“Voor wat komt u aangifte doen mevrouw?”
“Voor.. euhm.. seksuele handelingen die ik niet wilde, en euhm.. ja, ik weet nie.. ik zei dat hij moest stoppen maar euhm.. hij toch verder deed, ofzo?”
“Voor verkrachting dus mevrouw?”
Ik ben verkracht.. door iemand die mijn vertrouwen had. Een opstoot van een pijnlijk besef.
Slapeloze nachten, iedereen wantrouwen, je hart dat een slag mist als je hem denkt te herkennen in de man die voor je op het voetpad loopt.
--
Hij verdween van de radar.
“Jij bent niet alleen er zijn nog 4 andere slachtoffers”, hoor ik.
Ik heb het me niet ingebeeld. Het is realiteit. Mijn vermoedens kwamen uit, ik werd rustig en tegelijk nam mijn woede toe. Ik ben niet alleen.
Na vele brieven en telefoontjes van de politie, het parket, mijn advocate en verschillende sociale diensten wist ik één ding: gerechtigheid krijg je niet zo maar. Het slorpt al je energie op. Met als doel – dat hoop je –dat iemand onafhankelijk tegen jou zegt: “Hij heeft je onrecht aangedaan.”
Dit is het laatste deel van een tekst die ik schreef een paar weken na dat ik aangifte deed bij de politie. Al bij aanvang van de weg naar gerechtigheid, wist ik dat het een moeilijk parcours ging worden.
Tijdens mijn eerste gesprek bij de dienst slachtofferhulp werd mij duidelijk gemaakt dat de kans groot is dat een zedenzaak geseponeerd wordt. Tegen haar beroepsgeheim in vertelde de maatschappelijk werkster dat in mijn geval er wel kans was omdat er reeds andere aanklachten tegen hem liepen. Toch was het verlossend om te horen dat de zaak effectief ging voorkomen.
De weken nadien zat ik met veel vragen waar niemand mij een antwoord op kon bieden. Wat gebeurt er nu met mijn dader? is hij al verhoord? is hij opgepakt? heeft hij een contactverbod?
Via via kwam ik met iemand in contact die mij gedurende heel de procedure heeft ondersteund. Zij stelde voor om af te spreken en bood mij veel informatie, hulp en troost.
Na afronding van het onderzoek kon ik eindelijk het dossier inzien. Ik verwachte een document met duidelijke informatie en argumenten. Niets bleek minder waar. Het bleek een ellenlang document te zijn in een jargon dat mij niet eigen was. Ironisch genoeg was het enige deel waar ik goed aan uit kon, zijn strafblad. Samen met mijn contactpersoon hebben we heel het dossier uitgespit. Moest ik dit door mijn advocate hebben laten doen, dan had dit onbetaalbaar geweest.
In de tussentijd wist ik nog steeds niet of hij vrij rond liep of niet. Dit zorgde voor de nodige paniek en een onveilig gevoel.
Dat hij nog vrij rond liep werd uiteindelijk bevestigd door dat hij een ander slachtoffer had lastig gevallen. Dit zorgde ervoor dat ik psychologische hulp ging zoeken. In de privé sector aangezien ik na een half jaar nog altijd op de wachtlijst stond voor VAGGA. Ik kreeg hier aangepaste hulp waardoor ik mijn angsten wat kon dempen en mij kon aansterken voor het proces in eerste aanleg dat naderde.
De dag brak aan en ik wist totaal niet wat mij te wachten stond. Gelukkig stelde mijn contactpersoon voor om met mij mee te gaan. Mijn ouders en vrienden wilde ik besparen voor de details van de gruwel die mij was aangedaan. Ik ben blij dat ik deze beslissing nam. Want ik had niet verwacht dat de rechtszaak mij zo zou neerhalen.
Eerst en vooral zat ik tijdens het proces heel dichtbij de dader. Zowel het pleidooi van de advocaat van de dader, als dat van de mijne zorgde ervoor dat ik de rechtszaal, overmand door emoties, wegliep.
Na de uitspraak in eerste aanleg ging mijn dader in beroep. Wat voor mij betekende dat alles terug opnieuw begon. Hij werd nogmaals veroordeeld voor mijn feiten. Voor de tweede keer, bevestigde drie rechters dat er mij weldegelijk onrecht werd aangedaan. Hoewel de strafmaat in eerste aanleg hoger was dan in beroep, voelde dit aan als een opluchting.
Tot dat ik (na meerdere telefoontjes) via dienst slachtofferhhulp van het justitiehuis te horen kreeg dat mijn dader een enkelband had gekregen. Hij had werk en door een nieuwe regel ingetreden door Koen Geens moest mijn dader zijn straf niet uitzitten in de gevangenis. Dit stelde mij teleur. Niet omdat ik van het principe ben dat iemand moet wegrotten in zijn cel, maar omdat hij er weer goed vanaf komt. Ik zat maar met één ding in mijn hoofd: mijn dader kennende, hij gaat nog meer het gevoel krijgen dat hij boven de wet staat. En jammer genoeg kon ik niet meer doen dan dit…
Ik 2 jaar gevochten en mijn dader 2 jaar gekregen.
Hij een enkelband omdat hij werk vond.
Ik pas een jaar later aan het werk omdat ik op was.
Een les die ik meeneem: gerechtigheid, krijg je niet zo maar.
Bedankt L. voor al de hulp.









