Betekenis in een eerste fase
Je maakt een tekening. Je trekt lijnen en zet punten op een papier. Donker scheidt licht. Als een ploeg waarmee land wordt bewerkt, zo betekent jouw pen blad. Je woelt de grond om en maakt het contrast van de donkerte, van wat ongezien diep lag, met het blanke vel, van wat eerst nog aan de oppervlakte zuiver naakte, zichtbaar. Je merkt.
Betekenen is allereerst dit tonen van onderscheid en daarmee een en al verwijzing naar zichzelf. De kras zegt: ik ben hier geweest. Ik heb hier het verschil gemaakt.
Het kalf is opgemerkt. De huid draagt het stempel. Het is mijn eigendom en is in mijn orde gebracht.
De tekening van de zebra is niet getekend. Jij kan je er wel een tekenaar bij voorstellen en er een betekenis in leggen. Maar dan voegt jouw verbeelding de betekenis toe aan de natuur. Natuur, op zichzelf beschouwd, is betekenisloos.
Betekenis is mensenwerk: een betrekking vanuit een binnen op een buiten. De tekening is een eerste manifestatie daarvan. Maar het is niet direct het binnenste van een mens dat hier naar boven komt. Hier haal jij het binnenste van het buiten naar buiten. Je haalt naar voren wat op het papier nog niet zichtbaar was, maar daarop wel zichtbaar kon worden: het papier zelf als betekenisvol. De tekening staat niet los van het papier, maar bestaat juist enkel als dit papier en op dit papier.
Betekenis is een uitwendige objectivering van onze excentrische positie, waarmee we natuur in cultuur brengen. De tekening brengt het innerlijk van het uitwendige in kaart, zodat jij, weliswaar, daarin ook jouw eigen werk herkent. Je merkt een identiteit van stof en geest.
Zelfs waar de tekening losweekt van het papier en slechts digitaal bestaat, erft zij het onderscheid van de materie, die althans nog altijd moet worden beheerd op een blad, al is dat dan virtueel. De simulatie herhaalt dezelfde afhankelijkheidsverhouding. Het blijft toch echt een spel van donker en licht.











