Ik ben al meer dan anderhalf jaar weg gebleven uit Poperinge en beslis om daar eindelijk iets aan te doen. 31 januari 2015. Zaterdagmorgen halfzeven. ‘Notices Historiques sur La Ville de Poperinghe’ van historicus Jean-Jacques Altmeyer en volume 2 van de complete Cantata van Johan Sebastian Bach staan zijde aan zijde in poleposition om me de volgende weken op weg te sturen naar de bronnen van…
De tijd is als het weer.
Het is te koud om stil te staan, maar te warm om vooruit te hollen.
We slenteren langzaam naar elkaar toe doorheen het nieuwe seizoen en we weten nog steeds niet waar het volgende ons brengt.
De kunst van het voortbewegen en de ontmoeting met de stad
Het was 1999, eindexamenjaar en we gingen met school naar Barcelona. Halverwege de reis waren er verschillende uitjes en ik koos wat het leukste meisje van de klas deed, de alternatieve optie. Een museum, geen mooi park of voetbalstadion voor mij. Onze leraar Nederlands verzorgde dit uitje, hij was prettig gestoord en echt een beetje raar, dus een saai museumbezoek kon het nooit worden. Van het museum kan ik mij vrij weinig herinneren. Waar het om ging was de weg er naartoe en de weg er vandaan. We verdwaalden met de leraar door de stad. We kwamen in ongure wijken, dubbelzinnige parken en uiteindelijk door de mooiste plekjes van de stad. We werden geïntroduceerd in de wereld van het flaneren.
Je loopt zonder haast. Want je hoeft nergens heen, dit is een heerlijk gevoel, waar je je maar al te graag bewust van bent. Flaneren is uitermate goed tijdens vakantie, maar als je de kunst goed onder knie hebt, kun je het overal en altijd ten tonele brengen. Zodra je nergens heen wil, kun je flaneren. Mensen die weten waar ze naartoe gaan, lopen anders. Let daar maar eens op. In de supermarkt zie je dat meteen, mensen met lijstje en mensen zonder lijstje. Er zijn zelfs neuroten die de snelste route kennen in een buurtsuper. Om volledig zonder tijdsbesef te reizen, kun je ook geen bestemming hebben. Perfect, zonder bestemming bestaat verdwalen niet eens.
Je handen op de rug. Zoals het ideaalbeeld van schaatsen. Maar dan zonder vrieskou, blaren, kramp en scheuren in het ijs. Je loopt ontspannen en rustig. Hierdoor kun je heerlijk om je heen kijken, doe dat ook. Bekijk die façade alsof je nog nooit een pui van een winkel hebt gezien. Waar zou een postbode aanbellen als hij een te groot pakketje heeft. Je kijkt om je heen, lukraak, alsof je alles nog ontdekt. Draag geen rugtas of ander accessoire, niet nodig. Leidt alleen maar af. We eindigden op de Ramblas, hier was het grote examen van het flaneren. We waren geslaagd.
In december vorig jaar werkte ik nog. In Amsterdam had ik een baan in een groot gebouw, er werken duizenden mensen. Er waren lange gangen en kantoortuinen, het nieuwe werken was voor velen nog een groot vraagteken, maar ik wandelde maar wat graag rond. Ik keek mijn ogen uit, ik observeerde. In mijn laatste week werd ik nageroepen op de gang, door een collega.
“Je loopt niet zoals iemand op zijn werk loopt”, zei ze.
“Ik flaneer”, probeerde ik haar uit te leggen.
En daarom is het kunst. Je kunt het overal ter wereld doen en het is heerlijk. Gelukkig heeft in Kaapstad niemand haast.