Horlogehanger Afb. No. 6. Knippatroon van een blad: voorz. van het Suppl., No. V, fig. 16. Bordpapier, bruin katoen, bruin geperst papier, rood fluweel, bruin wasdoek, zwarte ronde kralen, goude veterband een stroohalm breed, bruine zegellak, dik zwart katoen, een koperen haak. Deze horlogehanger kan worden opgezet, het garnituur langs den buitenrand wordt door bladeren van bruin wasdoek gevormd, in elk waarvan een plooi wordt gelegd en die door een nagebootste kleine bes van dik katoen en bruine lak verbonden worden. Een tros van soortgelijke kleine bessen wordt van boven in het midden aangebracht. Ter vervaardiging van dezen horlogehanger snijdt men eerst van bordpapier een gedeelte 16 d. hoog, 12 d. breed, rondt het aan de bovenzijde een weinig af en overtrekt het dan aan beide zijden met bruin katoen. Daarna snijdt men van bordpapier, dat men aan eene zijde met bruin geperst papier beplakt heeft, een vierkant raam 1½ d. breed, waarvan de lange zijden 11½ d. de dwarszijden 8½ d. lang moeten wezen. Dit raam plakt men zoodanig op het reeds vervaardigde groote gedeelte, dat er van onderen en aan de beide lange zijden een rand ongeveer 2 d. breed van het gedeelte bordpapier met katoen overtrokken uitkomt. Van binnen in het raam bedekt men den fond met rood fluweel en plakt aan den binnenrand van dit raam er een dik bruin zijden koord op; een zoodanig koord wordt ook op het roode fluweel, een ovalen rand nabootsende aangebracht; langs dit koord bevestigt men volgens de afbeeld. eene rij aangeregen zwarte kralen. Eindelijk bedekt men den nog onbewerkt gebleven buitenrand van het overtrokken bordpapier volgens de afbeelding met de bladeren van wasdoek. Men vervaardigt deze bladeren naar het knippatroon door fig. 16 gegeven, legt er twee plooien in, telkens kruis a op punt a, kruis b op punt b bevestigende, en hecht volgens de afb. op het blad voor het vastnaaien van de plooi een kleine bes. Laatstgenoemde vormt men, doordien men een dikken zwart katoenen draad van ongeveer 4 d. lengte, met het eene einde, waar vooraf een knoop in gelegd is, in vloeibare bruine zegellak doopt; de daaraan klevende droppel vormt de bes. Ook kan men zoodanige bessen uit een bloemenfabriek nemen. De tros van boven in het midden van den horlogehanger is insgelijks van nagebootste bessen gevormd. Men naait de bladeren volgens de voorgestelde ligging op de afb. op een eind zwart soutien ½ d. breed, bevestigt laatstgenoemd op den rand van den horlogehanger en brengt er van boven de tros druiven aan. Eindelijk bevestigt men op den horlogehanger een haak om het horloge aan te kunnen ophangen (zie de afb.). Aan de verkeerde zijde van den horlogehanger bevestigt men een gedeelte bordpapier 13 d. lang, 6½ d. breed, met katoen bekleed, men naait het langs den eenen dwarsrand 3 d. onder den bovenrand van den horlogehanger vast, men moet hierbij alleen door het katoen steken. Den ondersten dwarsrand van dit gedeelte verbindt men door een bruin taffen lint van 10 d. lengte, van onderen aan den horlogehanger. Dit laatst aangebrachte gedeelte dient om den horlogehanger op te kunnen zetten.















