(Ietwat aangepaste versie)
Ik ben een mens en zet mezelf te koop. De advertentie luidt: 'Ruim lichaam, staat vaak vrij, heeft gedurende verloop van tijd wat onvoorziene schade opgedaan.' Maar –
u steekt zich in decennia van schulden voor een stulp met riolering die vaak stokt. Met een interieur dat door het roken is doorleefd. Met in- en uitgangen waaraan een luchtje kleeft. Aan alle kanten uitzicht op een blinde muur. En huur? Niet mogelijk.
De eigenaar wil ervan af. Het spookt er. Er dwaalt een geest rond die voor straf in deze woning werd gestopt. Het staat er vol met blikken razernij. Lekvrij, opgekropt.
















