Banjeren in de modder
Stel je voor: de stad als grote speeltuin. Een speeltuin die tip top in orde is om ervoor te zorgen dat iedereen kan spelen. De schommel staat er recht bij, de glijbaan wordt nog even gepoetst en de wipwap wordt perfect gebalanceerd. Kinderen voegen zich keurig in rijen achter de speeltoestellen om ervoor te zorgen dat iedereen aan de beurt komt.
Wat een afschuwelijke plek. Een speeltuin heeft chaos nodig. Het moet een plek zijn waar iedereen door elkaar heen rent. Een plek waar kinderen stiekem op het dakje van het klimrek klimmen om er vervolgens niet meer af te durven, maar tóch de net iets te grote sprong wagen. Om vervolgens keihard op hun knie te vallen, inspannen om de tranen binnen te houden en vervolgens weer hard verder rennen. Het moet een plek zijn met modder en plassen. Zodat kinderen s’ avonds thuiskomen en met een trotse smoel aan hun ouders vertellen hoeveel koprollen ze wel niet door de drek gemaakt hebben.
Op het moment dat ik dit schrijf zit ik in de Stadsoase in Leeuwarden. Een project vanuit Podium Asteriks, met als doel een Culturele Hoofdstad project voor twintigers op te zetten, in plaats van de vijftigplussers aanspreken wat tot dusver gebeurd is. Het stroomt het van de regen. Het is rustig en waarschijnlijk gaan we eerder dicht. Balen, omdat dit onze eerste dag is.
Maar toen bedacht ik me ineens wat we hier aan het doen zijn met z’n allen. We zijn aan het spelen. Aan het banjeren in de modder. Met de biergarten in de Stadsoase, festival de Broeikas en tal van andere projecten die we vanuit Podium Asteriks nu aan het opzetten zijn. Wij scheppen weer een beetje chaos in deze veel te nette speeltuin die Leeuwarden heet.















