Het blijft gek dat als je een grens oversteekt dat allerlei dingen ineens helemaal anders zijn. Hoewel er wel wat Khmer in Vietnam wonen en wat Vietnamezen in Cambodja zien de mensen er op straat anders uit. De Khmer zijn wat donkerder van kleur en lijken meer op Indiërs. De ontelbare vrouwen met rieten punthoeden zijn uit het zicht verdwenen. Het is veel minder chaotisch op de weg. Dat is maar goed ook want de wegen zijn een stuk slechter. Over het algemeen oogt Phnom Penh veel minder ontwikkeld dan het vijf uur verderop gelegen Ho Chi Minhstad. Er ligt vuilnis op straat en her en der wordt dat opgeruimd door een hoopje plastic in de fik te steken. Op veel plekken stinkt het naar rottend eten. Dat wordt alleen maar versterkt door de hoge temperatuur van 34 graden.
Het straatbeeld wordt bepaald door de vele mannetjes die in hun tuctucs liggen te hangen. “Hey, sir, tuctuc!” klinkt het overal waar je loopt over straat. Een nieuw fenomeen om je aan te ergeren diende zich dus aan. Nee zeggen heeft geen zin. We lieten ons door een tuctuc na 500 meter van het busstation afzetten voor 2 dollar in een toeristisch straatje. Er zaten ook veel restaurantjes die ons nog niet deden geloven dat Cambodja goedkoper is dan Vietnam. Maar ja, we waren dan ook in de hoofdstad van het land.
De wijk waar we zaten kenmerkte zich door dezelfde dingen als andere toeristenwijken in de grote Aziatische steden. Engels is de voertaal en meer dan de helft van de mensen is blank. De meeste lopen in shirtjes met het logo van een biermerk of weide broeken met olifantenprints. Oude kale mannen met bierbuik lopen op straat te pronken met hun 21-jarige Cambodjaanse hoertje. In plaats van zich te schamen zoeken ze een tafel in een druk restaurant en trakteren ze hun verovering op wat te eten. De hoertjes drukken zichzelf tegen de oude mannen aan en kietelen over hun armen. Als je niet beter zou weten zou je denken naar een lief en gelukkig stelletje te kijken.
De stijl van de tempels is dezelfde als wat we in de Mekongdelta zagen. Hoge puntige gouden daken versierd met slangen en andere beesten. Binnen en rondom de tempel staan tientallen boeddhabeelden in steeds net een andere pose. De vele monniken die er wonen kleden zich in oranje gewaden. Ze lopen rond op straat tussen de toeristen maar maken nooit contact. Het zijn twee totaal verschillende werelden. De overige gebouwen stammen uit de Franse koloniale tijd. Het zijn brede straten met grote bundels elektriciteitsdraden die over de weg hangen. De ingang tot sommige wijken is een hoge puntige poort die versierd is met allerlei ornamenten.
De geschiedenis van de jaren 70 van de Rode Khmer, het regime van dictator Pol Pot, hangt nog voelbaar over Cambodja heen. De gemiddelde leeftijd zou nu 22 jaar zijn door de grote uitroeiing van het Cambodjaanse volk. Pol Pot wilde een communistische staat opbouwen waar geen klassenverschillen waren en iedereen arbeider was. Om er voor te zorgen geen moeilijke tegenstanders op zijn pad te vinden moordde hij iedereen met een beetje hersens uit totdat alleen de plattelandsbewoners overbleven. Dokters, onderwijzers, stadsmensen, politici, kunstenaars, soldaten en mensen die een vreemde taal spraken werden naar vernietigingskampen gestuurd. Hij verbood geld en wilde het land zelfvoorzienend maken. Iedereen werd geacht op het land te gaan werken en de rijstproductie moest verdrievoudigd worden.
We bezochten de gevangenis Tuol Sleng midden in Phnom Penh die werd gebruikt om gevangenen te martelen en onder de meest verschrikkelijke omstandigheden op te sluiten. De gevangenis was vroeger een schoolgebouw geweest. Foto’s uit de tijd van de Rode Khmer laten zien hoe mensen erbij zaten en welke martelmethodes werden gebruikt. Het meeste indruk maakte het vernietigingskamp van Choeung Ek, 15 kilometer buiten het centrum van Phnom Penh. We kregen een koptelefoon op met Nederlandstalige uitleg waardoor het verhaal nog indrukwekkender overkwam. We liepen over het terrein langs alle massagraven waar duizenden mensen zijn gestorven. Om dure kogels te besparen werd alles wat voor handen was gebruikt om mensen te vermoorden. Bijlen, bamboestokken, hamers, messen en alles wat je kunt bedenken werd gebruikt. In een tentoonstelling van schedels kon je precies zien welk wapen waar had ingeslagen. Het ergste moordwapen dat werd gebruikt was een boom. Baby’s werden bij beide beentjes vastgepakt en in één klap kapotgeslagen tegen de stam.