“Raar is leuk! Gewoon, dat is zo saai. Keer het om, geef de boel een draai!”
Het is het refrein van een liedje van Klein Orkest, waarvan ik een stukje tekst vond op Pinterest. Het inspireerde mij om met de kinderen een omgekeerde wereld-gedicht te maken in plaats van de gortdroge taalles over tegenstellingen in het boek. Natuurlijk kun je de les ook “gewoon” geven als stelopdracht.
Om te beginnen, las ik het gedicht klassikaal voor. De kinderen lazen mee, en mochten in de tekst zaken onderstrepen die omgekeerd waren (vuur is koud en kleddernat, de zee is lekker droog). Zo bespraken we de tekst van het liedje.
Vervolgens bedachten de kinderen zelf omkeringen: met groep vijf bedacht ik er in totaal 6, met groep zes besprak ik er 4 klassikaal. Met die omkeringen als basis, maakten de kinderen zelf een omgekeerde wereld-gedicht; aangevuld tot acht regels en afgerond met het refrein.
De gedichten werden uitgetypt, geprint en kregen vervolgens een mooi plekje op onze deur, waarop een steeds wisselende tentoonstelling van stelopdrachten te zien is.