Splijtkop
Ze noemden hem Splijtkop want zijn hoofd was opengebarsten.
Zijn gedachten spoten er uit door de scheuren van zijn schedel en klotsten over de vloer, waar iedereen ze kon zien.
Sindsdien was zijn brein naakt en kon niemand nog aan het aanzicht van zijn geest ontsnappen.
Wanneer hij dacht, rolde zijn essentie als een golf door de wereld heen. Net zoals vroeger zijn gedachten wild heen en weer stuiterden in zijn hoofd, van de ene kant naar de andere, reisden zijn gedachten nu naar alle hoeken van de wereld.
En iedereen zag ze langs vliegen, voelde de grond daveren wanneer een golf van zijn intellect voorbij raasde. En wanneer hij droomde baarde de realiteit ook zijn hersenspinsels. Daar draafden zij door de bossen als monsters en klauterden ze zelfs de slaapkamers van onbewaakte kinderen binnen.
De hele wereld was bang van hem. Niemands ziel was ooit zo gevreesd.
Niets kan de Splijtkop nog omvatten, zeiden ze, Zijn hersenen zullen de aarde opslokken en dan zullen wij alleen nog maar Zijn dromen zijn.
Wij zullen leven in Zijn gedachten en telkens wanneer Hij aan iets anders denkt zal de zon stoppen met schijnen, de klokken stoppen met tikken en wij stoppen met leven tot Hij wederkeert.
Langzaam zullen we smelten en vervormen onder zijn labiele neuronen, tot zijn paracosmen onze wereld voor eeuwig verduisteren.
En dan zullen wij niets zijn. Alleen de Splijtkop zal dan nog zijn.
En omdat zij hun leven nog lief hadden, naaiden ze snel zijn kop weer dicht.













