Schatten op zolder
Bert* vond de kinderboekjes “Kajalla” en “Van Tommie en Fientje” op zolder in zijn ouderlijk huis. Zijn vader las deze boekjes als kind. “Kajalla” vertelt over de avonturen van het (fictieve) Congolese kindje Kajalla en zijn zusje Moadi. De schrijver wilde zo Belgische kinderen tonen hoe hun Congolese leeftijdsgenootjes leefden: “Moeten Kajalla en Moadi niet naar school? O neen! Er is geen school waar zij wonen! Er is ook geen kerk! Kajalla en Moadi hebben nog nooit een witte man gezien! Wat doen die negertjes dan de ganse dag?”. Het antwoord op deze vraag ontdekt de lezer doorheen het verhaal: zo leren Kajalla en Moadi boogschieten, witte mieren verdrijven en een luipaard vangen.
© Averbode
Het boekje bracht een heel stereotiep beeld over het leven in Congo. Tegelijk wilde de auteur ook een missionerende boodschap meegeven: “…dat gebeurt nog alle dagen in de dorpen van Kongo, waar nooit een missionaris geweest is. Daar leven de negertjes nog altijd zo: zonder God, zwart van vel en zwart van ziel!”. De schrijver vroeg de lezertjes te bidden voor het missiewerk, en hoopte dat enkelen onder hen voor een leven als missionaris zouden kiezen.
© Averbode
“Van Tommie en Fientje” gaat ook over de avonturen van twee zwarte kindjes. In tegenstelling tot “Kajalla” speelt de achtergrond of huidskleur van de kindjes geen rol in de avonturen die ze beleven. De zwarte personages werden echter heel stereotiep getekend.
© Broos
Bert vindt dit laatste boekje choquerender dan “Kajalla”. De overduidelijke missieboodschap in “Kajalla” maakt het voor hem tot een typisch product van zijn tijd, waarin een paternalistische visie op Congo normaal was. Net omdat in “Van Tommie en Fientje” een erg gewoon verhaal gebracht wordt, maar op een heel stereotiepe manier, vindt hij dit minder onschuldig.
Voor Bert zijn de kinderboekjes niet louter restanten uit een ander tijdvak, maar hebben ze ook een persoonlijke betekenis. De boekjes zijn voor hem immers vervlochten met het koloniale verleden van zijn familie. Zijn grootmoeder werd geboren in Belgisch Congo en liep school in België. Daar leerde ze Bert’s grootvader kennen, die studeerde aan de Koloniale Hogeschool in Antwerpen. Eind jaren 50 trokken ze samen naar Congo, waar Bert’s grootvader assistent-gewestbeheerder werd. Hij stond in voor administratieve taken en andere opdrachten zoals de bewaking van gevangenen. Toen Congo onafhankelijk werd, moesten ze terugkeren naar België, waar ze zonder job en woning arriveerden.
Bert’s grootouders ervaarden de Congolese onafhankelijkheid als het einde van hun “Congolese droom”. Het plotse vertrek uit Congo voelde aan als het achterlaten van hun thuis. Eenmaal in België, kregen ze weinig steun van de Belgische overheid. De eerste job die Bert’s grootvader kon vinden, was in een supermarkt.
© Broos
Het koloniale verleden van België is voor Bert en zijn gootvader geen evident gespreksthema. Kritische reflecties van Bert’s kant ketsen af op de nostalgie van zijn grootvader naar Belgisch Congo. Boekjes als “Kajalla” en van “Tommie en Fientje” passen helemaal binnen zijn paternalistische visie: zonder gezag en hulp van blanken redden de Congolezen het niet. Bert’s grootouders zagen Congo nooit meer terug, maar dit hoofdstuk uit hun leven blijft alomtegenwoordig: ivoren beeldjes, Congolese bogen en souvenirs sieren hun huis.
De stereotiepe beeldvorming in de boekjes vertelt Bert iets meer over de opvoeding die zijn grootouders en ouders kregen. Omdat hij meende dat zo’n ideologie tot een bepaalde periode behoorde, schrok hij erg toen hij een “Artiscoop”-boekje uit zijn kindertijd opnieuw onder ogen kreeg. Dit informatieve schriftje uit 1994 bevat een cartoon waarop een Congolese man Congo bouwt met bakstenen die een Belgische koloniaal aanbrengt. Het tafereel bood een sterk koloniale blik op de Congolese geschiedenis én beeldde de Congolese man heel stereotiep af. Helaas kunnen we deze afbeelding niet tonen omdat we hiervoor geen toestemming kregen van “Artis Historia”.
*Bert is niet de echte naam van de eigenaar van de boekjes. Omdat het om een persoonlijke familiegeschiedenis gaat, wenst hij anoniem te blijven.












