Interview: Pusha T, tussen vernieuwing en herkenbaarheid
Het is midden in de nacht. Als Pusha T de kleedkamer van de Melkweg binnenkomt heeft hij iets gelatens over zich. Hij slaat weinig acht op de drukte om hem heen, hij ondergaat het. Hij maakt een extreem rustige indruk, die tegen vermoeid of apathisch aanhangt, maar die vloekt bij de scherpte waarmee hij vragen beantwoordt. De Amerikaan heeft al in 013 in Tilburg opgetreden en zal later die nacht nog enkele nummers doen in de Melkweg, tijdens r&b-avond Encore, als voorproefje voor het festival 31 augustus. De fotograaf heeft net een anekdote verteld over een fotoshoot met Clipse, die niet doorging omdat ze hun kettingen niet omhadden. Als hij iets later Pusha T vraagt om op het verragde deel van de bank gaat zitten, weigert deze: “I want people to see the dirt.”
Foto: Ilja Meefout, voor State Magazine.
Pusha T (Terrence Thornton, 1977) werd bekend met Clipse, het rapduo dat hij met zijn broer Malice vormt, en waarvan de platen overwegend door The Neptunes geproduceerd worden. Die groep staat in de ijskast: het laatste album ‘Til the Casket Drops verscheen in 2009 en in de tussentijd hervond Malice God, waardoor hij nu het woord No voor zijn artiestennaam plaatst. Als Pusha T in interviews over zijn broer praat, wordt duidelijk dat deze ongrijpbaar geworden is. In 2012 konden ze veel geld krijgen voor een tour ter ere van het tien jaar bestaan van hun debuutalbum Lord Willin’, maar Malice zag er om onduidelijke redenen geen brood in. Tegelijkertijd blijft Pusha T volhouden dat een nieuw album er nog steeds in zit, “als het moment daar is”.
Wel is het duidelijk dat hij zich tegenwoordig vooral op zijn solocarrière focust. Bij bracht een aantal mixtapes van hoge kwaliteit uit: Fear of God (in twee delen) en Wrath of Caine. Toen RZA die laatste tape hoorde, verzuchtte hij: “Als je dit als mixtape weggeeft, hoe zal je album dan wel niet klinken?” Dat debuutalbum, My Name Is My Name, verscheen najaar 2013. Voor het album werkte hij intensief samen met Kanye West. Al eerder had hij bij diens label GOOD Music getekend, deed hij een gastverse op diens My Beautiful Dark Twisted Fantasy en leverde tracks voor de mixtapes van het label. My Name Is My Name werd in dezelfde periode gemaakt als Yeezus en dat is te horen aan de rauwe, donkere beats. Een muzikale setting waarin de raspende stem van Pusha T prima gedijt.
Pusha T heeft altijd een neus gehad voor muzikale innovatie: van de holle, soulvolle, swingende beats van The Neptunes tot de duistere gekte van Kanye West. Steeds werkt hij samen met producers die, veel breder dan in hiphop alleen, hun stempel drukken op het hedendaagse poplandschap. De twee topproducers hebben verschillende werkwijzen, die hem beiden goed liggen. “Als ik met The Neptunes werk, kom ik naar de studio en is de beat al af, misschien zelfs de hook al. In andere gevallen werken we daar nog samen aan, afhankelijk van hoe Pharrell en Chad daarover denken. In welke stemming zij verkeren. Maar vaak hebben ze het nummer al vrijwel af voor ik aankom. Dan is het mijn taak die verse te doen.”
“Maar als ik met Kanye werk, dan ben ik in de studio op zoek naar een idee, luister ik naar beats en zoek ik naar ideeën in die beats die ik kan gebruiken. Als ik iets gevonden heb, dan maakt ‘Ye daar een loop van en ga ik daar overheen rappen. En als het klaar is, gaat hij er nog aan sleutelen, voegt hij er nog van alles aan toe. Met Kanye werken is niet per se meer organisch, het is vooral anders. Als ik met Pharrell of The Neptunes werk, weet ik wat het gaat zijn. Als ik met Kanye werk kom ik steeds voor verrassingen te staan, ik weet nooit helemaal wat me te wachten staat. Maar als rapper maken die twee werkwijzen weinig verschil: ik kom gewoon zo hard als ik kan.”
“Ik houd van onorthodoxe beats. Ik houd van platen met grooves. Eigenlijk alles dat ik zou omschrijven als the disruption of radio. Alles wat niet op de radio is, wat je normaal niet zou horen. Ik wil niks conventioneels.” De ideeën die Pusha T over beats heeft zijn helder, en laten gelijk zijn positie binnen het hiphoplandschap zien. Hij schurkt tegen de mainstream aan, maar is te eigenzinnig, te onaangepast om daar echt onderdeel van te worden. Over de tijd dat Kanye West en hij aan hun laatste albums werkten, vertelde hij eerder dat ze uit alle macht probeerden te vermijden dat een nummer te hitgevoelig zou worden.
Maar waar zijn beats vaak vernieuwend en excentriek zijn, is er tekstueel eigenlijk weinig veranderd in Pusha T’s oeuvre. Het opscheppen, de verhalen over cocaïne dealen, de sfeerschetsen van het straatleven: waar hij in zijn tijd met Clipse al veelvuldig over rapte, vormt nog steeds de hoofdmoot op My Name is My Name. En hoewel hij in de glamoureuze scene van Kanye West en consorten verkeert, is hij altijd in Norfolk, Virginia blijven wonen, de plek waar hij opgroeide. Malice en hij kwamen uit een goed gezin, zoals ze het zelf omschreven, maar verkozen ondanks kansen op een opleiding toch de cocaïnebusiness. Vanwege het geld en de meisjes, vertelden ze in 2007 aan The Guardian. Het veelvuldig rappen over drugshandel, zorgde ervoor dat hun muziek het etiket ‘cokerap’ kreeg.
De broers groeiden uit elkaar na het in 2009 verschenen ‘Til the Casket Drops, maar zijn in interviews ondanks de kloof, uitgesproken liefdevol naar elkaar toe. No Malice bracht vorig jaar het sterk religieus geïnspireerde album Hear Ye Him uit. Het katholicisme lijkt te contrasteren met het subversieve karakter van Clipse. Maar, zo verklaarde No Malice vorig jaar, religieuze aspecten zaten eerder ook al in zijn muziek, het is enkel meer op de voorgrond gekomen. Beide broers zijn gedoopt, het is ook daarom dat No Malice spreekt van het herstellen van zijn band met God, niet in het vinden van. Pusha T weerspreekt de aangevoerde tegenstelling met stelligheid: “Ik denk dat je ook in mijn muziek mijn geloof kan horen. Het denken in termen van gevolgen, van hemel en hel, van goed en kwaad.”
Maar Pusha T is er niet de man naar uitgesproken emotionele teksten te schrijven. Het is opvallend dat op My Name is My Name de gevoeliger momenten steevast van gastartiesten als Future en The-Dream afkomstig zijn. Alsof iets hem terughoudt, hij zich er niet aan wil wagen. “Als we het daar over hebben – kijk: als ik met The-Dream werk is het zo dat ieder zijn deel doet. Dream voegt het emotionele aspect aan het nummer toe. Je zou het zoet en zuur kunnen noemen: hij doet het melodische, zoete gedeelte en ik kom met meer overkoepelende, rauwe verses – precies door dat contrast komt de boodschap van het nummer zo goed over.”
Hoewel Pusha T vermoedelijk langer in de muziekindustrie actief is dan hij gedeald heeft, vormt dat laatste nog steeds de voorname voedingsbodem voor zijn teksten, alsof er bij hem geen afstand tussen het nieuwe leven en het oude leven is ontstaan. “Ik maak straatrap en drugs bieden een simpele, maar effectieve metafoor die ik gebruik om over de straat te rappen. Het is onderdeel van de wereld waarin ik groot geworden ben. Ik heb het gevoel dat die cultuur niet vergaat, en dat ik er nog steeds verbonden mee ben. Ik rap gewoon over wat zich om mij heen afspeelt, wat er gaande is.”
Maar dat betekent niet dat er niks veranderd is. “Ik heb gevoel dat mijn perspectief aan het veranderen is. Of nee, niet dat, maar dat ik mensen toelaat te horen wat mijn perspectief is. Toen we die Clipse-dingen deden was ik de braggy one - rauwe teksten, veel opscheppen. Mijn broer was degene die er meer diepte aan gaf. Hij liet je heel goed zien hoe hij in het verhaal stond. En nu probeer ik dat in mijn raps te gebruiken. Ik heb het gevoel dat het bij ouder worden hoort. Als je het over drugs hebt, moet je ook redenen geven, duidelijk maken hoe je ernaar kijkt en mensen laten zien hoe jouw geest in elkaar zit.”
Er lijkt wat nostalgie in Pusha T’s constante beschrijvingen van drugscultuur te zitten, misschien geen idealisatie, maar toch zeker een waardering voor de mores van de schaduweconomie. Dat blijkt wel als hij de muziekindustrie contrasteert met de cocaïnebusiness: “Ik vind dat de muziekwereld een erg bedrieglijke wereld is. Als je in drugs zit, kun je met mensen werken die je niet mag, en dan weet je het ook wanneer ze jou niet mogen. In de muziek hebben mensen het letterlijk niet goed met je voor, maar ze glimlachen en aaien je over je rug tot je ze achterna loopt. Het is slangengedrag. Mijn strategie om ermee om te gaan is zo zelfvoorzienend als mogelijk te zijn, mij niet af te laten leiden door alle crap. En ik probeer mijn cirkel zo klein mogelijk te houden. Ik wil niet van anderen afhankelijk zijn.”
Het tekenen bij GOOD Music heeft wat dat betreft geholpen, het lijkt een haven waar hij zich thuis voelt, die hem verder heeft geholpen. “Het was een vonk in mijn carrière die van alles heeft aangestoken. Met name door de verwachtingen weer op te schroeven, waardoor ik meer energie kreeg. Ik moest mijn manier van denken veranderen, op een andere manier het maakproces ingaan. Ik heb veel geleerd van GOOD Music, man.” Voorlopig is Pusha T nog vooral aan het touren, maar hij is ook begonnen aan de opvolger van My Name is My Name, die King Push moet gaan heten. Gevraagd naar of het erg anders zal gaan zijn dan eerder werk zegt hij, enthousiaster dan hij het hele interview is geweest: “It’s going to become the best album of the year in which it comes out.”
Oorspronkelijk gepubliceerd in State Magazine, augustus 2014.











