Joan Eardley
Boy with comic (1953)
seen from United States

seen from China
seen from Belgium

seen from Germany
seen from Spain

seen from Italy

seen from Italy
seen from Italy

seen from Italy

seen from Türkiye

seen from Kosovo

seen from Italy
seen from Italy

seen from India
seen from Netherlands

seen from Italy

seen from Italy
seen from France
seen from China
seen from United States
Joan Eardley
Boy with comic (1953)
pensaments
oli sobre tabla
Isabel Quintanilla
1971
VOORBIJ HEMEL EN AARDE, KUNST UIT LITOUWEN
Er zijn overeenkomsten te bespeuren tussen het boegbeeld van Museum Belvédère, Jan Mankes, en de kunstenaar waaraan dat museum op dit moment in een tentoonstelling aandacht schenkt, Mikalojus Čiurlionis. Beide kunstenaars werkten aan het begin van de vorige eeuw en overleden op jonge leeftijd. “Mankes was evenwichtiger van aard en miste de obsessieve werkdrift die Čiurlionis soms in zijn greep hield”, schrijft Han Steenbruggen in zijn voorwoord van de catalogus bij de tentoonstelling over deze Litouwse kunstenaar. “Maar ook Čiurlionis was een gevoelige natuur en gaf zich onvoorwaardelijk over aan zijn roeping met eenzelfde hang naar mystiek en spiritualiteit.”
Zijn nieuwsgierigheid dreef Steenbruggen in 2013 tot een bezoek aan het Museum voor Schone Kunsten in Gent. Hij had ergens gelezen dat daar een omvangrijke tentoonstelling te zien was van een Litouwse kunstenaar die had gewerkt in het begin van de 20e eeuw en waarvan hij nog nooit had gehoord. Het was indrukwekkend wat hij zag, het overdonderde de conservator en kunsthistoricus. En hij had toch al veel kunst gezien! Een tiental jaren later trok hij op aanwijzing van schrijver Jan Brokken naar Vilnius. Daar trof hij op een kleine boekenmarkt een oude bundel met volksliederen die door Čiurlionis waren gearrangeerd. Aan de enthousiaste boekverkoopster legde Steenbruggen uit waarom hij belangstelling had voor het boek. En zij legde op haar buurt uit wat de kunstenaar voor haar land en volk betekende. “He gave us back the very soul of our country, with his music and his paintings.”
Het is dat Museum Belvédère zich vooral richt op schilderkunst die inspeelt op natuurlijke omstandigheden als licht, land, lucht en ruimte. En dat het aandacht heeft voor en geeft aan kunstenaars die hun eigen weg volgen en emotionele binding hebben met hun omgeving. Daarom is het werk van Čiurlionis zo op de plaats in Oranjewoud, daar de artistieke natuurbelevingen van de Belvédère kunstenaars en die van de Litouwse meester zowel figuratief als abstract van karakter zijn. Het werk van Čiurlionis doet wel naïef aan. Het is realisme, maar volgt niet de werkelijkheid. Op de manier dat naïeve schilders de wereld wel registreren. Niet zoals zij het voor ogen hebben, maar zoals ze het zien en volgens beste eer en geweten kunnen vastleggen.
Het is van een andere orde, een hoger goed. Het is geen beeld van de wereld waarin wij leven, het beweegt zich op een tweede plan – in een andere dimensie. Een perspectief dat geheel anders van aard is, een standpunt dat zweeft tussen hemel en aarde – want daar is meer. Het zijn de verhalen die het leven tot droomwereld maken. Om de zwaarte van het aardse bestaan lichter aan te voelen. In vogelvlucht met helicopterview boven de gebeurtenissen zwevend om er afstand van te kunnen nemen, het daardoor beter aan te kunnen. Sagen en legendes, volksverhalen, maken het zijn tot wezen en (be)leefbaar. Die realiteit heeft een andere ordening dan wij als gewoon beschouwen. Die schikking en dat patroon is een spiegel waarin wij ons aura zien: beyond heaven and earth.
“Deze Litouwse meester had geen grote formaten of grootse gebaren nodig om te overtuigen”, schrijft Steenbruggen nog even enthousiast in zijn voorwoord. “In relatief kleine, ingetogen pasteltekeningen en temperaschilderijen toverde hij de meest wonderlijke voorstellingen tevoorschijn. (…) Waar veel van zijn beroemde tijdgenoten, die tot het symbolisme werden gerekend, imponeren met theatrale uithalen en literaire verwijzingen, wist deze kunstenaar ten diepste te ontroeren met intieme, poëtische schilderingen.” Maar zijn roem bleef lange tijd beperkt tot Oost-Europa, doordat Litouwen – onderdeel van de Sovjet-Unie – achter het IJzeren Gordijn zo goed als afgesloten was van het Westen. Pas nadat het land onafhankelijk werd is zijn kunst ontdekt door internationale musea. Grote tentoonstellingen volgden na 1990 rondom op de wereld, maar het werk heeft tot nu nooit Nederland aan gedaan.
Bijdragen aan het boek leveren hoofdconservator van het Čiurlionis Museum te Kaunas Vaiva Laukaitienė, journalist en schrijver Kurt van Eeghem en schrijver Jan Brokken. De eerstgenoemde twee auteurs gaan gedetailleerd in op het leven van de kunstenaar. Gezien van verschillende kanten openbaart de persoon Čiurlionis zich aan de lezer. Daardoor wordt zijn werk meer zichtbaar en beter te duiden. Evenals bij andere kunstenaars van zijn tijd en eerder dat het geval is, kan veel van zijn levensverhaal gepuurd worden uit brieven die hij heeft geschreven en de dagboekaantekeningen. Daarin en daaruit kan nu veel van zijn kijk op de wereld en de inspiratie voor het maken van zijn werk worden gehaald. Aldus kan de puzzel van zijn leven worden uitgelegd.
Vooraleer was hij musicus en componist. Geboren in een muzikaal gezin was de muziek zijn passie en liet hij zich scholen aan het conservatorium. Daarnaast tekende hij in zijn vrije tijd. Doordat deze beeldende kant steeds meer aandacht kreeg is zijn kwaliteit van componeren enigszins op de achtergrond geraakt. Zijn werk werd gewaardeerd en Čiurlionis werd binnen het culturele circuit gezien als een belangrijk kunstenaar. Echter had hij moeite om er een goed bestaan mee op te bouwen. Daardoor raakte hij, ondanks de steun van zijn vrouw en muze Sofija. ten lange leste neerslachtig en werd opgenomen in een sanatorium. Op krachten gekomen velde een longontsteking zijn broze lichaam. Het is zijn leven in een notendop, dat dus in de catalogus breed is uitgemeten.
De tentoonstelling bij Museum Belvédère toont zijn hoge gevoeligheid voor indrukken. De manier waarop deze zijn verbeelding hebben geactiveerd en waardoor hij zijn oeuvre met een scherp observatievermogen heeft kunnen opzetten. In het beeldende werk blijft voortdurend zijn muzikale inslag doorwerken. In zijn werk wordt de buitenwereld gespiegeld aan zijn binnenwereld. Persoonlijke emoties klinken erin door. Verhalen van zijn volk krijgen beeld. Hoewel deze zich niet altijd inpassen in onze wereld, kunnen wij wel het gevoel daarvan aanvoelen en wordt de melancholische emotie simpelweg verbeeld.
De catalogus al doorbladerend is het alsof ik een geïllustreerd sprookjesboek inkijk. De sagen en legenden zijn zo tastbaar in beelden uitgedrukt, dat deze zonder woorden een leesbaar verhaal vertellen. De illustraties zijn de vertellingen in zichzelf. Het boek is verlevendigd met een groot aantal reproducties, waardoor een goede indruk wordt gegeven van de kunstenaar Mikalojus Konstantinas Čiurlionis. Jan Brokken schrijft tot slot over zijn bezoek aan het huis van Čiurlionis in Vilnius. In een literaire verhandeling neemt hij de lezer mee naar wat nu een museum is en voert hij andermaal het leven van de kunstenaar voor het voetlicht. Zijn denken en werken, zijn taal en teken. “Er bestaan geen grenzen tussen de verschillende vormen van kunst”, meende Čiurlionis. “Muziek heeft haar eigen architectuur en er is niets op tegen om de architectuur van de ene kunst te gebruiken om een andere te maken.”
Mikalojus Konstantinas Čiurlionis, Grootmeester uit Litouwen [1875-1911]. Beyond Heaven and Earth. Tentoonstelling Museum Belvédère, 24 februari tot 9 juni 2024. Catalogus, uitgave Museum Belvédère i.s.m. Uitgeverij Noordboek, 2024.
Henri Fantin-Latour - By the Table, group portrait of Poètes Maudits, depicting: Paul Verlaine, Arthur Rimbaud, Léon Valade, Ernest d'Hervilly and Camille Pelletan (seated); Pierre Elzéar, Emile Blémont, and Jean Aicard (standing), 1872.
Drawings by Franz Kafka.
The Literary Estate of Max Brod, National Library of Israel, Jerusalem,
Photos by Ardon Bar Hama
Verhalen bouwen (4)
4: Realisme, geloofwaardigheid en immersie
[deel 3 (Hero’s Journey en sneeuwvlok methode)]
Wanneer we het over verhalen hebben, gebruiken we wel eens de term realisme.
De Christopher Nolan Batman films worden vaak geprezen omdat ze realistischer zijn dan eerdere Batman films.
De boeken en televisie serie van Game Of Thrones staan bekend voor erg realistische politiek en moordtaferelen.
De oorlog die gevoerd wordt in de kinderreeks Avatar vinden velen ook verassend realistisch.
Maar de term wordt hier eigenlijk verkeerd gebruikt. Game Of Thrones en Avatar zijn erg fantasierijke verhalen over magie, wezens en plaatsen die niet bestaan. Batman gaat over een man die zichzelf in een vleermuis verkleedt om zo de misdaad te bestrijden. Deze verhalen zijn zeker niet realistisch… Maar fans van deze werken hebben wel een punt. Wat deze verhalen ongewoon maakt is niet realisme, maar de geloofwaardigheid. Het is een subtiel verschil, maar als je het verschil begrijpt zal dat je meer inzicht geven bij het bouwen van nieuwe verhalen.
Realisme
Als de bovenstaande voorbeelden geen realisme zijn, wat is realisme dan eigenlijk wel? Realisme is een kunststroming, een filosofie die de echte wereld wilt tonen in kunst. Het bestaat in alle media en je kan het een beetje zien als een reactie op romantisisme, een andere kunststroming.
Romantische kunst hemelt alles op. Bijvoorbeeld in De leeuw van Vlaanderen is de guldensporenslag heel spannend en dramatisch. De Vlamingen waren heldhaftig en dapper en overwonnen van een bijna onverslaanbare vijand met niets meer dan hun moed en hun boerenverstand. Maar Hendrik Conscience laat in zijn boek ook een aantal historische details varen, om er een beter verhaal van te kunnen maken. Zo gaat dat wel vaker in fictie. De meeste verhalen verbloemen slechte gebeurtenissen, of laten ze juist dramatischer uitschijnen dan ze eigenlijk (zouden) zijn. Dit om de lezer te entertainen of om een punt te maken.
Dit heeft zijn nadelen. Het echte leven is veel ingewikkelder dan in verhalen. Er is geen plot, geen einde waar het leven naar toe gaat of het nu een goed of een slecht einde is. In verhalen lees je enkel over interessante personages en bijna nooit over saaie mensen zoals jij en ik en de saaie leventjes die we leiden. Dat wilt niemand lezen… Een gevolg hiervan kan zijn dat lezers beginnen te denken dat hun eigen leven abnormaal saai of triestig is. In de boeken en films wordt iedereen altijd verliefd en zijn ze gelukkig. Maar jij en ik, wij lijken wel dag in dag uit te sukkelen door het leven en er is precies geen schrijver die van plan is om een groot avontuur voor ons klaar te zetten in het volgende hoofdstuk. Dit kan een deprimerend effect hebben op mensen, of zelfs op een heel volk, waarbij iedereen denkt dat hun eigen leven niet interessant genoeg is.
Hierom werd het realisme bedacht. Honoré de Balzac had een super grappige naam, maar hij was ook een zeer goede schrijver. Vandaag wordt hij beschouwd als één van de pioniers van het literair realisme. Zijn motto was: décrire la société dans son entier, telle qu’elle est. De maatschappij beschrijven met alles er op en er aan. Gewoon zoals ze is. Geen detail verstoppen omdat het te triest, te flauw of te saai is. De verhalen die Balzac schreef waren dan ook bijzonder saai. Hij wou geen wilde avonturen vertellen. Hij wou enkel tonen hoe het leven van zijn tijdgenoten er uit zag. Hij schreef over het dagdagelijkse leven van mensen van alle standen, over hun werkdag, over hun wereld,… Dat is realisme; zo dicht mogelijk tegen de werkelijkheid.
Ik heb nog nooit van mijn leven echt realistische fictie gelezen en jij waarschijnlijk ook niet. Dat is normaal. Echt realisme is ongelooflijk saai. Niemand wilt het lezen en weinig mensen willen het schrijven. Waarom vertel ik dit dan? Omdat het heel belangrijk is om als schrijver te begrijpen hoe onrealistisch de meeste fictie is. En dan heb ik het niet per se over fantasieverhalen zoals Batman en Game of Thrones. Ook de saaiste, minst fantasierijke, hedendaagse fictie over een moeder die bevriend wordt met de buurvrouw (of weet ik veel) is onrealistisch. Alle fictie, zelfs het monnikenwerk van Balzac zelf, is fundamenteel onrealistisch. Bijvoorbeeld:
Hoe vaak heb jij al eens gelezen of gezien dat een fictief personage middenin het verhaal naar toilet moest? Hoe lang duurt zo’n avontuur gewoonlijk? Een personage kan de wereld redden op een jaar tijd en ondertussen wordt er nooit vermeld dat hij of zij naar toilet gaat, maar jij zelf doet het meerdere keren op een dag.
Veel heldinnen reizen onverwachts naar verre oorden tijdens hun avonturen, maar gelukkig lijken ze geen last te hebben van hun maandstonden tijdens het avontuur. Of hebben ze dat wel maar wordt er gewoon niet over verteld in het boek? Was het toevallig een handig moment van de maand toen het avontuur begon? Hadden ze genoeg voorraad op zak?
De detective komt aan in een dorp waar hij nog nooit geweest is, ver van huis, om daar een moord op te lossen. Het was vier uur rijden, wordt er verteld. Maar gelukkig is de schrijver zo vriendelijk geweest om die vier lange saaie uren niet te beschrijven. Daarna gaat de detective slapen in een hotel maar wij hoeven niet te lezen hoe hij zich in checkt, of hoe het lastig parkeren was.
In de sitcom zitten alle vrienden altijd gezellig samen rond te hangen in hetzelfde ruime appartement. De helft van hen is werkloos of heeft blijkbaar een ander excuus om overdag thuis te zitten en deel te zijn van de aflevering, maar ze hebben precies geen moeite met de huur te betalen.
Alle goede verhalen zijn to the point, of zelfs to the plot point. Als iets niet plotrelevant is dan vertellen schrijvers het niet. En goed ook! Je verhaal moet toch enigszins gestroomlijnd zijn. Je moet je lezer er bij houden. Er moet altijd spanning zijn. Maar het effect hiervan is natuurlijk dat je met veel boeken te lezen het gevoel begint te krijgen dat je toch wel vaak naar toilet moet op een dag. Dat je abnormale maandstonden hebt. Dat het zo lang duurt om elke dag naar je school of je werk te geraken. Dat je niet zo veel moeite hoort te hebben met de huur te betalen van je eerste appartementje…
Als jij door instagram scrolt zal je enkel interessante foto’s zien. Niemand neemt een foto van een saaie situatie dus nu lijkt je eigen leven saai terwijl de buitenwereld super lijkt. Je kan je gaan afvragen wat er eigenlijk mis met je is. Sociale media krijgt hier vandaag veel kritiek op maar we vergeten snel dat dit probleem eigenlijk bij boeken begonnen is. Een verhaal heeft geen draken nodig om onrealistisch te zijn. Gewoon wat toeval, wat onwaarschijnlijkheden en een aantal saaie maar normale dingen die uit de tijdlijn geknipt worden door de schrijver. Alles dat niet uit de tijdlijn geknipt wordt is daar voor een reden. De fictie schrijver wilt de echte wereld niet tonen zoals Balzac wou doen. En zo vergeten we; dat in het echt de twee knapste en/of rijkste jongens in je leven niet om je affectie gaan vechten. In het echt wordt het liefste meisje niet verliefd op jou gewoon omdat je een grappig mopje vertelt. In het echt gebeuren avonturen niet zomaar en als ze wel gebeuren, willen we niet dat ze gebeuren. We willen veilig zijn... Vandaar dat het realisme als een kunststroming ontstaan is. En daarom dat veel verhalen die realistisch genoemd worden helemaal niet realistisch zijn.
De Christopher Nolan Batman films zijn erg grimmig gemaakt om zich te onderscheiden van de vorige Batman films. Maar grimmig is niet realistisch. Het is juist spannend. Het is wat wij allemaal willen gaan zien in de bioscoop.
De Game of Thrones tv reeks gooit zoveel mogelijk seks en drama naar de kijker om hun aandacht er bij te houden, niet omdat het realistischer is. Is het realistisch dat saaie politieke taken zoals belastingen innen, ceremonies, discussies over beleid,… keer op keer worden overgeslagen zodat de kijker meteen de veldslagen, de gruwelijke moorden en de seks kan zien? Is het realistisch dat de hele reeks grotendeels over de heersers gaat en niet over de simpele boer die in Westeros leeft, voor wie de hele saga nauwelijks invloed heeft op zijn saaie leven? Als zijn koning wordt neergestoken en vervangen door iemand anders, betaald hij waarschijnlijk nog steeds belasting aan dezelfde leenheer!
In Avatar zijn er verschillende culturen en worden er onderwerpen behandeld zoals kolonies, rebellen, kindsoldaten, fanatisme, volksmanipulatie,… maar al deze dingen moeten ook simpel genoeg zijn voor kinderen om te begrijpen. Alle culturen zijn niet eens half zo ingewikkeld als een echte cultuur op planeet aarde en op het einde van bijna elke aflevering moet er een happy ending zijn. Uiteindelijk lost een twaalfjarig kind het hele conflict op in zijn eentje met behulp van magische krachten. Dat is het hele verhaal en dat is natuurlijk wat we willen zien, maar realistisch is niet het juiste woord hiervoor.
Als we dan al hebben toegegeven dat de meeste verhalen uit nature onrealistisch zijn, is er nog steeds veel muggenzifterij te toen. Bij fantasy verhalen wordt er zo vaak gelachen met llama’s en patatten. In Lord of The Rings bijvoorbeeld praten Frodo en Sam op een bepaald moment over patatten. Aardappelen komen natuurlijk oorspronkelijk van de Amerika’s. De middeleeuwers hadden nog geen aardappelen maar toch verschijnen ze in talloze fantasy settings die voor de rest heel hard op de middeleeuwen lijken. Amerika bestaat niet in de wereld van Tolkien. Dus hoe is dit mogelijk? De verklaring hiervoor komt nooit aan bod. Maar goed. Patatten zijn dan misschien niet erg realistisch in een fantasy setting, maar ze zijn misschien wel geloofwaardig. Laten we het daar eens over hebben.
Geloofwaardigheid
Geloofwaardigheid is wat de meeste mensen bedoelen wanneer ze het over realisme hebben. Iets is geloofwaardig als de lezer het wel kan geloven. Als het een logisch gevolg lijkt uit alle andere informatie die de lezer uit het verhaal kent. Iets geloofwaardig is niet realistisch, maar het is wel vanzelfsprekend binnen een bepaalde wereld, of die nu realistisch of onrealistisch is. Alle verhalen die ik in deze post al vernoemd heb kunnen geprezen worden voor hun geloofwaardigheid.
Als Midden-Aarde een grote fantasie wereld met veel volkeren is, dan is het vanzelfsprekend dat die wereld ook veel geschiedenis heeft. Door die geschiedenis te vertellen toont Tolkien hoe logisch de wereld in elkaar zit, hoe oud ze is en hoe lang men er al in leeft. Het maakt de fictie geloofwaardiger.
De Nolan Batman films zijn niet realistisch, maar de personages in het verhaal hebben wel gegronde redenen gekregen voor waarom ze doen wat ze doen. In Batman Begins wordt de transformatie van Bruce Wayne tot de Batman bijna volledig logisch gemaakt door het scheppen van een geloofwaardige stad met unieke, maar overtuigende problemen. De film toont ook hoe veel werk en tijd er in sluipt in het maken van het kostuum, de batmobile, de gadgets, de grot,… terwijl dit in vorige films altijd vanzelfsprekend was.
Veel fantasieverhalen hebben koningen en koninginnen die over andere delen van de wereld regeren zonder dat daar veel vragen over gesteld worden. In Game of Thrones gedragen alle heersers zich zoals je van echte dictators in die wereld kan verwachten. Er is verraad, serieuze vetes en logische conflicten tussen verschillende politieke partijen. De onrealistische aspecten van het verhaal zoals de draken en bovennatuurlijke dreigingen worden mee opgenomen in de politieke spelletjes. Hoe gek het ook is, er wordt geloofwaardig op gereageerd.
Honderd jaar lijkt als een poëtisch lange duur voor een oorlog. Alsof het uit een sprookje komt. Maar in Avatar is de geschiedenis van honderd jaren oorlog duidelijk voelbaar in het hele verhaal. Er is grote vijandigheid tussen de verschillende volkeren. Er zijn kolonies van andere culturen op wat vroeger het land van hun vijand was. Er is geradicaliseerde jeugd die in de oorlog is opgegroeid. Er is propaganda. Er zijn deserteurs. Er zijn ouders die niet willen dat hun zonen worden weggenomen om soldaat te worden. Er is honger en armoede, maar tegelijk ook rijke families die precies niet veel last van de oorlog hebben. Oorlogsgeneraals houden zich soms meer bezig met eer, carrière maken en politieke spelletjes dan de oorlog te winnen. Er wordt gediscrimineerd en bepaalde volkeren worden weggevoerd naar gevangenissen of kampen. Sommige volkeren zijn al verdwenen in de voorbije eeuw. De oorlog in Avatar voelt heel geloofwaardig aan, want de mensen in de oorlog gedragen zich ook als echte mensen in een oorlog, ook al speelt het zich af in een andere wereld en wordt de oorlog gestreden met magische krachten. Er bestaan veel fictieve verhalen over oorlog die gemaakt zijn voor volwassenen, die een minder intelligent beeld van oorlog scheppen. Dat Avatar er in slaagt om zo veel aspecten van oorlog aan kinderen duidelijk te maken is geniaal.
En wat die patatten betreft; Natuurlijk hebben de hobbits geen aardappelen geïmporteerd uit Amerika, maar je kan je wel voorstellen dat de mensen (en hobbits) van Midden-aarde zelf van alles oogsten in hun eigen velden. Als Midden-aarde nu toevallig ook uit nature aardappelen had zoals Amerika, dan lijkt het wel aannemelijk dat ze die ook zelf zouden kunnen domesticeren, groeien en eten. Al vertelt het verhaal dit niet uitdrukkelijk, is het wel geloofwaardig genoeg. Zeker voor zo’n klein detail.
Dus nu weten we wat realisme is, wat geloofwaardigheid is en dat geloofwaardigheid veel verhalen beter maakt. Maar waarom? Hoe komt het dat geloofwaardigheid verhalen leuker maakt? Waarom moet Lord of the Rings überhaupt een geloofwaardige geschiedenis hebben? Is dan niet het hele punt dat het een fantasieboek is, en dat draken en elfen leuk zijn om over te lezen juist omdat ze niet echt zijn?
Immersie
Immersie is wanneer een lezer volledig ondergedompeld is in je verhaal. Dat wil zeggen dat je lezer tijdelijk vergeet dat hij of zij fictie aan het lezen is en mee leeft met het verhaal. Onderbewust weet de lezer wel dat het niet echt is, maar het voelt zo niet aan. Een andere term die men hier wel eens voor gebruikt is Suspension of disbelief. Wanneer er immersie is en de lezer dus helemaal in je verhaal zit, zal alles in je verhaal beter ervaren worden.
Als je personage in levensgevaar is wordt je lezer bang omdat er misschien iemand gaat sterven. Ze vergeten even dat dit een boek is waar het hoofdpersonage waarschijnlijk overleefd, of dat er nog een vervolg is waarin hetzelfde personage nog steeds leeft.
Als de twee geliefden dan toch durven te uiten dat ze van elkaar houden, is de lezer opgelucht. Wat een geluk dat ze elkaar dan toch nog toevallig tegenkwamen voor één van hen naar de maan vertrok. Ze vergeten wel even dat dit uiteraard een liefdesverhaal is en dat het verhaal bijna niet anders kan aflopen.
Wanneer het hoofdpersonage een toverspreuk gebruikt om uit een lastige situatie te ontsnappen, denkt de lezer dat het heel slim bedacht is van het hoofdpersonage. Ze vergeten natuurlijk dat tovenarij niet bestaat en dat dit in het echt dus geen oplossing zou zijn. Ze vergeten dat de schrijver gewoon alles kan bedenken.
Dankzij immersie hebben lezers dus een grotere empathie voor de personages, een grotere schrik van al het gevaar en een grotere interesse in het verhaal in het algemeen. Geloofwaardigheid bevordert de immersie. Als de geloofwaardigheid in een verhaal slecht zit, kan het moeilijk zijn voor de lezer om ondergedompeld te blijven.
Als je echt een grote geloofwaardigheidsfout maakt in je verhaal kan het wel eens zijn dat de immersie volledig vernietigd wordt, wat een negatieve inpakt heeft op de spanning van het verhaal en het genot van de lezer. Zeker in fantasie, sciencefiction of historische fictie kunnen anachronismen de immersie van een heel verhaal onderuit halen. Wie wilt Frodo nog zien een ring in een vulkaan gooien als het verhaal je constant er aan herinnert dat het eigenlijk maar verzonnen is, omdat Frodo constant naar zijn horloge kijkt of zijn sms’en checkt?
Niet alle lezers zijn even gevoelig voor geloofwaardigheidsfoutjes. Patatten in je middeleeuwse fantasieverhaal zijn bijvoorbeeld geen probleem voor de meeste lezers. Maar het hangt natuurlijk van de lezer af. Wat voor één lezer muggenzifterij is, is voor een ander een struikelblok. Aan schrijvers raad ik wel aan om er in alle gevallen op te letten. Het is niet erg als er iets ongeloofwaardig of anachronistisch in je verhaal sluipt, maar idealiter zou je daar zelf van op de hoogte moeten zijn. Probeer te vermijden dat een lezer een geloofswaardigheidsfoutje benoemt en dat jij uit de lucht valt. Zorg dat het jouw bewuste keuze is wanneer je een anachronisme in je verhaal stopt of wanneer je je verbeelding los laat.
Ikzelf ben al eens afgeknapt van een animatiereeks omdat in de eerste aflevering iemand een tekening aan het maken was met potlood en papier, in een fantasie setting die voor de rest middeleeuws overkwam. Voor sommigen is potlood en papier al iets dat hun immersie zou kelderen. Papier wordt vandaag in massa’s op industriële wijze geproduceerd. De middeleeuwers schreven op perkament, iets dat veel moeilijker te maken is, en ze deden dit met inkt. Maar goed, dat is voor mij geen probleem. Misschien is het niet zo ver gezocht. Misschien dat middeleeuwers toen ook al een soort van papier konden produceren, moest de geschiedenis ietsje anders zijn gelopen. Misschien is een potlood niet zo moeilijk te maken voor een middeleeuwer als ze wisten hoe. Maar mijn immersie zakte eigenlijk in omdat het personage met potlood en papier een marshmallowmannetje tekende. Het was bedoeld als een grapje natuurlijk; hier is een grappig tekeningetje van iets flauw. Maar de schrijvers hadden duidelijk niet nagedacht over het hoogtechnologische chemische proces dat nodig is om een marshmallow te maken. Hoe kan dit personage een marshmallowmannetje tekenen als zijn beschaving niet eens de technologie heeft om marshmallows te maken?
Voor velen is dat wat ver gezocht maar het is niet dat ik plots het programma pauzeer om diep na te denken over waar marshmallows vandaan komen wanneer er zoiets gebeurt. Immersie is iets dat onbewust gebeurt en ik kan er eenvoudigweg niet aan doen als het verhaal plots niet meer geloofwaardig voor me is. Ik wordt als het ware uit het verhaal geslingerd. Het anachronisme steekt uit het verhaal als een losse steen waarover ik struikel. Ik wordt er direct aan herinnerd dat het verhaal niet echt is, en dat het gemaakt is door hedendaagse schrijvers die blijkbaar niet genoeg verbeelding – of perfectionisme – hadden om verder te denken dan het snoep van hun eigen tijd. Ze hadden namelijk toch even makkelijk een andere grappige tekening kunnen tonen dat niets met marshmallows te maken had? Als ze gewoon gekozen hadden voor een flauw monstertje of een lelijke kat, dan zou een deel van de kijkers hun immersie langer behouden hebben. En dat is jammer. Het is jammer dat de schrijvers van die reeks dat hebben laten gebeuren. Het is erg subjectief en niet alle lezers zijn hier zo gevoelig aan als ik, maar het is in elk geval iets dat je wilt vermijden om je spanning sterk te houden en een goed, samenhangend verhaal te schrijven.
Andere zaken die de geloofwaardigheid kunnen schaden zijn onverwacht taalgebruik, vreemde codering van bepaalde personages of groepen,… maar dat wordt al snel te veel om allemaal te bespreken in deze post.
Af en toe wordt de immersie in een verhaal opzettelijk opgeofferd om de vierde muur te breken; de acteur knipoogt naar de camera. De stripfiguur klaagt over hoe hij nooit ouder wordt. Immersie verbreken is duidelijk dus niet altijd het einde van de wereld, maar let wel op: als jij opzettelijk een meta mopje maakt, kan het wel eens zijn dat de immersie nooit meer terug komt. Dit is waarom de meeste meta werken ook humoristisch zijn. Je hoeft niet te geloven dat iets echt aan het gebeuren is om er mee te lachen en het werkt dus perfect. Maar zowel meta mopjes als goede immersie in één werk is onmogelijk. Als je met de vierde muur speelt zal dat de emotionele belevenis van de rest van je verhaal altijd enigszins dempen.
Ten slotte kan immersie niet alleen verbroken worden door ongeloofwaardigheid, maar ook door foutjes in je verhaal. Een plothole of een plotse deus ex machina doet de lezer ook inzien dat ze maar een boek lezen. Geen wonder dat het zo’n veel voorkomende klachten zijn bij lezers. Daarover vertel ik graag meer in de volgende post wanneer ik het eindelijk heb over setup en pay off. Tot dan wens ik jullie veel schrijfplezier!
[Deel 5 (Setup, pay off en voorafschaduwing)]
70 Des clé usb réalistes ? Février 2021, 30min, A6







