De droom van Mazzini
Italianen luisterend naar Wilson, januari 1919
Meedoen op het wereldtoneel, mét behoud van soevereiniteit. Tot voor kort, schrijft historicus Mark Mazower, was het de grondtoon van het denken over de wereld.
De Amerikaanse president Woodrow Wilson reisde in 1919 af naar het door oorlog verscheurde Europa. In Genua, de geboortestad van Christoffel Columbus, hield hij een toespraak. 'Het is een plezier,' zei de president, 'om deelgenoot te zijn van het realiseren van de idealen waaraan hij zijn leven heeft gewijd.' Wilson doelde niet op Columbus, maar op diens stadsgenoot, de architect van Italië en apostel van het nationalisme Giuseppe Mazzini (1805-1872).
De Italiaan speelt een belangrijke rol in Governing The World van historicus Mark Mazower. Fraai beschrijft hij erin de opkomst en ondergang van het streven naar internationale samenwerking.
Daarbij prikt hij een reeks hardnekkige mythes door. Een ervan is de suggestie - vaak gedaan door conservatieven - dat meedoen op het wereldtoneel ten koste gaat van nationale soevereiniteit. Volgens de Brit is het tegendeel waar: vanaf de negentiende eeuw gingen nationalisme en internationalisme hand in hand.
Mazzini was een voorbeeld van zo'n denker die beide idealen met elkaar wist te verenigen. Rond het roerige jaar 1848, toen Europa werd opgeschrikt door het revolutionaire spook, was de schrijver en activist een intellectuele superster. Zijn pleidooi voor een natiestaat met universeel kiesrecht en sociale gelijkheid kreeg veel navolging. Onder exiles, radicalen en nationalisten was hij een graag geziene gast. Maar hij was eveneens voorstander van internationale samenwerking. Tegenover het 'reactionaire' Concert van Europa, een diplomatiek consultatiebureau van Europese grootmachten opgericht na de val van Napoleon in 1815, stelde hij dat regeringen op gelijke voet hoorden samen te werken en dat het afgelopen moest zijn met duistere deals.
Mondaine Paasheuvel
Vanaf de sixties van de negentiende eeuw ontstond een revolutie in het politieke denken. Het 'internationalisme' nam een ware vlucht: evangelische christenen, vrijhandelsutopisten, vredesactivisten, en zo verder. De tewaterlating van het eerste stoomschip symboliseerde het begin van een nieuwe tijd, waarin continenten samensmolten en activisten, zakenlieden en intellectuelen uit alle delen van de wereld met elkaar in contact raakten. De telegraaf sloot Europese hoofdsteden aan op overzeese metropolen: een bericht vanuit Amsterdam was sneller in New York dan in Stadskanaal. De wereld werd kleiner en daarmee maakbaar, in de ogen van wereldverbeteraars als Mazzini.
Het woord 'internationalist' gold lange tijd als verwijzing naar het Rode Gevaar, zo bepleitten Marx en Lenin al vroeg een communistische tegenhanger. De Internationale kreeg uiteindelijk vorm in 1864 en mondde later uit in een soort mondaine Paasheuvel, de Komintern.
Een van Lenins belangrijke tegenstrevers was Woodrow Wilson. De president was net als Mazzini een groot voorstander van zelfbeschikking. Zijn beroemde 'veertien punten'-speech uit 1918 zou de fundering leggen voor de latere Volkenbond. Wilsons bijnaam was in die tijd 'God van de Vrede'. Maar in de jaren dertig viel zijn droom in duigen. Met de opkomst van het nazisme en de falende economische aanpak van de Depressie door de Bond leek zijn geesteskind ten onder te gaan. Zelfbeschikking leidde in broeierige melting pots niet tot vrede, maar tot rampspoed. Toch was dit niet het eindstation voor de Bond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderging die een metamorfose: de inboedel werd vanuit Genève overgevlogen naar New York en uitgezonden soldaten in 'conflictgebieden' (het nieuwe jargon) gingen voortaan blauwhelmen heten. De Verenigde Naties waren geboren.
Het traumatische einde van het Europese imperialisme en de opkomst van Amerika waren niet de nekslag van de VN; die maakte door de dekolonisatie en het begin van de Koude Oorlog juist een doorstart. Het aantal landen groeide vanaf die jaren explosief: elk kalenderjaar moesten er nieuwe stoeltjes worden bijgezet in de hal van de Algemene Vergadering. Vanaf 1961, na de tweede dekolonisatiegolf, zou de Derde Wereld de raad volledig domineren.
De huidige malaise in het Westen valt volgens Mazower te verklaren door de opkomst van het neoliberalisme uit de jaren zeventig. Het unilateralisme van de regering-Bush zorgde dat de VN en de mensenrechten volledig uit de mode raakten. En de droom van een Verenigde Staten van Europa is intussen uitgelopen op een Griekse tragedie en heeft de democratische natiestaat volledig uitgehold. De boosdoeners volgens Mazower: onze laffe politici en de 'Brusselse elite'. Dat is een pittige stelling. Een uitgebreide onderbouwing ontbreekt helaas: slechts twintig van de meer dan vierhonderd pagina's gaan specifiek over Europa. Niettemin biedt Governing The World veel stof tot nadenken, vooral in een tijd van Arabische Herfst en falende diplomatie.
Mark Mazower, 'Governing The World. The History of an Idea', The Penguin Press, 416 p., € 25,99
gepubliceerd in Vrij Nederland, 17 november 2012










