, mijn ouders hadden zonder het te weten elk al een heel zeldzame mutatie in hun dna, bij mijn broer en zus is het goed gegaan, maar bin mij zeiden de mutaties klik. En nu heb ik een nog bijzonderder gen dat met mijn staafjes en kegeltjes rotzooit.'
'Oja. Nou ja, hoelang heb je het al?'
'ik ben ermee geboren dus al vuerendertig jaar.'
'Nou dan ben ne het wel gewend. En als het toch zo blijft. Het belemmert je vast nuet zo erg.' Tuurlijk, kom maar, vermoei me met je aannames.
'Nou, mijn kinderen krijgen het sowieso dus sie neem ik alvast niet. En het verslechtert wel degelijk.'
'Je kinderen, dat denk je maar...' Nu ben ik haar zat.
'Nee, dat is zo, ik loop in het Radboud bij de beste professor van Nederland met expertise op het gebied van netvlies, en staafjes en kegeltjes specifiek.'
'Hier ergens in Nijmegen?'
'Ja, het Radboud zei ik.' ik raak geirriteerd.
'De beste zeg je? Ja van dit moment.'
'Ja, dat gaat zo met de beste zijn, dat ben je vaak van het moment. Tenzij je ooit de allerbeste was, inmiddels gestorven en dat niemand waarin jij de beste was ooit overtreft.'
'Nou ja, je kunt vast nog wel wat soms.' Nu gaat ze me te ver.
'Ik laat me niet graag zomaar ergens van weerhouden. Ik wandel, scgrijf, treed op, er is muziek en ik heb een tandem.'
'Een tandem,' herhaalt ze emotieloos. 'En jij doet de tuin?' het is pas nu dat ze Liedewij erbij betrekt. Zij haast zich gelukkig met:
'Ik ben geboren in het Westland dus weet wel iets van hoe je om moet gaan met planten, groente en fruit.' Ik weet niet waarom ik dat zeg.
'In elk geval,' hopend dat het nu overkomt, 'nog een fijne avond.'
En ja hoor, ze loopt weg.
Maar na twee meter keert ze terug.
'Hebben ze in jouw familie veel slakken gegeten?'
'Weet ik niet, maar ik wel. In Frankrijk.'
Ze begint over slakken en hun andere manieren van zintuigelujk waarnemen en over over het effect. Ik denk: Ja, en wie vleermuizen eet kan opeens zo met dat geëcho in het pikkedonker onderweg. Ik zeg dat ik ze graag eet. Ik vind ze lekker.
'Jammmer. En jij?' Liedewij ontkent, vraagt:
'Ja, zo'n keertje in Parijs. Nou...'
'Dat je mijn vragen hebt beantwoord.'
'Mij is geleerd dat dat hoort. Graag gedaan. Prettige voortzetting nog.'
Nog altijd staat ze daar, aarzelend, weg- dan weer terugdraaiend.
'Kom anders later eens kijken hoe mooi de tuin geworden is, in de lente kan jk zaaien en we legen wat paadjes aan, maken een plaatsje.
'Ja. Nou, fijne avond dan maar.
' Ja.' Ik blijf kijken of en tot ze na nog wat getreuzel eindelijk weggaat.
De volgende dag heb ik therapie. Vlak voor ik aan de beurt ben schuet het voorval van de avond ervoor me te binnen. Ergens denk ik: eens zien of de therapeuten echt overal een analyse van weten te bakken.
Twintig minuten later is er heel veel duidelijk geworden voor me. Ik hief het niet altijd te hebben over dat ik slecht of over wat ik dan wel en juist niet zie, over hoe het voor me is, de wetenschappelijke verklaring, wat ik ervan heb geleerd, hoe het me heeft gemaakt wie ik nu ben, over mijn acceptatietheorie en ik hoef al helemaal geen medelijden. Dat is invaliderend en daarom best lullig om te hebben met een invalide als ik. Ik moet eens ophouden op elk feest wanneer ik op mijn telefoon kijk of iets wil lezen, in te gaan op de vragen en opmerkingen. Ik hoef geen gesprek. Hkud gdwoon eens allemaal je bek en laten we het gezellig houden. Dus voortaan zal ik als het me op dat miment of op die plek of waarom ook maar niet aanstaat, gewoon eerlijk zijn en zorgen dat ik zeg: Ik vind dit onderwerp voir nu en hier nogal onprettig. Ik stel voor dat we het overslaan en we zien wel of het ooit op een mij beter gelegen moment ter sprake komt. Dank je wel.