Woestijn
de dood nadert mij
dagelijks, als zieke angst.
zij nadert me
nog om die keer
toen ik haar maandenlang
onafgebroken in de ogen staarde.
als dwang zag ze eruit, als schaduw
waarvan het bewegen Waarheid is,
als nieuwe huid rondom
een oude slang.
de dood nadert mij
dagelijks, als zieke waan
dat Gij, die Liefde waart,
haar zoudt overwinnen.
de woestijn ligt achter me. haar aanblik
blijvend in mijn oog gebrand.
droogte. zwart. wormen eten
het vlees van mijn hand, die
reikt naar water.










