Bekentenis van een Zondaar
Tussen de verwaarloosde zomerplanten op mijn balkon, lag een duif. Zijn bloed kleurde het maagdelijk wit van de sneeuw vuurrood. De duif had z’n laatste adem de wereld in gestuurd bij zonsondergang, kijkend naar een koude hemel.
Ik, mijn naam is James, had het allemaal gezien. Ik zag de arme ziel met een noodvaart tegen mijn enkelglazige raam vliegen, waarop twee minuten van pijnlijk uitziende stuiptrekkingen volgden. Ik zag ‘m zelfs doodgaan. En ik deed niets, ik keek slechts toe.
Ik geef eerlijk toe dat ik doodsangsten heb uitgestaan toen de desbetreffende duif koos om zijn leven op die manier te eindigen. Ik was bang voor het bloed, ik was bang voor enge ziektes – je weet dat duiven de vliegende ratten zijn – ik was bang voor de dood, ik was zelfs te bang om de dierenambulance te bellen. Ik had het arme dier kunnen redden, ik had ‘m een toekomst kunnen geven, maar in plaats daarvan stal ik z’n glorie, zette ik een groot slot op de deur naar de tijd die nog komen zou en weigerde ik om ‘m de sleutel te geven. Wat gaf mij het recht om andermans leven zo te bepalen?En andersom, wat gaf die stomme duif het recht om mijn leven zo drastisch te beïnvloeden. Die rattenvogel had er nu wel voor gezorgd dat mijn geweten mij aanzag voor een heerlijk zondagsmaal en mij, zonder eerst degelijk te kauwen, naar binnen schranste om me daarna, na een langdurig verteringsproces, waarbij de nodige onplezante situaties voor de passieve persoon plaatsvonden, weer uit te poepen, waardoor ik alleen nog maar een miezerig klein drolletje was dat ergens verschrikkelijk veel spijt van had. Goed, ik overdrijf, maar het komt erop neer dat de duif mijn leven zeker had veranderd.
Buiten hoorde ik een fietsbel. De mevrouw op de fiets ging gewoon door met haar leven, alsof het drama wat zich hier op dit balkon had afgespeeld de normaalste zaak van de wereld was. Het kon ook de normaalste zaak van de wereld zijn, maar niet in deze wereld, niet in mijn wereld, want ik had deze duif vermoord. En moorden is niet goed, toch? Als ze eens wist hoe verschrikkelijk harteloos en egocentrisch ik had gehandeld. Niemand zou ooit nog met mij willen praten als ze erachter zouden komen. Of wat zeg ik, men zou niet eens meer met mij willen leven of zou mij het leven niet meer gunnen. Want wie wil nou dat zijn zuur verdiende AOW centen naar een koelbloedige moordenaar gaan, wie wil nou voorrang geven bij een zebrapad aan een maniak die bij klaarlichte dag de meest duistere zonden begaat, wie wil dat zijn kind in de bus nietsvermoedend naast een dodelijke crimineel komt te zitten. Niemand! Toch?
Ik haalde mijn schouders op (wat gebeurd is, is immers gebeurd) en zuchtte diep, zo’n trillerige huilzucht die vrouwen normaal gesproken gebruiken om hun vriend of man of minnaar te manipuleren. En daar kwamen de tranen weer. Ik weet het, dit klinkt allemaal heel vreemd, maar ik zweer dat het echt zo is gegaan en niet anders. En wat dan nog? Mag een man tegenwoordig niet meer huilen? Of mag een man tegenwoordig alleen huilen als zijn favoriete voetbalclub geen landskampioen is geworden, maar op een pijnlijke tweede plek onder de aartsrivaal komt te staan? Soms wil ik ook gewoon huilen om andere dingen; mooie films, lekker eten, gemene opmerkingen, dode duiven, een slecht zelfbeeld, ontdekken dat je buren een mooiere stereo-installatie hebben dan jij en alleen maar Schlagermuziek spelen. Mag ik?
In het bijzijn van anderen vind ik nooit iets sneu of zielig en al helemaal niet als het om dieren gaat. Natuurlijk vind ik dat stiekem wel, maar dat zou ik nooit laten merken. Stel je voor, als ik alles wat ik zielig vond zou benoemen, zou ik over niets anders meer kunnen praten; denk aan die zielige kleine zeehondjes die worden doodgeknuppeld in opdracht van seksueel gefrustreerde mannen die denken dat ze hun vriendin terug kunnen winnen door haar een huid van een doodgeknuppelde babyzeehond te geven, denk aan de pandabeertjes die over een paar jaar helemaal geen huis meer zullen hebben omdat seksueel gefrustreerde mannen alle bamboe omhakken om daar fabrieken neer te zetten waar ze dan make-up kunnen produceren zodat zij hun vriendin kunnen terugwinnen door haar de nieuwste lippenstift te geven (nu in het mooiste rood), en dan heb ik het nog niet eens over die zielige honden, die vlak voor de zomervakantie aan een boom in het bos worden gedumpt om aan hun noodlot overgelaten te worden. Dat is toch sneu? Dat is toch zielig? Daar mag ik toch wel gevoelens over hebben?
Eigenlijk was ik van plan om de duif daar gewoon te laten liggen, zodat ik iedere dag aan hem herinnerd werd (je weet wel, een vorm van zelfkastijding om te voorkomen dat ik door iemand anders zou worden gestraft), maar dat kon niet, want m’n ouders kwamen eten en ik moest natuurlijk niet al te gruwelijk voor de dag komen.