Ik ben een mens en zet mezelf te koop.
De advertentie luidt: 'Ruim lichaam, staat
vaak vrij, heeft gedurende verloop van tijd
wat onvoorziene schade opgedaan.' Maar –
u steekt zich in decennia van schulden
voor een stulp met riolering die vaak stokt.
Met een interieur dat door het roken
is doorleefd. Met in- en uitgangen waaraan
een luchtje kleeft. Aan alle kanten uitzicht
op een blinde muur. En huur? Niet mogelijk.
De eigenaar wil ervan af. Het spookt er.
Er dwaalt een geest rond die voor straf
in deze woning werd gestopt. Het staat er vol
met blikken razernij. Lekvrij, opgekropt.
bron beeld: brabantcultureel.nl
Eersel, oktober 2010
Over het gevaar dat overal loert, ook ten zuiden van Eindhoven
/
Niets oogt zo geruststellend als een streekbus
die bezadigd z’n gangetje gaat
tussen platanen en op weg naar Eersel.
/
Toch doe je er goed aan zodra
de kans zich voordoet direct
na het instappen te gaan zitten,
/
zodat de chauffeur niet verleid wordt
door geniepig…
GEDACHTEN ZOEKEN WOORDEN OM TE KUNNEN BESTAAN. EEN BEELD ZOEKT VORM OM GEZIEN TE KUNNEN WORDEN
De lijn is zijn houvast, zijn steun en toeverlaat. In de tekening waarvan de lijn de grondtoon is voelt hij zich geborgen. Daarin verborgen sluit Hans Klein Hofmeijer zichzelf bij wijze van spreken af van de buitenwereld. In zijn veilige binnenwereld is de tekening een verbeelding van zijn, zijn wezen. Het klinkt als een paradox, maar zijn uiting geeft inzicht in wie hij als kunstenaar is. Hij zoekt zekerheid. Dat uit zich in fantasieën, want de werkelijkheid is niet heilig. In een bedachte vorm kan Klein Hofmeijer dan schuilen. Hij verschuilt zich tussen de lijnen in het vlak. Niet zichtbaar als een herkenbaar zelfportret, want dan zou hij zich al te veel openbaren.
Wie goed naar zijn werken kijkt ziet de geest daarin ronddwalen, zoekend naar beschutting om zichzelf bijeen te houden, zich te herbergen om het zijn in onderkomens vast te zetten. Wie serieus zijn composities bekijkt merkt de zoektocht van een kunstenaar die zichzelf maar nauwelijks kan vinden. En die met moeite een onderdak in zijn kunst weet te ontdekken. Iedere poging om een nieuw bewijs van het zijn weer te geven mondt uit in een volgende inspanning te speuren naar de ultieme schuilplaats voor de ziel. Ieder experiment heeft de bezieling, maar reikt nog niet aan het definitieve onderkomen. Klein Hofmeijer blijft puzzelen, maar zal telkens het laatste stukje missen. De zichzelf opgelegde opgave blijft een mysterie, het zijn is een raadsel.
Klein Hofmeijer houdt zich in zijn kunst bezig met het wezen van alle dingen en met het leven. Geschreven teksten bij de tekeningen geven een filosofische contemplatie weer. De kunstenaar bekijkt, beleeft en beschouwt zijn wezen. Woorden dat te uiten zijn niet genoeg en vullen tekeningen aan, maar het getekende is vaak niet voldoende uitdrukking te geven aan de woorden. Woord en beeld zijn een eenheid. De titel is het werk wanneer ik de ogen sluit. Het nabeeld op mijn netvlies geeft daaraan uitdrukking. In zijn zoektocht naar de ultieme verbeelding van wat nauwelijks te verbeelden is beloopt hij diverse trajecten, schreef ik in mijn beschouwing van The Blue Drawings, een eerdere uitgave in eigen beheer van Klein Hofmeijer.
Dit nieuwe werk uit de bloemlezing vindt de oorsprong in het waterrijke Zeeland, waar slakken en schelpen inspirerende huizen zijn om in te schuilen. Daar aan de oever van de onpeilbare bruisende waterdiepte vindt Klein Hofmeijer op het strand de beschutting voor de gedachte. Weer een divers traject in zijn streven een vinger te krijgen achter de uiterste voorstelling. In het slakkenhuis is zijn vorm voor geborgen verborgenheid te vinden, zijn diepste wezen kan daarin schuilend verschuilen, opgesloten wegkruipen. Die vorm is zijn uitdrukking om het mij te verbeelden. Echter niet sec een cilindervormig hoopje, maar een dynamische cirkelvorm die erupereert, uitbarst in een harige wolk zoekend naar houvast in de omgeving. Een wirwar aan lijnen is in orde, als de tentakels van een zeeanemoon die een prooi betasten. Want zo wil Klein Hofmeijer mijn geest bevoelen, terwijl uit het schelphuis kruipend hij de wereld probeert te (be)grijpen.
Het muzengekras in het muzenverblijf schuurt aan mijn kennis, ik herken niet meteen wat ik zie maar de titel zet me in het juiste spoor. Zo is er summier uitleg van de abstracte inhoud. Ik onderscheid de bedoeling en raak gaandeweg ervaren in het kijken. Mijn denken schuilt in de bedachte omhulsels, mijn weten vindt plek in de behuizingen. De tekeningen zijn gezet op gebruikt papier met rafelranden, op de keerzijde van gescheurde nota’s, notities uit een tijd voor nu. Deze documenten reïncarneren in de kunst van Klein Hofmeijer. Het is geen recycling of hergebruik, want de vellen krijgen een nieuw leven, een oprechte betekenis. De idee krijgt een fantasievolle uitbeelding, de gedachte herlichaamt op papier. Daarin schuilt de kunstenaar, zoals de dichter zich verbergt in de poëzie. En daarin kan ik voor de duur van mijn aandachtige blik op bezoek zijn, aan tafel bijschuiven en de kunstenaar ontmoeten.
Mijn ogen en geest hebben een aangename tijd met het beleven van een bloemlezing uit de werken op papier 2022-2023. Het is een dwarsdoorsnede uit de stranduren in Zeeland, het verblijf in het atelier aan de oever van de Westerschelde met uitzicht op de Noordzee. Er is namelijk meer om de rede in te laten vluchten. Het getoonde werk in het boek is een representatieve selectie en verbeelden fraai het zoeken naar een onderkomen om de gedachte bijeen te houden, vast te zetten en te herbergen in de tekening. Zijn dat eerst scheerlijnen om geschoorde ruimtes vast te leggen, want hoe veilig is het onder de lijnen. Maar dat bij elkaar houden en bijeen zijn is een statisch gegeven op den duur. Dus breekt de kunstenaar uit zijn huis om dynamisch te bewegen als een golfslak. Een niet bestaand object dat de vorm vindt in een bestaand wezen. In dat slakkenhuis kan Klein Hofmeijer nog altijd kruipen wanneer de buitenwereld te dreigend is voor zijn scheppend wezen.
Maar hij kan zich tevens statisch bewegen, dynamisch de stilstand aandrijven. Dan moet er eerst een golfslakachtig onderkomen worden vorm gegeven. Daartoe doet de kunstenaar diverse pogingen, die alle van hoogwaardige kwaliteit zijn. Hij zag dat het goed was, maar het kon beter en was nog niet best. In de pogingen groeit Klein Hofmeijer zichtbaar in zijn gefantaseerde wereld. De uitdrukking verfijnd zich en komt langzaam aan richting een Mij beeld, een abstract zelfportret verbeeldt een realistisch weergegeven slakkenhuis waaruit de geïnspireerde geest explodeert. Het is opgesloten maar moet uitweg hebben zich te openbaren.
In de bloemlezing geeft kunsthistoricus Rick Vercauteren woorden aan de verbeeldingen. Uitleg aan de uitdrukking. Hij beschouwt de bijeen-houdingen, de her-bergingen, de onder-komens en vast-zettingen. Het schrijft het mysterie van deze kunstvorm als inspirerend kunnen echter niet kapot. De magie wordt meer diepzinnig doordat Vercauteren het werk van Klein Hofmeijer in de tijd en de ontwikkeling zet. Hoe hij daar op het strand van Dishoek een schuilplaats vindt om te verbeelden, zichzelf beziet in het diepzwarte water en groeit in zijn werk. Het boekje is een bewijs van zijn, een teken van leven, een proeve van bekwaamheid. Een wezenlijke verklaring. Opgeluisterd met de golven van de zee vastgelegd door fotograaf Dolph Kessler. Onder dat bruisende oppervlak heeft meer plaats dan bovenwater vermoed wordt. Het is een metafoor om de gedachte in te dompelen, het wezen onder te laten duiken. Het slakkenhuis heeft wonderwel de vorm van een golf. Het kromt zich om voort te bewegen. Zo buigt Klein Hofmeijer zich naar zijn geest om door te gaan op het pad in de kunst dat hij is ingeslagen. En ik reis met hem mee.
Een bloemlezing uit de werken op papier 2022-2023. Hans Klein Hofmeijer. De stranduren, met een beschouwing over bijeen-houdingen, her-bergingen, onder-komens, vast-zettingen door Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2025.
bron beeld: deboekenkastvan.nl
Midas Dekkers (1946), zelfbenoemd binnenbioloog, wordt gehaat of geprezen. Dat komt door zijn ideeën die wars zijn van ‘wat de ander ervan vindt’. Ik vond en kocht De hommel en andere beesten (2005), een bloemlezing uit gesproken teksten voor het radio-programma Vroege Vogels. Het zijn stukken over dieren, maar vooral over mensen. Overal kijkt iedereen altijd naar…
bron beeld: ewmagazine.nl
Zevenbergen, jaren vijftig – jaren zeventig
Thuis
Vroeger: alles was beter. Wij jong, een
dorp was een dorp, een agrariër boer,
dokter notabel, Gods woord nog een steen
op de maag of een lamp voor de voet,
naargelang, katholiek Rooms. Vroeger
twee van van alles: fabrieken, fanfares,
bruggen en mulo’s; visboer die knipte,
meester die schaakte, jas die, leeg,…
Het is een bloemlezing, uitgegeven in 1993 onder verantwoordelijkheid van het Poëziecentrum Gent. Samenstellers Paul Claes (1943) en Frans Denissen (1947) verzamelden vertaalde gedichten uit de wereld; vertaald door Belgische vertalers. Ze noemden de bloemlezing Gedicht en omgedicht, dertig jaar wereldpoëzie in vertaling 1960-1990. Doel van de bundel is en was: een staalkaart te zijn van…
yeah, sick poetry anthology - i have to put together an anthology for dutch class so I'm gonna use at least four poems from this one i swear. god save the secondhand book shops for the treasures it trickles down
Frederic Mompou (1893-1987), Catalaan en componist. Raakte geïnspireerd door de muziek van Fransman Fauré, net als Catalaanse volksdeuntjes een inspiratiebron waren. Over deze Mompou het volgende:
https://youtu.be/BDqpnmVth7U
Kort na de oorlog hoorde ik een paar keer – zonder het te weten – iets van hem, in toegiften van Stephan Askenase. Het was onder andere L’home de l’aristo, een muziekje…