Wij spreken voor onszelf werd bij monde van Liesbeth Kennes gehoord tijdens de hoorzittingen in het Vlaams Parlement die de problematiek van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sport onderzoeken. We danken alle slachtoffers die hun verhalen op diverse manieren met ons delen voor hun vertrouwen en zullen ook in 2018 ons best blijven doen om aan degelijke belangenbehartiging van zedenslachtoffers te doen.
Het hele verslag van de hoorzitting waar naast WSVO ook Sensoa, 1712 en het Vertrouwenscentrum en het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk hebben gesproken, kan je raadplegen via deze link.
---
Woordvoerder Liesbeth Kennes legt uit dat ‘Wij spreken voor onszelf’ een website is waarop mensen hun verhaal kunnen delen op een zelf gekozen manier. Voor de meesten is het de eerste keer dat ze erkenning krijgen. De samenleving heeft namelijk de neiging om deze feiten te bagatelliseren, zoals nu ook gebeurt met de getuigenis van Griet Op de Beeck. Zelf werkt Liesbeth Kennes als beleidsmedewerker rond seksueel grensoverschrijdend gedrag bij het CAW in Leuven. Haar activiteit behelst preventie en sensibilisering, lezingen en mediawerking.
Blijkbaar was men er zich niet van bewust dat er ook grensoverschrijdend seksueel gedrag is in de sport. Grensoverschrijdend seksueel gedrag bestaat echter overal. Het is net de ontkennende reactie die maakt dat er niets tegen gedaan wordt. Het gaat om een taboe.
Hoe kan men kinderen daar weerbaar tegen maken? Er is geen mirakeloplossing.
Het zal dus niet volstaan om de kandidaat-coaches een bewijs van goed gedrag en zeden te vragen. Het merendeel van de plegers heeft geen veroordeling opgelopen. Gemiddeld durven minderjarige slachtoffers ook pas na zes jaar iemand aanspreken over hun ervaringen. Deze maatregel kan wel een deel zijn van een groter geheel.
De spreker stelt het bottom-upbeleid in vraag. Aan de subsidiëring van de federaties zou men de voorwaarde kunnen koppelen dat er een beleid moet zijn met betrekking tot grensoverschrijdend seksueel gedrag. Als burger, als professional en als voormalig slachtoffer van kindermisbruik kan Liesbeth Kennes er niet bij dat dit nog altijd niet het geval is. Seksueel geweld haalt bij een volwassene heel het wereldbeeld onderuit. Bij een kind wordt het wereldbeeld op die manier gevormd. De zelfmoordcijfers van mensen die misbruik hebben meegemaakt, spreken voor zich.
De verantwoordelijken van de federaties beseffen onvoldoende de impact van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Tegelijk gaan ze ervan uit dat een federatie niet zoveel kan doen en dat dit een opdracht is voor de werkvloer.
Liesbeth Kennes benadrukt dat de federaties, samen met de Vlaamse overheid, een cultuur kunnen scheppen die ervoor zorgt dat mensen met slechte bedoelingen sportclubs links laten liggen. Het thema integriteit moet op een vanzelfsprekende manier in de hele sportcultuur aanwezig zijn. Het volstaat dus niet om richtlijnen op papier te zetten. Het is belangrijk om de bestaande tools te implementeren. Het vlaggensysteem is bijvoorbeeld een goede tool, maar de meeste sportclubs of scholen werken er niet aan mee.
De juiste cultuur begint al bij het eerste gesprek met een kandidaat-coach. Daarbij moet men laten blijken dat de club veel belang hecht aan de integriteit van de clubleden. Het volstaat dus niet om een papier te laten ondertekenen.
Men moet een klimaat creëren waarin een potentiële misbruikpleger de boodschap krijgt dat hij in de club niet welkom is.
Aan kinderen moet men uitleggen dat ze het recht hebben om hun eigen grenzen te bepalen. Dit alles is niet de taak van alleen een integriteitspersoon maar van iedereen die bij de sport betrokken is. De sociale psychologie spreekt over het bystandereffect. Wie hiërarchisch ondergeschikt is aan de pleger, kan moeilijk reageren. Wie op eenzelfde of een hoger niveau zit, kan gemakkelijker een signaal geven.
Bij misbruik moet men op ieders verantwoordelijkheid een beroep doen. Het is geen interpersoonlijke zaak tussen een slachtoffer en een pleger. Hiervoor geen verantwoordelijkheid opnemen is schuldig verzuim. Het gaat om strafbare feiten.
Niet-reageren heeft vaak te maken met aangeleerde hulpeloosheid. Veel hulpverleners maken hun vermoedens niet bespreekbaar uit angst om de persoon in kwestie te stigmatiseren of om een verdrongen herinnering te
installeren. Men wacht vaak op een duidelijk signaal, maar dat zal er zelden komen. Het komt er dus op aan om een aanvoelen te bespreken met andere mensen in de context.
Liesbeth Kennes leest ten slotte een persoonlijk gedicht voor, dat op haar verzoek niet in het commissieverslag wordt opgenomen.
Liesbeth Kennes heeft gezegd dat slechts een op de tien vrouwen klacht durft in te dienen. Wie toch met zijn verhaal naar buiten komt, vraagt zich af of het wel erg genoeg is. De slachtoffers hebben dus de neiging om de gebeurtenissen te minimaliseren. Er is geen mirakeloplossing, maar verschillende kleine elementen kunnen samen zorgen voor een sterk net. Hoe kan men een cultuur scheppen waardoor mensen met slechte bedoelingen sportclubs links laten liggen? Kan de campagne tegen racisme bij elke grote voetbalwedstrijd inspirerend werken?
Liesbeth Kennes beaamt dat het zinvol zou zijn om de bestaande initiatieven te bundelen. Op dit ogenblik proberen alle initiatieven integraal te werken en
ontstaat overlapping. Voormalig federaal staatssecretaris Elke Sleurs nam in dat verband het initiatief voor de website seksueelgeweld.be. In die context hoort ook de 1712-lijn thuis, die tot nog toe onvoldoende bekend is.
Huisartsen hebben soms vermoedens van partnergeweld, kindermishandeling of kindermisbruik, maar weten niet dat ze dit vermoeden kunnen bespreken bij 1712. ‘Stop it now’ zou ook een plaats kunnen hebben op die site. Deze actie zou zich niet alleen mogen richten tot mensen met pedofiele gevoelens. Ze zou uitgebreid moeten worden naar mensen die daarover een vermoeden willen uitspreken. Ook de chatbox voor kinderen, nupraatikerover.be, kan bij die website betrokken worden. Dit is een laagdrempelig initiatief, dat wordt bemand door mensen van de vertrouwenscentra.
De spreker wijst op de ‘Master of Arts in Sports, Ethics and Integrity’, een Erasmus+-opleiding die in januari 2018 van start gaat. Deze opleiding pakt dezelfde thema’s aan als ICES, maar op Europese schaal. De KU Leuven is erbij betrokken, met toponderzoekers als Jan Tolleneer en Andreas De Block. Zij zouden deze commissie goed kunnen adviseren.
Het is een goed idee om een aanspreekpunt integriteit te realiseren. Daarover bestaat ook onderzoek in het buitenland. Het bewaken van de integriteit is echter niet de verantwoordelijkheid van een specifiek persoon, maar van iedereen.
Liesbeth Kennes twijfelt of het aanspreekpunt integriteit in de sportclub ook letterlijk moet worden aangesproken. Dit zou in de eerste plaats de persoon moeten zijn die dingen samenbrengt en die het mandaat krijgt om voor de organisatie het beleid uit te tekenen. Als een slachtoffer het misbruik bespreekt, dan is dat vaak met een persoon van buiten de context. Een kind dat mishandeld wordt, vertelt dat zelden aan een familielid. Iemand die geconfronteerd wordt met misbruik in de sport, spreekt misschien met iemand van nupraatikerover. Het is vooral belangrijk dat het gaat over een persoon die passend kan reageren.
Heel deze redenering geldt ook voor het onderwijs.
Het realiseren van een cultuuromslag is niet zo eenvoudig. Er is geen vastomlijnd pakket aan initiatieven die succes kunnen garanderen. Ook de pers speelt op dat vlak een rol. Ze werkt aan een journalistieke code rond geweld. Ook het nummer 1712 zou in bepaalde omstandigheden steeds vermeld moeten worden.
Liesbeth Kennes verwijst ook naar de campagne ‘Start by believing’ in de Verenigde Staten. Wie geen politieagent, rechter of journalist is, moet in de eerste plaats luisteren naar het slachtoffer. Men hoeft niet zelf op onderzoek uit te trekken of de vermoedelijke pleger te interpelleren. Als iemand het gevoel heeft dat een ander over zijn grens gegaan is, dan is dat ook zo. Het blijft echter belangrijk dat er geen onschuldigen de gevangenis ingaan op basis van laster.
Een strafrechter mag dus pas een veroordeling uitspreken als er voldoende bewijs is. Toch moet de rest van de samenleving zijn verantwoordelijkheid nemen. Men hoeft niet te wachten om te handelen tot er een veroordeling is.
Een sportclub kan dus iemand weren zonder een veroordeling af te wachten. Grensoverschrijdend seksueel gedrag komt in de sport niet vaker voor dan elders. Uit buitenlandse cijfers blijkt dat er in het onderwijs veel meer seksueel grensoverschrijdend gedrag is dan in de sport.
De oprichting van deze commissie heeft te maken met het doctoraat van Tine Vertommen over grensoverschrijdend gedrag in de sport. In deze context betekent preventie niet noodzakelijk dat men met kinderen praat over seks, wel dat men praat over het stellen van grenzen.
Zelfs leerkrachten weten soms niet hoe ze moeten reageren, bijvoorbeeld als een kleuter van vier de rokjes van de meisjes naar beneden trekt. Eigenlijk moet men reageren zoals bij andere vormen van grensoverschrijdend gedrag zoals pesten.
Men moet het kind apart nemen en zeggen dat zoiets niet mag. Net zoals in andere zaken leert een kind regels kennen door op hun grenzen te botsen. De samenleving werkt seksueel grensoverschrijdend gedrag soms in de hand, bijvoorbeeld door de mythe dat vrouwen overtuigd moeten worden om seks te hebben. Mede daardoor blijven jongeren soms aandringen.
Er is een grote angst om mensen valselijk te beschuldigen. Men heeft meer schrik van het kleine aantal mensen dat een valse aangifte doet of een valse herinnering heeft, dan van het effectieve misbruik dat zovelen treft. Men is bang om een gezin kapot te maken. Een gezin wordt echter vaker kapot gemaakt door geweld. Volwassenen doen slechts in 7 percent van de gevallen aangifte. We kunnen met reden veronderstellen dat dat percentage nog lager ligt bij minderjarigen.
Het beschuldigen moet men inderdaad overlaten aan het gerecht, wat nog niet wil zeggen dat de andere betrokkenen niets hoeven te doen. Een mogelijke goede reactie is zeggen dat men zich niet goed voelt bij een bepaalde vorm van gedrag. Zelfs professionals zijn daar nog onvoldoende in getraind. Men kan geen beleid voeren rond seksueel misbruik zonder ook het taboe op seksualiteit aan te pakken. De woorden die men niet geleerd heeft, kan men niet uitspreken. Als een kind van twee jaar al het gevoel krijgt dat het over bepaalde zones van het lichaam niet mag spreken, hoeft het geen verbazing te wekken dat het zich later evenmin durft uitlaten over misbruik.
Seksualiteit is slechts één relatieaspect. Daarom moet de relationele opvoeding een grotere plaats krijgen in de opvoeding en in het onderwijs. Dat moet een continu thema zijn. Het kan niet beperkt blijven tot de relatiedag, die sommige scholen organiseren. Zo kan het taboe rond seksualiteit misschien doorbroken worden.
Liesbeth Kennes gaat ervan uit dat een volwassene die een kind misbruikt, goed genoeg weet dat hij iets fout doet.
Voor een slachtoffer vergt het veel moed om zijn verhaal te vertellen. Men moet echter ook leren zien wanneer men zelf over de grenzen van een ander gaat.
Het Vlaams Parlement heeft de landelijke en lokale radiolicenties verlengd tot eind 2017. Die licenties lopen af op 25 september 2016, maar omdat het dossier bijzonder complex is en die deadline in het gedrang komt, beslisten de meerderheidspartijen N-VA, CD&V en Open VLD om de huidige licenties te verlengen tot 31 december 2017. (De Redactie, 2015).
Bibliografie
Vlaams Parlement verlengt radiolicenties tot eind 2017. (2015, november 25). Opgeroepen op december 1, 2015, via De Redactie: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/media/1.2506455