We leven tegenwoordig in het meta-modernistische tijdperk. In een groot gedeelte van de 20ste eeuw was de samenleving in de ban van de grote verhalen van het modernisme, met de hoop op de maakbare samenleving. Politieke stromingen zoals het liberalisme, socialisme en marxisme kwamen op en gingen soms ook weer ten onder. In de vormgeving kwam het socialistische gedachtegoed bijvoorbeeld tot uiting met de ondergang van het ornament.
Aan het eind van de 20ste eeuw kwam een meer cynische kijk op deze maakbaarheid van de samenleving. Men kwam tot het besef dat ook de grote politieke stromingen zijn keerzijde hadden. Het idealisme maakte vanaf de jaren 70 plaats voor scepsis, ironie en relativisme in het postmodernisme. Toenemende welvaart en politieke stabiliteit gaven geen rede meer tot engagement. In de vormgeving nam men een meer eclectische houding aan en grijpt men weer terug op oude stijlen.
Door een veranderende politieke & economische verhoudingen, de klimaatcrisis en de kredietcrisis lijken tijden in het begin van dit millennium te zijn veranderd. Er is weer behoefte aan een nieuw soort idealisme, met het besef niet te dogmatisch te moeten zijn. Niet geschoten is altijd mis, zou je kunnen zeggen. Filosofen Robin van den Akker & Timotheus Vermeulen noemen dit het metamodernisme en beschrijven de bijbehorende verschijningsvormen op hun weblog Notes on Metamodernism.
Exponent van deze stroming in de architectuur is het Deense BIG van Bjarke Ingels. De conceptuele ontwerpen spreken een bepaald soort optimisme uit, wat tot uiting komt in de titel van zijn manifest YES is More. Bjarke Ingels noemt het zelf een pragmatisch utopisme. Het is tijd om met een gezonde dosis positiviteit de problemen van deze tijd te lijf te gaan!
(via Notes on metamodernism)