super transparent how some ppl are using q*eer to describe out gay/bi/lesbian artists instead of their actual labels especially poc and women ¯\_(ツ)_/¯ love how using terms that are not scary at all is bypassed by using a slur that not everyone is okay with being referred to or claiming for themselves
Het is niet voor niets dat het boekje “Sjen” getiteld is. Want Willem Winters leert mij zien. Hij kijkt zelf al decennia lang in het rond en schrijft over wat hij zijn ogen treffen en welke dingen hem opvallen. Nu hij 75 jaar jong is word het tijd voor een bloemlezing met korte verhalen, columns en essays die hij uit zijn beschouwen van de wereld liet ontstaan. Een bloemlezing, want er zijn veel mooie rozen, lelies, de prachtigste tulpen, chrysanten, anjers en gerbera’s bij. ‘Sjen’, dat is Fries voor zien, kijken. Dat doet schrijver Willem Winters zijn lange leven lang al. En hij heeft een mening over wat hij ziet. Die mening houdt hij niet voor zichzelf, maar noteert deze en breit er woorden omheen zodat het een leesbaar verhaal wordt. Een kort verhaal waarbij ik een zogenoemd aha-erlebnis krijg. De gedachte bij zijn denkbeelden dat ik het ook zò kan zien. Dat heb ik voordien niet zo geweten en ingeschat. Winters leert mij dus de wereld met andere ogen te bekijken, te doorzien wat ik zie.
‘Digerje’, dat is eigenlijk nog een mooier woord. Zoals de Friese taal doorspekt is mooie beeldende woorden. ‘Digerje’ is Fries voor turen, staren. Beschouwen dus eigenlijk, ‘besjen’. Willem Winters is Fries, in hart en nieren, ‘hikke en tein’. Geboren aan de Badweg te Heerenveen in de jaren vlak na de oorlog. De jaren 50 van de vorige eeuw zitten hem dan ook in het bloed. In de genen, schrijft hij. Hij raakt er niet van af. Het slijt, maar toch blijft het. In de verschenen uitgave komen die jaren sporadisch terug, maar ze blijven voortdurend in denken en doen op de achtergrond aanwezig. Wie meer over leven en werken van Winters wil weten koopt het boekje “Sjen”, want Piter Boersma schreef er een biografische inleiding voor: Willem, yn fûgelflecht: met zevenmijlslaarzen door de Winters van Willem.
Willem Winters leert mij zien. Hij leert mij anders kijken, zoals beeldend kunstenaars dat ook zo fantastisch kunnen doen. Het is geen fantasie waar Winters over schrijft, het is de waarheid maar dan in een ander daglicht gezet. Na het lezen van de teksten in het boek wordt ik mijn omgeving anders gewaar. Merk ik meer details op en beschouw deze op een tegengestelde manier dan dat ik gewoon was te doen. De schrijver doet dat ook. Hij neemt waar, staart en tuurt, bepeinst het geheel en kan dwars uit de hoek komen. Hij heeft zo zijn eigen gedachten over de dingen en geeft duidelijk aan datgene waar hij anders in staat, tegendraads beschouwt, het mee oneens is.
Willem Winters is een geaarde Fries. Vandaar ook dat hij meestentijds in de Friese taal schrijft. Maar ook rolt het Nederlands regelmatig uit zijn pen. Hij heeft voor diverse media binnen en buiten Friesland geschreven. “Sjen” toont in vogelvlucht een keur aan kleur en fleur in deze plattegrond van zijn schrijverschap. Winters schrijft over van alles en nog wat, ieder onderwerp schijnt aan hem te zijn besteed. Van maatschappij tot film en muziek via mensen en beesten. De kunst draagt Willem een warm hart toe. Hij heeft kunde aan diverse kunstenaars en onderhoudt met sommige een briefwisseling. Eigenlijk is het onderhield, want ze leven al niet meer: Sjoerd de Vries, Sies Bleeker, Willem van Althuis. In “Sjen” komen ook deze vriendschappen voor het voetlicht.
Over DADA, de kunststroming uit de eerste helft van de vorige eeuw, schrijft Winters regelmatig. Van de traditie afwijkende kunstenaars, beeldend in woord en beeld, hebben zijn voorliefde. Ze zijn van voor zijn tijd, maar de idee en gedachte leeft voort. Die Sjoerd, Sies en Willem onder andere zijn erfnemers. Aan de hand van Thom Mercuur leert hij ze kennen en krijgt meer dan waardering voor deze tegendraadse kunstenaars die hem en de rest anders leren kijken. Winters schrijft wel over de grote dingen in het leven, maar houdt het ook wel klein en bij zichzelf. Verhalen van op reis met de camper door Frankrijk, of op de fiets langs de Friese kust.
Fotograferen als het vastleggen van droombeelden. De film als in de kritiek van het kijken, over het kijken naar rolprenten. En natuurlijk krijgt de literatuur in zijn geschriften er van langs. Een beschouwing van vooral het Friestalige resultaat van de letterkunde. Het gaat in “Sjen” van de hak op de tak, lijkt het – van hot naar her, schijnt het. Maar de samensteller heeft er, ondanks het grote aantal pennenvruchten waarover hij kon beschikken en waaruit hij kon selecteren, een uitgebalanceerde uitgave van weten te maken. Opgedeeld in rubrieken, geen chronologisch overzicht. Winters heeft geen begin of eind, is in elk artikel even professioneel bezig.
Winters speelt met woorden, want kijken is ook een spel. Over opmerkelijke mensen, de wonderlijke dierenwereld. Na lezing van het boek bezie ik de dingen om mij heen meer gedetailleerd, merk beter de kleine dingen in het leven op. Winters leert mij beter en meer nauwkeurig te kijken. En er iets van te vinden, niet domweg alles voor waarheid aan te nemen. Het eigenzinnige van schrijver en uitgever komt opmerkelijk tot uiting in de dwarse nummering van de pagina’s.
Na “Sjen” zal ik niet zomaar meer een vlieg dood slaan, op een slakkenhuis gaan staan, een worm aan de vishaak prikken en behoedzaam mijn tuinpad bewandelen. De vlakwerking en het lijnenspel van de klinkers in de straat bewonderen – het is een onopgemerkt openlucht museum. Willem Winters is een fantastisch schrijver, die zijn fantasie over de dingen laat gaan maar geen fantast is. Aan het slot van “Sjen” heeft Piter Boersma nog enkele sprookjesachtige stukken geplaatst. Fabels waarin Winters de mensheid via de dierenwereld te kijk zet. Een afsluiter met een glimlach. En vanaf de kaft kijkt Willem mij beschouwend aan: ‘sjoch, lês, wat fynst derfan?’
Er kwam een ruimte vrij in de oude zuivelfabriek van Oudeschoot en kunstenaar Albert Oost, die al zijn atelier ergens achterom in hetzelfde pand had ondergebracht, zag zijn kans schoon om de hedendaagse kunst nog maar weer eens een tentoonstellingsruimte te geven. Het werk van Sies Bleeker zal de eerste tentoonstelling zijn, vond Oost. Want Bleeker was de eerste professioneel werkende kunstenaar die hem bezocht in zijn atelier. Ze hadden een goede band, deze twee gelijkgestemden. Bleeker overleed eerder dit jaar en weduwe Minke Postma sorteerde uit de nalatenschap deze expositie voor het Melklokaal. Een goed begin....
Het is alsof Sies Bleeker het bij leven zo bedacht heeft, in zijn dromen deze ruimte zo voor zich zag en heeft beleefd. Het is een reïncarnatie van zijn ideeën en inspiraties als het ware. Want zijn werk sluit wonderlijk nauw aan in de sfeer van deze betegelde ruimte. De strenge eenvoud waarmee Bleeker zijn omgeving in beeld bracht ademt dit lokaal: stille werken in een serene ruimte. De sonore werken komen tot rust, Bleeker kan gerust zijn. Zijn geest waart rond langs het wit aan de wanden en zijn stem klinkt eens in een video op de televisie. Daar tussendoor toont Joris Driepinter luidruchtig zijn kunsten, want we bevinden ons toch in het melklokaal. Het doorbreekt de rust, zoals vroeger de melkbussen rammelend in de ruimte klonken.
Suggesties van licht en ruimte
Uit zijn omvangrijke oeuvre is een overzicht gemaakt van Bleeker’s werkbare leven. Vele daarvan zijn nooit eerder zichtbaar geweest buiten het atelier, want Bleeker trad niet zoveel met zijn werk in de openbaarheid. Verrassingen, omdat hij telkens buiten beeld maar bezig bleef met zichzelf vernieuwen. Bleef onderzoeken hoe de zichtbare omgeving nog meer kon worden versimpeld zonder de emotie van het beeld los te laten.
Het werk van Sies Bleeker past door zijn verstilling van het landschap goed in de sfeer van de stal van Museum Belvédère. Alleen hij durft verder te kijken dan waar de vaste grootheden daarin gaan. Hij geeft, zoals hij zelf zegt in de rust verbrekende video, suggesties van licht en ruimte – want het vlak is plat. Toch kijk je door dit werk heen, als in het perspectief van het landschap. De diepte tussen de elementen is zichtbaar in grijzen en zwart op meest wit. En het Bleeker blauw, van de lucht, de weidsheid, het kunnen ademen, zijn leven. Bleeker schept ruimtelijke ruimten, waarin vlakken zweven, lijnen dansen en bollen stuiteren. En ergens worden figuren opgevoerd, die een handeling doen vermoeden en een plaatsbepaling suggereren. Klein en soms nauwelijks zichtbaar, zoals de kerk dat een zwart vuiltje op het witte doek lijkt.
Van een afstandje
Het bekende Bleeker mannetje met de bolle buik en de olijke restvorm bevolkt in meervoud vooral de etage van het melklokaal. Een leger figuurtjes viert daar een blauw feestje in primaire kleuren. Het mikadospel van landmeter Bleeker maakt de feestvreugde compleet. Deze veelzijdige installatie toont de vrolijke kant van een verstilde in zichzelf gekeerde kunstenaar. De andere zijde is prachtig daarvan gescheiden op deze verdieping. Een samengestelde installatie is namelijk ver weg welhaast uit het zicht in de tweede ruimte gezet. De deur is gesloten en blijft dicht, het object is enkel zichtbaar door het raam. Daar staat Sies de wereld te bekijken, van een afstandje – niet te vangen als persoon.
Het is een raad om stil langs de werken te gaan. In verwondering over de krachtige simpelheid. Eenvoud in het niets dat alles is. Verdieping in het platte vlak. Aandachtig mediterend in een ademloos wit. Bleeker’s wit is heel groot, maar niet zo overheersend dat het past in de nul-beweging, de kunst van zero. Hoewel hij wel een denker uit die tijd is. In zijn wit is de onderbreking, of de inbraak, van kleur die niet enkel de kunst is. Juist dat maakt het spannend, het niets met een summiere toevoeging, de kunst van Sies Bleeker is daarom zero plus.
Tentoonstelling "Sjen", werk van Sies Bleeker in Melklokaal, voor hedendaagse kunst, Heremaweg 20-1 in Heerenveen. Tot 2 november 2014.