Jacht
Grote delen van de Jonge Duinen waren in de Middeleeuwen in bezit van de Graven van Holland. Ze stonden bekend als ‘Graeflijckheijts Wildernisse’. Het beheer van dit uitgestrekte gebied lag bij het ‘College van Houtvester en Meesterknapen van Holland en West-Friesland’. Het Haagse Bos, een restant van een middeleeuws duin-bos, was een geliefd jachtterrein van de graven van Holland.
Reeds in 1613 werd het opengesteld voor het publiek. In de 19e eeuw liet Koning Willem I in het bos waterwerken aanleggen waarvan nog de Grote Vijver in Den Haag een restant is.
In de duinen kwamen verscheidene dieren voor, o.a. vinken, patrijzen, herten en konijnen, hetgeen de duinen een geliefd jachtgebied maakte. De in grote getale aanwezige konijnen waren favoriete prooi; niet zozeer voor hun vlees, maar voor hun vacht.
Als de konijnenstand terugliep, werden warandes aangelegd voor de dieren en werd voedsel verstrekt. Reeds in 1393 werd de eerste verordening tegen het stropen van konijnen van kracht. Daarna werd de jacht steeds meer gereguleerd.
Zo werd in het midden van de 16e eeuw besloten dat sloten die de duinen van het cultuurland scheidden voorzien moesten worden van een hellend talud aan de duinzijde, zodat de konijnen niet de duinen uit konden. Namen als Haasveld en Haesduynen herinneren nog aan de jacht op konijnen.
Naast de konijnenjacht was vanaf de 17e eeuw ook het vangen van vinken voor consumptie populair. Veel buitenplaatsen aan de binnenduinrand hadden dan ook een zogenaamde vinkenbaan: ‘al dan niet permanente vanglocaties […] ingericht met grote netten en allerlei lokmiddelen’.
Het vangen van zangvogels – vooral vinken, maar ook lijsters en leeuweriken – was vooral populair bij de niet adellijke buitenplaats bezitters. Tot in de 18e eeuw was het jagen op ‘edele’ vogels als fazanten, patrijzen en reigers namelijk een privilege van de adel.
Om toch op vogels te kunnen jagen, legden buitenplaats bezitters vinkenbanen aan op duingrond die zij hadden gepacht of gekocht van de Staten van Holland. Vinkenbanen hebben gelegen bij buitenplaatsen te Lisse, Noordwijk, Sassenheim, Warmond, Oegstgeest, Voorschoten, Den Haag, Voorburg (Duijvestein), Rijswijk en Wassenaar.
Bij laatstgenoemde kwamen verreweg de meesten banen voor. Van de 21 nog bestaande buitens had maar liefst de helft een vinkenbaan. Op het 17e-eeuwse buiten Duinrell te Wassenaar stond bij de baan tevens een stenen vinkenhuis. Ook bij Duindigt stond een ‘gemetseld Vinken Huijs’: Duinrell.
De slechtst presterende vinkenbaan in Holland, had een gemiddelde vangst van circa 2100 vinken per seizoen.
Na 1800 verloor de sport haar populariteit, waardoor steeds minder banen werden aangelegd. Maar vooral nadat de Vogelwet van 1912 verbod legde op het vangen van vogels anders dan voor het houden in kooien, werden steeds meer banen verlaten of gesloopt. Toponiemen herinneren wel nog aan de vinkenjacht: Polder het Vinkeveld (bij Noordwijk-Binnen), Vinkebaan en Vinkenburg (bij Noordwijkerhout).
Ten zuidoosten van Sassenheim ligt in de Kooipolder een eendenkooi. Eendenkooien zijn vanginrichtingen voor wilde eenden en andere eendachtige, zoals talingen en pijlstaarten, ter consumptie of sinds de twintigste eeuw voor wetenschappelijk onderzoek.
De geheel door bos omzoomde eendenkooien bestaan uit een vijver (de kooiplas) en doorgaans vier vangpijpen, doch de eendenkooi bij Sassenheim heeft maar liefst zes vangpijpen. Op een kaart van Rijnland uit 1647 is de kooi al aangegeven. Het vlakbij gelegen Haarlemmermeer was toen nog een groot en gevaarlijk meer.
Vanouds is aan eendenkooien het zogeheten recht van afpaling verbonden. Dit houdt in dat er binnen een cirkel met een bepaalde straal – vaak zo’n 600 à 700 meter, soms meer – geen handelingen mogen worden verricht die de rust in de kooi kunnen verstoren.
Om het recht van afpaling te behouden moeten de kooien ‘vang klaar’ zijn: ze moeten in een zodanige onderhoudstoestand verkeren dat het mogelijk is om eenden of eendachtige te vangen. Op sommige buitenplaatsen, zoals het landgoed de Keukenhof te Lisse, stond een eenden huis.
Jarenlang is de eendenkooi Warmond beheerd. Het eenzijdige gebruik als bedrijfsmatige eendenkooi sluit niet langer aan bij de wensen van de samenleving. Niettemin is de eendenkooi Warmond een uniek stuk cultuurgoed en natuurgebied in Teylingen.
Om de bijna 400 jaar oude eendenkooi een plek in onze moderne maatschappij te geven is een grote stap nodig waarvoor de inzet van velen nodig is. De Stichting Eendenkooi Warmond is de uitdaging aangegaan om met enthousiaste vrijwilligers de eendenkooi een nieuw leven te geven.
Verder vinden we in de regio de St.-Joris- of Voetboogdoelen, een schietbaan met houten mast in Noordwijk-Binnen die in 1477 is opgericht.
Jacht of Grenspalen
Het zijn stenen grensaanduidingen die de voormalige eigendommen markeerden, nadat de Staten van Holland in 1722 zo ongeveer het gehele kustduin in de verkoop deden.
Meestal zijn de initialen van de eigenaren in de steen gegraveerd. Langs de Scheidingsbaan staan bijvoorbeeld nog enkele grensstenen (met inscriptie), die de westelijke grens markeerden van het eigendom van Six (1668-1750). Hij kocht in 1722 de ambachtsheerlijkheid Hillegom, waartoe ook de duingronden behoorden.
De nazaten van Jan Six moeten tot na 1870 zijn blijven jagen, gezien de anekdote tijdens een jachtpartij met Koning Willem II. De Koning miste nogal eens en toen er weer enkele fazanten kwamen overvliegen, riep de jachtopzichter: “Schiet als de bliksem, anders schiet Six’m”.
De jacht gebieden van Baron van Wassenaer van Catwijck bevonden zich in Kartwijk in ’t Sandt, de Mient, de Blekerij en de Zanderij. Voor de aanleg van de N206 in 1938 begon de Zanderij direct achter de tuinen van de Commandeurslaan. Een jagtpaal stond dan ook op de Zanderijweg.
Jachtgebieden in het gebied van de Amsterdamse Waterleiding Duinen:
J1 P. Quarles van Ufford (jachtopzichter E. van Honschoten en Blauwboer)
J2 S. Posthuma (jachtopzichter K. Wijsman)
J3 H.J. de Koster (jachtopzichter K. v.d. Kolk en Rolf van Vliet)
J4 C.M. Reinders Folmer (jachtopzichter C. Hoogewerf)
J5 M.A. van Slingenberg (jachtopzichter P. Hoogewerf)
J6 R. Barnaart (jachtopzichter Wim Brouwer)
J7 O.F. Weise junior (jachtopzichter C. v.d. Meulen en W.A. Duivenvoorde)
J9 A.W.C. van Riemsdijk (jachtopzichter C. Rietvinken S. Bouwmeester)
J10 H. van Lennep jachtopzichter W.F. v.d. Ploeg en Theo Hoeks
26-5-2021








