Noah Kahan

titsay
KIROKAZE

Jimmy Eat World
đ
No title available

Kiana Khansmith
Fieri Frames

Origami Around
"I'm Dorothy Gale from Kansas"
đ©” avery cochrane đ©”

gracie abrams
ojovivo
â

shark vs the universe
hello vonnie

No title available
Cookie Run:Kingdom Official!
2025 on Tumblr: Trends That Defined the Year
No title available

seen from Iraq
seen from United Kingdom
seen from United Kingdom
seen from Kazakhstan
seen from United States

seen from Australia
seen from Bahrain
seen from Costa Rica
seen from Thailand
seen from Venezuela
seen from United Kingdom

seen from United States

seen from TĂŒrkiye
seen from Venezuela

seen from United States
seen from United States

seen from Argentina

seen from United Kingdom

seen from TĂŒrkiye
seen from Sweden
@tamarvangelder
De decentralisatie van het onderwijs ligt aan de basis van ons enorme lerarentekort, stelt AOb-voorzitter Tamar van Gelder.Â
Polder verzuipt
Er wordt veel gesproken en geschreven rond de formatie over een nieuwe bestuurscultuur. Over krachten en machten, over tegenkrachten en tegenmachten. De democratie is zo goed als de krachten elkaar ontmoeten en samenkomen. Zo ook in de polder. Het publieke bestel in Nederland drijft op de polder. En de polder kan alleen functioneren als de waterstand continu wordt geregeld. Zo ook het onderwijslandschap. Veel bestuurlijke processen in het onderwijs zijn ingericht via de polder. Die onderwijspolder kan dus alleen als alle deelnemende partijen voldoende in staat worden gesteld om hun werk te doen. Ik gebruik nog wel eens SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven) als voorbeeld van de polder. Het poldermodel in optima forma ingericht. Ik heb het plezier gehad om daar 5 jaar in het algemeen bestuur te zitten. In dat bestuur zijn georganiseerd bedrijfsleven en georganiseerd onderwijs vertegenwoordigd. Georganiseerd wil zeggen met een georganiseerde achterban (VNO-NCW, MBO Raad, FNV, CNV en namens het onderwijspersoneel de AOb). Dus niet een enkele voormens namens zichzelf, nee, een vertegenwoordiger van een hele groep met een gewogen inbreng. Met een duidelijke regierol voor OCW en een duidelijke opdracht.
Maar gaat het overal zo goed? Het eerlijke antwoord, nee. Veel te vaak wordt een opdracht in het veld uitgezet zonder dat de opdracht duidelijk is, zonder dat de uitkomsten tellen en zonder dat de inbreng van de organisaties echt serieus wordt genomen.
Neem het rapport van Merel van Vroonhoven , âsamen sterk voor elk kind'. Uitstekend rapport. Geschreven als onafhankelijk aanjager, maar daarna? Geen leraar is erbij gekomen.
Overleggen moet het doel niet zijn, maar de uitkomsten. Iedereen wil af van het lerarentekort, maar dat is geen makkelijke weg. Zonder structurele grote investeringen zal elke discussie zinloos zijn. Zonder een gelijkwaardige vertegenwoordiging van werkgevers en werknemers loopt elk idee bij voorbaat dood.
We trekken met elkaar nu al heel lang aan dit onwillige paard. En hoe langer dit paard in de wei blijft staan hoe onwilliger het wordt. Laten we stoppen met taskforcen, stuurgroepen en landelijke tafels. Elke term wordt verzonnen om de polder te omzeilen. Het probleem is duidelijk: er zijn veel te weinig leraren. De opdracht is hoe gaan we zorgen dat veel meer mensen in het onderwijs willen werken en blijven werken. En hoe gaan we de tussenliggende periode met elkaar zo goed mogelijk oplossen. Hiervoor moet de polder aan het werk, met voldoende middelen en regie vanuit OCW. Als AOb gaan we niet meer meedoen aan weer een taskforce of luchtballonen met tijdelijke investeringen zoals het nationaal groeifonds. Onze leerlingen verdienen het beste onderwijs, en dat willen we ze geven.
Op de helft
Na jarenlang actievoeren kwam er nog onverwacht geld vrij voor het dichten van de loonkloof tussen het primair en het voortgezet onderwijs. 500 miljoen tijdens de algemene politieke beschouwingen, een initiatief van de oude coalitie. Op het moment van schrijven van deze column houden we onze adem in voor de nog te vormen nieuwe coalitie. Er is nog veel meer nodig. Niet alleen voor het dichten van de loonkloof met deze 500 miljoen komen we net iets verder dan de helft maar ook voor kleinere klassen, werkdruk verlagen in het voortgezet onderwijs, meer voor onderwijs en onderzoek in het hoger onderwijs. We zijn er echt nog lang niet om het hele onderwijs weer op peil te krijgen. Maar toch⊠500 miljoen structureel is een hoop geld en dat wilden we vieren.
En wat doe je als je iets wilt vieren? Dan trakteer je op taart. Al die acties hadden we natuurlijk nooit kunnen doen als niet iedereen had mee gedaan. Daarom togen wij op onze bakfietsen het land in op weg naar hopelijk alle scholen in het primair onderwijs. Ik had een vrolijk knalroze pak aan gedaan. We brachten slechts halve taarten, omdat we de loonkloof helaas niet helemaal kunnen dichten met dit geld.
Op de eerste paar scholen werden we vrolijk ontvangen. Alleen op de laatste school ging het mis. Daar stond ik in mijn knalroze pak en vrolijke taart in de lerarenkamer. Op mijn vrolijke âHalloâ kwam de vraag: Hoezo draagt dit bij het aantrekkelijk maken van ons beroep? Ik bond direct in en stamelde iets van excuses. Terechte vraag natuurlijk: met een jolige actie en dit pak niet, maar wel met de waardering die jullie verdienen. âWij hebben hier genoeg collegaâs, we hebben geen taart nodig en we zijn hier met andere zaken bezig.â
Opgelaten liep ik het gebouw uit en probeerde mij te realiseren wat hier nu fout ging. De roep om het beroep van leraar in positief daglicht te brengen. schuurt met het aankaarten van de structurele problemen in het onderwijs. Beide moet gebeuren. Je wilt niet de hele tijd nadenken over de problemen die er misschien wel zijn op andere scholen, maar niet op jouw school. Gewoon bezig zijn met goed lesgeven. En die mensen hebben gelijk. Dat is ook het belangrijkste in het onderwijs. Maar toch wil ik vragen, ook als het bij jou nu wel goed gaat; wil je dan wel solidair zijn met de collegaâs die het op dit moment niet zo makkelijk vergaat?
Oude fiets
Ik woon aan een drukke fietsroute in een grote stad. Tussen 7 en 9 passeren letterlijk duizenden leerlingen op de fiets mijn straat. Ik kijk graag naar al die fietsers, ze geven kleur aan het straatbeeld. Maar ik denk ook na over het verhaal achter de fietsen.
De ene fiets is glimmend nieuw, harde banden, met een mooi design en een onzichtbare accu voor de elektrische aandrijving. Deze fietsers hebben letterlijk altijd wind mee. Ik zie ook de andere fietsen, rammelend, geen spatborden en slappe banden, te hoog of veel te laag voor de gebruiker. Deze fietsers hebben eigenlijk al wind tegen als ze opstappen. Wie let er op of je banden hard genoeg zijn? En is er iemand die een goede fiets voor je kan betalen?
In de afgelopen periode zagen we bij online onderwijs hetzelfde gebeuren. Hebben je ouders een goede internet verbinding, is er iemand die zorgt voor een goede laptop. Kun je aan iemand vragen wat je moet doen als je laptop het niet doet. Het ene kind heeft meer wind mee dan het andere. Veel mensen verdienen een eerlijke kans, maar niet iedereen krijgt dezelfde kans.
Al die fietsers zijn op weg naar hun school. De plek waar ze allemaal wel dezelfde kans horen te krijgen. Waar de conciërge ervoor zorgt dat er een goede fietspomp is voor je slappe banden. Door de tekorten in het onderwijs loopt die gelijke kans steeds verder uit de pas.
Steeds meer leerlingen krijgen naast hun reguliere onderwijs bijles, ingekocht door ouders die dit financieel op kunnen brengen. Omdat ze weten dat er in de overvolle klas soms te weinig aandacht is geweest. Of omdat ze zich zorgen maken over de zieke economie leraar zo vlak voor het eindexamen. Ik snap die ouders heel goed, maar het maakt mij ook verdrietig. Een slechte fiets, geen internet en geen geld voor bijles. Is dat nou de weg die we opgaan?
Hij/hem, hen/hun, zij/haar
Nu leerlingen weer naar school komen, is er een kans om goed kennis met ze te maken. Niet alleen door hun naam te vragen, maar ook met welk voornaamwoord ze willen worden aangeduid, schrijven docenten Nederlands Merlijn Borsboom en Nienke Draaisma in Trouw. Met welk ander voornaamwoord kan je dan aangesproken worden, zou je kunnen denken. Mijn jongste dochter neemt politici pas serieus als ze in hun instagramprofiel hebben staan hoe ze aangesproken willen worden: hij/hem, hen/hun, zij/haar (echt waar, niet verzonnen).
Volgens Merlijn Borsboom en Nienke Draaisma zorgt de vraag naar voornaamwoordaanduiding (scrabble!) voor een open start aan het begin van het schooljaar en is het bovendien een manier om het bewustzijn over genderdiversiteit te vergroten.
Het is zo bijzonder aan het onderwijs dat er elk nieuw studiejaar weer een nieuwe ronde is met nieuwe kansen. Een kans om het nog beter te doen dan het vorige studiejaar. Een kans om ervoor te zorgen dat leerlingen en studenten een goede start kunnen maken.
De vraag van Merlijn en Nienke zet mij ook aan het denken. Hoe inclusief is de AOb zelf als vereniging? Hoeveel ruimte is er om aan te geven hoe je aangesproken wilt worden? We hebben nog heel wat stappen te zetten om diverser en inclusiever te worden. De commissie Talent van het hoofdbestuur van de AOb houdt zich hiermee bezig (info via [email protected]). Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we diverser en inclusiever worden, is een belangrijke vraag van die commissie. Er zijn zoveel manieren om actief te worden binnen onze verenging. Maar spreken we jullie op de juiste manier aan? Er valt nog heel veel te doen. Op dit terrein, maar zoals jullie weten zijn er nog wel een paar andere uitdagingen. Ik heb zin in het nieuwe jaar. Om die uitdagingen aan te gaan vanuit mijn nieuwe rol als voorzitter.
Voetbal
De formatie wil niet erg lopen. Het is als een nieuwe schoolklas, waarbij niemand naast iemand wil zitten. Jammer, niet alleen voor de Nederlandse politiek maar vooral voor de maatschappij. De vraag wie met wie is onderhoudend maar uiteindelijk gaat het om de inhoud, en die inhoud heeft haast. Het is opvallend dat veel groeperingen uit de maatschappij spraken met de informateur, maar het onderwijs nog niet.
Voor de verkiezingen en voor de corona-epidemie was er veel aandacht voor de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. Die daalt. En dat heeft alles te maken met het oplopende lerarentekort. Het ministerie zelf heeft becijferd dat dit tekort de komende jaren oploopt tot meer dan tienduizend.
Zo vlak voor de zomer zijn alle scholen weer bezig om de formatie op orde te krijgen. En het gaat in sommige gebieden weer niet lukken. Geen verrassing, want ondanks een kleine opleving van het aantal aanmeldingen voor de lerarenopleidingen, is de uitval in het onderwijs nog steeds enorm. Collega's die het niet volhouden of genoodzaakt zijn iets anders gaan doen, het zijn er nog steeds heel veel.
Het onderwijs lekt, het lekt leraren. Vanwege corona is er nu tijdelijk extra geld. Maar van tijdelijk geld kun je de salarissen niet verbeteren. Kun je niet alle klassen kleiner maken, kun je niet nieuwe collega's met een vaste aanstelling aannemen. Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad, adviseert het kabinet terecht de voorgestelde investeringen structureel te maken.
Onderwijs is als voetbal. Iedereen heeft er een mening over. Wel naar school niet naar school, zomerschool, bijlessen, bonusjaar. Maar naar het onderwijzend personeel wordt niet geluisterd. Geef ons kleinere klassen. Geef ons minder werkdruk. Meer aandacht voor de leerlingen, meer collega's voor een behoorlijk salaris, want de echte experts dat zijn wij. Onderwijs is een topprioriteit zegt elke politieke partij van links tot rechts. Laat nu eens zien dat het echt zo is.
Actieve herinnering
Ze hebben het er maar druk mee in Den Haag. Blijft Rutte? En gaat hij dan wat minder lijden aan geheugenverlies? Wie wil er met hem in het kabinet zitten? En wat worden dan de speerpunten van het beleid?
Wat dat laatste betreft heb ik wel een suggestie. Want er is een dubbele crisis gaande in het onderwijs. Allereerst vanwege corona. Het online onderwijs en â later - het simultaan onderwijs (de helft van de leerlingen in de klas en de andere helft thuis): het haalt het niet bij gewoon goed onderwijs in de klas of, voor het vervolgonderwijs, in een collegezaal.
Maar de crisis dateert al van voor corona. Want tijdens corona moesten bijvoorbeeld de schoolramen open omdat er in veel klassen geen goed ventilatiesysteem is. En dat komt weer doordat scholen al jaren te weinig geld krijgen voor onderhoud. En verder, belangrijker nog, is er een te hoge werkdruk, zijn er te veel flexcontracten en veel te weinig leraren.
Maar goed, er is nu extra geld voor het onderwijs. En geen klein bedrag: maar liefst 8,5 miljard. Dat is veel geld. Maar het is eenmalig, dus we kunnen er geen collega's van in vaste dienst nemen. En als dat geld op is, gaan we weer terug naar ânormaalâ. Wat wil zeggen: terug naar te weinig. Terug naar te weinig geld voor onderwijs, naar een te hoge werkdruk, naar geen vaste contracten en een groot lerarentekort.
Daarom zeg ik: zorg voor structureel extra geld. Zodat we eindelijk kunnen doen wat nodig is: zorgen dat genoeg leraren in goede lokalen, met minder leerlingen per klas en tegen een behoorlijk salaris, het beste onderwijs kunnen geven dat de leerlingen zo hard nodig hebben.
Gelukkig hebben aardig wat politieke partijen structureel extra geld voor het onderwijs opgenomen in hun verkiezingsprogrammaâs. Ik hoop maar dat deze partijen daar straks in het nieuwe kabinet nog een actieve herinnering aan hebben.
Boodschappenlijstje
Goed onderwijs vormt het fundament van Nederland. Een buurt waar je je veilig voelt, een ziekenhuis waar je terecht kunt, het vinden van een baan die bij je past en het gevoel dat je altijd kunt en mag zijn wie je bent: het begint bij onderwijs. Vandaar dat ons boodschappenlijstje voor de informateur helder is: herstellen van een crisis doe je door te investeren. Investeer structureel in onderwijs. Dat âstructureleâ zal jou niet verrassen. Daar voeren we al vier jaar actie voor. In het regeerakkoord moeten afspraken komen om het lerarentekort echt aan te pakken, te beginnen met het oplossen van de loonkloof tussen het primair en voortgezet onderwijs. Zorg voor voldoende bevoegde leraren. Ga het lerarenlek tegen: zorg dat het aantrekkelijk blijft om in het onderwijs te werken en beteugel de werkdruk. Met kleinere klassen kun je wonderen verrichten. Zorg dat werken in het onderwijs ook zekerheid biedt. Vaste banen zijn daar voor nodig: in het wetenschappelijk onderwijs heeft 40 procent van de medewerkers een flexcontract. Iedereen weet dat een baan in het onderwijs hard werken is. Daar hoort een passend loonstrookje bij waar je trots op mag zijn. En voor iedereen die denkt âer staat voldoende op de banken van de instellingenâ: uit verschillende onderzoeken blijkt dat er in alle onderwijssectoren geld bij moet (van bijvoorbeeld 1 miljard in het wetenschappelijk onderwijs en 150 miljoen in het mbo). Laten we erbij regelen dat het geld op de juiste plek terecht komt. Daar hebben we wel ideeĂ«n over. Investeer in onderwijs! We zijn cruciaal en dat hebben we tijdens de crisis weer kunnen zien. Wij wisten dat natuurlijk altijd al. Nu weet de rest van Nederland het. Iets om in de formatie niet te vergeten. Investeer dus in onderwijs zodat wij met voldoende collegaâs goed onderwijs kunnen verzorgen voor leerlingen en studenten.
Stage gezocht
Een belangrijk onderdeel van het mbo is beroepspraktijkvorming (bpv), beter bekend onder de noemer stage. Studenten in het mbo lopen op veel verschillende manieren stage: blokstage, lintstage, snuffelstage etcetera. Eigenlijk geldt dat voor veel in het mbo: er zijn veel wegen naar Rome. Van eenjarige tot vierjarige opleidingen, leren en werken (bol), werken en leren (bbl), praktijksimulaties, contextrijke leerroutes, maar goed ik dwaal af. Terug naar de stages. De coronacrisis raakt iedereen hard. In de publieke sector is de werkdruk vaak zo groot, dat er grote personeelstekorten zijn. Denk aan de zorg, politie, maar ook aan het onderwijs. Ook de beschikbaarheid van stages en leerbanen voor mbo-studenten staat onder druk. Dit geldt mede voor vmbo-leerlingen in een leerwerktraject en leerlingen van het praktijkonderwijs en vso. Het is alle hens aan dek om er voor te zorgen dat er voldoende stages en leerbanen zijn. Niet stage kunnen lopen betekent geen diploma. Je zal maar zeventien jaar zijn en een opleiding voor managementassistente volgen. Vierkante ogen van het online onderwijs en geen stageplek
Docenten gooien al hun improvisatievermogen in de strijd met vervangende opdrachten en ideeĂ«n voor alternatieve bpvâs, maar niets kan een echte stage vervangen. Levensecht leren, echt contact met echte mensen. Zo belangrijk. Zonder stage is de kans groter dat studenten uitvallen, voortijdig schoolverlaten, geen startkwalificatie halen. De jeugdwerkeloosheid zal stijgen. Ook de Onderwijsinspectie is het opgevallen dat studenten zonder startkwalificatie de eerste zijn die op straat komen te staan in tijden van crisis. Er is nu een tekort aan stages en leerbanen van 15.686 stuks. Hoe zorgen we voor voldoende stageplekken? Door er aandacht voor te vragen. Stel in jouw eigen omgeving de vraag of er ruimte is voor een stagiaire.
En ja, de begeleiding van een stage kost tijd, maar dat verdient zich dubbel en dwars terug. Je helpt een student, je helpt een onderwijsteam, je helpt de maatschappij en de economie.
Nog niet klaar
Ik stel me opnieuw kandidaat voor het dagelijks bestuur van de AOb. Ik ben nog niet klaar.....dit is waarom: Na jaren aan kwaliteitsverbetering van onderwijs (in po, vo en mbo) te hebben gewerkt, was de AOb een diep gewenste stap voor mij.Â
Sinds 2,5 jaar als algemeen secretaris richt ik mij met heel veel plezier samen met collegaâs op themaâs als vermindering van werkdruk, lerarentekort, transparantie en toegankelijkheid.
De AOb moet een levendige vakbond zijn; een netwerk diep verankerd in de haarvaten van scholen. Het is dĂ© vertegenwoordiger van professionals â leraren, leiders en ondersteuners â die strijdt voor goed onderwijs. Die eist een prettige werkplek, waar mensen met plezier werken. En voldoende ruimte, zodat de professionals  daadwerkelijk die kwaliteit kunnen leveren. Samen vormen wij een kritische en redelijke tegenmacht, opgebouwd vanaf de werkvloer.
In mijn korte AOb-tijd hebben we een mooi CAO-resultaat bereikt in het mbo door een goed samenspel met leden. Vermindering van werkdruk en kansen voor starters zijn nu onderdeel van de CAO. 60.000 actievoerders in het Zuiderpark was voor mij als actiecoördinator een hoogtepunt. Ik heb hard gewerkt aan innovaties bij de AOb: van kritische vrienden tot digitaal registeren bij stakingen en online bijeenkomsten. Transparantie en toegankelijkheid vind ik essentieel voor de toekomstbestendigheid van de AOb.
Wil je meepraten over de verkiezingen dan kan dat via de voorbereidende avâs van de AOb.
11 maart in Rotterdam 12 maart in Amsterdam 13 maart in Groningen 18 maart in Arnhem 19 maart in Eindhoven
Op 21 en 22 maart is Algemene Vergadering waar de verkiezing plaats vindt.
Aanmelden kan via aob.nl/agenda
Newbee in vakbondsland
Het is nu alweer twee jaar geleden dat ik door de algemene vergadering van de AOb gekozen ben tot het lid van het dagelijks bestuur. Tot die tijd was ik opleidingsmanager van de leukste school in Nederland: MBO College Amstelland.
Samenwerken met docenten en ondersteunend personeel aan goed onderwijs voor studenten is iets wat het zo geweldig maakte. Werken in een school met direct studentencontact mis ik zeker, maar genoeg te doen in mijn nieuwe rol. En ik kom qua samenwerken met docenten en ondersteunend personeel voldoende aan mijn trekken.
Bijvoorbeeld in het cao-traject is samenwerking met leden (onderwijspersoneel uit het mbo) de basis. Dit is overigens het eerste cao-traject waarbij ik betrokken ben, aangezien het onlogisch was om eerder halverwege in een traject te stappen. Wat een bijzonder traject om zo voor het eerst mee te maken.
Als newbee in vakbondsland valt me op dat er veel âgetraptâ wordt gewerkt. Samen met  de leden van de AOb wordt de inzet voor een nieuwe cao in het mbo bepaald. In de sectorraad (vertegenwoordigers van bijna alle mbo-instellingen) worden de prioriteiten bepaald. Hier wordt wel rekening gehouden met de  speerpunten van arbeidsvoorwaardennota van de FNV (de AOb is immers onderdeel van de FNV).  Ook worden deze prioriteiten hier in huis aangescherpt en afgestemd met de andere onderwijssectoren.
De volgende âtrapâ is afstemming met de collega-bonden die ook aan de cao-tafel zitten namens de werknemers in het mbo. Samen met de CNV, UnieNFTO en FNV Overheid wordt er gewerkt aan een gezamenlijke inzet. Ook dat vergt veel overleg en afstemming.
Dan de het cao-overleg zelf. Met de werkgeversdelegatie hebben we een werkagenda opgesteld met prioriteiten voor de korte en lange termijn. Elk overleg maken we stappen richting een resultaat waar ik de trap weer mee af en op ga terug naar leden. Ik hoop dan ook snel met een resultaat te komen waar de leden (en niet-leden) in het mbo echt blij van worden. Bijvoorbeeld stappen voor de vermindering van werkdruk en meer loon. Een resultaat dat bijdraagt aan de basis voor kwaliteit van onderwijs aan studenten in het mbo. En dat als newbee....
gepubliceerd maart â18 Onderwijsgids
Vervolg van een bijzondere dag met een bijzonder mooi verhaal bijzonder mooi voorgedragen door @saar._ #4mei #stilletocht
âJe bent zelf een topstukâ #rabofamiliedag #stedelijkmuseum #topstuk #topdag (bij Stedelijk)
Bijzonder om een stoet van 2km van 20.000 mensen door de stad aan te mogen voeren #pocoderood #aob #demonstreerweer Nu nog resultaat!
60.000 stakers door weer en wind #pocoderood #pofront (bij Zuiderpark)
đ #nouri