Er zijn 2 dingen om rekening mee te houden:
1. is het virus naakt of enveloped
2. is het virusgenoom DNA/RNA (Baltimore classificatie)
Replicatiecyclus
1. aanhechting
2. penetratie
3. ontmanteling
4. replicatie
5. assembly/maturatie
6. vrijkoming
Naakte virussen hebben als voordeel dat ze vaak stabieler zijn dan enveloped virussen, waardoor ze resistenter zijn tegen omgevingsfactoren en dus langer kunnen blijven leven buiten het lichaam, maar ook binnen het lichaam.
Aanhechting
Capside eiwitten binden aan receptoren, eiwitten of suikers op het membraan van de gastheercel
Penetratie
Na de aanhechting vindt er endocytose plaats van het virus, waardoor deze terecht komt in het endosoom
Ontmanteling
Er worden porieën gemaakt in het endosoom membraan waadoor het virale genoom vrij komt in het cytoplasma
Replicatie
DNA - in de kern, hier wordt gebruik gemaakt van de eiwitten voor DNA replicatie die al aanwezig zijn in de kern van de gastheercel
RNA - in het cytoplasma, hier wordt gebruik gemaakt van ribosomen aanwezig in het cytosol en RdRp waarvoor +RNA voor codeert
Assembly
In het cytoplasma komen alle onderdelen van het gerepliceerde virusdeeltje samen
Vrijkomen
Lytisch: de cel komt zo vol te zitten met virusdeeltjes dat deze ontploft
Niet-lytisch: de cel overleeft en virusdeeltjes worden langzamer uitgescheiden
(dit kan apicale of basolaterale vrijlating zijn)
Enveloped (genoom + nucleocapside + membraan)
Aanhechting
Spikes, glycoproteïnen die uit het virale membraan steken, binden aan receptoren, eiwitten of suikers op het membraan van de gastheercel
Spikes zijn specifieker gericht op een bepaalde receptor, eiwit of suiker, waardoor deze virussen een specifieke tropisme hebben en kunnen ze efficiënter infecteren.
Penetratie
Membraanversmelting: virus komt direct vrij in het cytosol van de gastheercel
Endocytose: virus komt terecht in het endosoom
Ontmanteling
Na endocytose (dus niet relevant voor membraanversmelting) versmelt het membraan met het membraan van het endosoom waardoor het virale genoom vrij komt in het cytoplasma
Replicatie
DNA - in de kern, hier wordt gebruik gemaakt van de eiwitten voor DNA replicatie die al aanwezig zijn in de kern van de gastheercel
RNA - in het cytoplasma, hier wordt gebruik gemaakt van ribosomen aanwezig in het cytosol en RdRp waarvoor +RNA voor codeert
Assembly
De onderdelen van het gerepliceerde virusdeeltje komen samen in een locatie die afhangt van waar het vrijkomen plaats vindt, ook het membraan hoort hier dus nog niet bij
Vrijkomen
Via budding, vanuit het ER, Golgi of de cel zelf, verkrijgt het virusdeeltje zijn membraan
De gastheercel blijft intact
(dit kan apicale of basolaterale vrijlating zijn)
Relatief recente ontwikkeling
Grijpen in op verschillende aspecten van de replicatiecyclus
Vaak minimale bijwerkingen voor de gastheer
Resistentie kan optreden (hoge mutatie frequentie)