We zijn weer aan een tiental aangekomen. Op een tiental krijg je geen titel zoals altijd. Geen ontkenning, wil ik zeggen. Je krijgt een échte titel. Een project. Iets waar hopelijk iets van komt. Iets waar we mee bezig zijn.
Maar er is geen ontkomen aan de constante, virtuele, digitale afleiding. Mijn kleine strijd. De strijd van onze tijd.
Dat gezegd: het moet daarbij aansluiten. Het hoeft niet eenvoudig te zijn, zoals sprookjes dat soms kunnen. Het hoeft ook geen omkering te zijn van die eenvoud. Geen sprookjes-voor-volwassenen — geen pikante, kinky versies van de meest bekende (met weinig subtiele illustraties, of wat dacht je).
Als je wil, moet je erover kunnen nadenken. Eerste vereiste. Als je het luidop zegt, kan het poëzie zijn. Tweede vereiste. Als je kan, lees je er nog een. Is dat geen mooie droom?
Ah, je wil voorbeelden natuurlijk? Je hebt een gezonde dosis ongeloof — aangevuurd door deze transparante wereld? (Misschien moet we weer naar wat duisternis streven? Een beetje mysterie, laten we zeggen?) Okee dan.
De man die wilde, kon niet. De man die kon, wilde niet.
En: Haar man wilde geen kinderen. Haar kind wilde geen ouders.
Of “Twee dromen”: in de eerste ben ik de uitverkorene, en ik kan het maar niet geloven. In de tweede ben ik uitverkoren door de verkeerden, en wil ik het niet geloven.
Geen mag vrijblijvend zijn, en nog minder onbesproken.