De naamcijfers met den point-lacé geborduurd worden met fijn guipurekoord en garen uitgevoerd, zij vormen een kantachtig weefsel en worden hetzij op een fond van batist, neteldoek, fijn linnen enz. gewerkt of zonder fond vervaardigd en in de stof gezet. Zij zijn vooral geschikt ter versiering van zakdoeken, en kunnen ook voor het teekenen van beddelinnen, b. v. kussensloopen gebruikt worden, in het laatste geval plaatst men de letters in het midden op de bovenste vlakte van het sloop. Afbeelding No. 55 leert de uitvoering van het alphabet op de stof door de vergroot voorgestelde letter A. voor de uitvoering hiervan teekent men de bestemde letters op schrijfpapier, bevestigt het op wasdoek of papier, hecht er dan de stof op en voert eerst langs de omtrekken van de voorgeteekende letters volgens afb. No. 55 en No. 13 de gefestonneerde bogen met fijn garen uit. Daar, waar twee rijen gefestonneerde bogen tegen elkander gekeerd worden uitgevoerd, moeten deze verzet worden, ook moet men de steken van de beide gefestonneerde rijen in dezelfde lijn werken. (De stokjes, die de omtrekken van de letters verbinden, blijven in deze uitvoering weg). Zijn al de gefestonneerde bogen voltooid, dan voert men binnen de letters volgens afb. No. 63 de kantsteken uit, waarbij men evenwel niet in de stof moet steken. De letter A vult men met den point-de-tulle, met den point-d’echelle, met den point-de-filet en met wieltjes. De uitvoering van den point-de-tulle leert afb. No. 58, men vult de bestemde opening eerst met den point d’espagne, zie afb. No. 21. De gefestonneerde bogen worden daarna in heen en teruggaande rijen telkens eenmaal met den draad omwonden, daar men, even als bij het werken van den gekruisten naad, om de stokjes tusschen de gefestonneerde bogen steekt en daarbij gedurig van twee over elkander liggende rijen stokjes afwisselend eenmaal het onderste, eenmaal het bovenste stokje zoodanig meet de naald opneemt, als afb. No. 58 het aantoont. De plaats waar men de naald voor het volgende stokje moet insteken, is op afb. No. 58 met een kruis, waar men uit moet komen, met een punt aangeduid. De point-de-filet kan volgens afb. No. 20 of afb. No. 59 vervaardigd worden, die tegelijkertijd de uitvoering van den point-de-reprise met den geknoopten fond aantoont. Voor de uitvoering van den point-de-filet volgens afbeeld. No. 59 spant men de draden heen en teruggaande eerst in eene, dan in de tegenovergestelde richting, waarbij men in de tweede rij den werkdraad aan elk kruispunt volgens afb. No. 59 aan de hiervoor gespannen rij met een festonneersteek moet verbinden. Voor de uitvoering van den point-d’echelle spant men volgens de afb. voor de bestemde letter den werkdraad in heen en teruggaande rijen van den eenen omtrek tot den anderen. De wieltjes worden volgens de bekende wijze uitgevoerd. De kantsteken hier vermeld worden gedeeltelijk ook in de overige letters uitgevoerd, bovendien komt bij de letters C, O en S een ander soort van wieltjes voor. Deze worden volgens afb. No. 62 vervaardigd, daar men eerst voor elke twee draden van het wieltje eene lus uitvoerd. Om van het laatste oogje tot het midden te komen, omwoelt men het tweemaal met den draad en verbindt dan al de oogjes, waarvoor men ze volgens afb. No. 62 op den werkdraad rijgt en dezen dan zoodanig aanhaalt, dat zich een kleine ring vormt. Dan wordt de draad zorgvuldig bevestigd.
In de letters F en S wordt de fond met den point-de-filet uitgevoerd, met den point-de-reprise doorgestopt, zooals afb. No. 59 leert; in de letters G, Q en V komen halve wieltjes voor, waarvan de uitvoering door afb. No. 61 wordt aangetoond. Men spant eerst den boog van het halve wieltjes, maakt om dit een festonneersteek, spant dan het eerste stokje, omwoelt dit eenige malen met den werkdraad, maakt nogmaals een festonneersteek om den boog en gaat zoo voort, tot dat het halve wieltje voltooid is. In de letters M en P komt bovendien eene invulling met den double-point-d’espagne voor, die zoodanig wordt uitgevoerd, als afb. No. 38 en de daarbij behoorende beschrijving leert. Bij de letter M voert men eerst de 4 rijen met den double-point-d’espagne uit en vult dan de opening tusschen elke 4 rijen met een wieltje. De letter P wordt volgens afb. No. 39 gevuld, evenwel moet men in plaats van elke 3 stokjes aldaar uitgevoerd, telkens slechts twee stokjes naast elkander werken. Zijn de kantsteken binnen de letters voltooid, dan zoomt men volgens afb. No. 55 er het guipurekoord dicht met kleine steken op, die zoo onzichtbaar mogelijk moeten wezen. Het begin en einde van het koord haalt men door eene naainaald naar de achterzijde van de stof en bevestigt het aldaar. ― Afb. No. 57 stelt de letter A op de stof ingezet voor, afb. No. 56 leert de vervaardiging en toont tegelijkertijd aan, hoe de letters aan de achterzijde uitgevoerd, in den spiegel voorkomen, daar de verkeerde zijde van het borduurwerk later voor de rechterzijde gerekend wordt. Men verkrijgt daardoor een zuiverder werk. Eerst moet men de bestemde letters volgens afb. No. 63 op het geolied linnen teekenen, dit dan omkeeren, de letters nu aan de achterzijde voorkomende met een dikke lijn natrekken en het linnen op het papier hechten. Is dit geschied, dan naait men er het guipurekoord langs de teekening dicht met voorsteekjes op (zie afb. No. 56), bevestigt het begin en einde van het koord zeer zorgvuldig, en naait het koord daar, waar het zich kruist, met kleine zoomsteken aan elkander. Dan voert men naar aanwijzing van de letter aan een of aan beide zijden van het koord de festonneersteken uit, zooals afb. No. 13 en de daarbij behoorende beschrijving het leert, men moet bij elken steek zoo weinig mogelijk van het koord opnemen en aan de zijde van het koord insteken. De stokjes, die de omtrekken verbinden, worden evenals bij het festonneeren gespannen, daar men den draad volgens de afb. aan den tegenoverliggenden festonneersteek verbindt, het daardoor gevormde stokje een of tweemaal omwoelt, de picots volgens afb. No. 50 en de daarbij behoorende beschrijving uitvoert, het stokje nogmaals omwoelt, dan de naald door den laatsten festonneersteek steekt en verder festonneert, tot dat men aan de plaats gekomen is, waar het volgende stokje gespannen wordt. Afb. No. 60 stelt de uitvoering van de stokjes voor. Nadat alle stokjes gespannen zijn, voert men telkens naar de afb. van de letter en naar de voorafgegane aanwijzing de kantsteken uit. Is de letter voltooid, dan tarnt men haar zorgvuldig van het papier, hecht haar op den fond, rijgt de letter langs den buitenrand met borduurkatoen op den fond en festonneert de letter langs den voorgeregen draad op den fond. Men moet hierbij gedurig in de gefestonneerde bogen langs den buitenrand van de letters en ― waar de letter het vereischt ― in de picots van de stokjes steken, zie letter A, afb. No. 57. Onder de letter knipt men de stof langs de festonneersteken zorgvuldig weg.