Eindelijk mochten we beginnen! De bus had ons net afgezet bij het stadje Besisahar en we liepen langs een rivier de vallei in. We waren enthousiast voor wat komen ging, maar waren in eerste instantie teleurgesteld in wat we zagen. Een Chinees bedrijf was aan het investeren in de regio en was bezig met allerlei werkzaamheden die de natuur niet ten goede kwamen. Na een halve dag lopen kwamen we op smalle paden door kleine dorpjes waar iedereen ons begroette met “namasté”. De werkzaamheden maakten plaats voor de charme en de fantastische uitzichten van het nationaal park Annapurna. Dit beloofde veel goeds voor de komende weken.
We liepen iedere dag een stukje verder omhoog. We begonnen op 820 meter hoogte en gingen vervolgens naar de dorpjes Bahundanda (1310m), Chyamche (1430m), Danakyu (2190m), Dhikur Pokhari (3060m), en Braga (3439m). Overal waar we aankwamen stonden vrouwen ons op te wachten om ons binnen te slepen in de guesthouses. We hadden vooraf gehoord dat hoe hoger je sliep hoe duurder het eten werd. Gelukkig viel dit in de eerste week heel erg mee. Als je met de guesthouseeigenaar afsprak dat je er ook zou eten dan was het slapen gratis. We aten meestal Dal Bhat, wat als voordeel had dat je vaker bij kon scheppen en de verbrandde calorieën weer aan kon vullen. Een veelgehoord grapje onder de Nepalezen was “dal bhat power, 24 hour, no toilet, no shower”. Een gat in de grond was er gelukkig wel, maar van douchen kwam het de eerste week maar één keer. Om niet veel geld aan drinken kwijt te zijn hadden we waterzuiveringstabletten meegenomen.
Vorig jaar oktober is het behoorlijk fout gegaan in de hoger gelegen gedeeltes van het Annapurnacircuit. Een grote groep mensen kwam vast te zitten in een sneeuwstorm en heeft het niet overleefd. De organisatie is nu extra voorzichtig en sluit bepaalde delen van de route af bij extreme sneeuwval. We ontmoetten onderweg tientallen mensen die terugliepen omdat ze niet door de sneeuw heen kwamen of het door lawinegevaar niet aandurfden. We besloten toch door te lopen en het met onze eigen ogen te zien. Na een bewolkte dag en een dag waarop het de hele dag sneeuwde zagen we het steeds minder rooskleurig in. Het aantal mensen dat terugliep nam toe en de geruchten werden steeds erger. Door lawines zouden vijf Fransen zijn overleden en een drager zijn verminkt aan z'n gezicht. Maar op de vierde dag werden we wakker met een strakblauwe hemel en kon ons vertrouwen weer herstellen. Het ultieme doel werd duidelijk: de oversteek van de 5416 meter hoge Thorung La-pas.
De eerste dagen trokken we op met twee Finse jongens die we ontmoetten in het eerste guesthouse. De derde dag kwam daar een groepje van twee Canadezen, een Duitse en een Argentijn bij. ’ s Avonds was het ijskoud en door de lange dagen lopen van rond de zeven uur ging iedereen vroeg naar bed. De Finnen bleven op een gegeven moment achter om aan de hoogte te kunnen wennen, maar wij wisten al van Zuid-Amerika dat we daar geen moeite mee hadden. Toen de rest van het groepje zo snel mogelijk naar de pas toe wilde om gebruik te maken van het mooie weer splitsten we op zodat wij samen een van de meest spectaculaire gedeeltes van het circuit konden doen. We stonden er alleen voor maar zagen wel de mooiste dorpjes ver verwijderd van de weg waarop jeeps mogen rijden. Hier zagen we voor het eerst de uitzichten op de bergtoppen rond de acht kilometer hoog. We hadden de sneeuwgrens van rond de 2800 meter inmiddels gepasseerd en dus werd het moeilijker en moeilijker.
Op veel plekken kwamen we nog authentieke dorpjes tegen. Anderen waren niet meer dan een verzameling guesthouses. Toch gaf het nog een goed beeld van hoe het leven in de Himalaya er aan toe ging. Yaks, geiten, koeien en paarden leven rondom de huizen. Op de meeste plekken in gemotoriseerd vervoer onmogelijk en dus is het er stil. Er gebeurt vrijwel niets. Bij de in- en uitgang van een dorp staat een poort om je welkom te heten. We probeerden aan alle gebedsmolens te draaien die we tegenkwamen om ons geluk te geven op de pas. Op hoger gelegen plekken staken de gekleurde vlaggetjes mooi af tegen de witte sneeuw. De mensen die we tegenkomen zijn over het algemeen oudere vrouwen. Toch kun je je overal redden in het Engels.
Het laatste grote dorp voor de drie dagen durende eindklim naar de pas was Manang (3540m). We konden de weersvoorspelling checken en het bleek dat we precies drie dagen hadden voor een veilige oversteek. Het kwam onze acclimatisering niet ten goede maar we moesten er maar gelijk voor gaan. Plotseling begon er toch wat spanning bij ons te ontstaan. Youri moest Ivanka beloven dat veiligheid voor alles ging. Toen we aankwamen bij Yak Khurka (4050m) zagen we hoe zwaar mensen het met de hoogte hadden. Een Koreaanse vrouw werd ’s avonds lijkbleek naast ons op de bank gezet. Anderen lagen energieloos over de eettafels heen en hoopten dat ze de volgende dag verder konden. Tot onze verbazing bleken Duitse Verena en Argentijn Santiago in dezelfde guesthouse te zitten. Ze hadden de Canadezen achter zich gelaten omdat ook zij met hoogteproblemen zaten.
Het volgende doel was Thorung Phedi wat één kilometer onder de top lag. We ploegden langzaam door de sneeuw heen en genoten van de spectaculaire uitzichten. Met de pas in het vooruitzicht en het feit dat we weer gezellig met z'n vieren konden lopen zorgden voor een van de mooiste dagen van de trekking. Toen we aankwamen bij de guesthouse en goed te hebben geluncht beseften we dat we nog energie over hadden voor het laatste kamp voor de pas. Hiervoor moesten we nog wel 500 meter steil omhoog. Ademhalen werd moeilijker en moeilijker door de beperkte zuurstof in de lucht. Voor iedere duizend meter die je stijgt zit er tien procent minder zuurstof in de lucht. De passen die we zetten waren niet meer dan een voetlengte. Met het verstand op nul liepen we zonder pauze door om een uur later in Highcamp (4900m) aan te komen.
We kregen de allerlaatste kamer. Veel mensen hadden gewacht tot de pas weer open ging en kwamen dus tegelijk met ons aan in highcamp. Er werden tactieken uitgewisseld en er werd besproken wat de beste tijd was om te beginnen. De brandende zon zou later op de dag de sneeuw in een glijpartij veranderen en dus besloten we zo vroeg mogelijk te gaan zodat we nog veel grip hadden. Youri beklom nog een piek iets boven de 5000 meter waarvan je een uitzicht over de hele vallei had. De prijzen voor eten waren zelfs hier, ver weg van autowegen, behoorlijk goedkoop. De eindrekening voor het slapen, avondeten, ontbijt en veel thee was twintig euro!
Youri viel om acht uur in slaap en werd om negen uur wakker. Ivanka sliep verspreid over de nacht niet meer dan drie uur. Slapen op hoogte is klote! We keken om de vijf minuten naar de tijd om te kijken of we al mochten. Om kwart voor vier sprongen we eruit voor het ontbijt. Het was pikkedonker maar er waren al veel zaklampen actief om ons heen. Samen met twee Zwitsers en Verena en Santiago begonnen we aan de laatste klim. Youri liep voorop. Dat leidde tot grappen of het wel verstandig was om een Nederlander in de bergen te vertrouwen. Toen het lichter werd zagen we de contouren van de bergtoppen. Het leek wel een andere planeet! Het was zwaar en de temperatuur lag rond de -20°C. Toch lag ons tempo een stuk hoger dan bij andere mensen. Met gescheurde lippen van de verbranding, uitgelopen neuzen, afgevroren tenen en vingers, koppijn van de hoogte en wallen onder onze ogen kwamen we eindelijk aan bij het door Tibetaanse gebedsvlaggen versierde bordje “Thorung La, 5416 meter”. Met ons laatste beetje energie vielen we elkaar in de armen om elkaar te feliciteren met het letterlijk en figuurlijke hoogtepunt van de reis.