"Words are but symbols for the relations of things to one another and to us; nowhere do they touch upon the absolute truth"
F.Nietzsche
Untranslatable words form other cultures
via blog.maptia.com
almost home
cherry valley forever
NASA
🩵 avery cochrane 🩵
untitled
d e v o n
hello vonnie
TVSTRANGERTHINGS
𓃗
I'd rather be in outer space 🛸

oozey mess

No title available

PR's Tumblrdome

⁂
Xuebing Du
h
ojovivo

@theartofmadeline
trying on a metaphor
Cosimo Galluzzi

seen from Singapore

seen from United States
seen from United States
seen from Azerbaijan

seen from Türkiye
seen from Jordan

seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from United States
seen from Türkiye
@woordenzin
"Words are but symbols for the relations of things to one another and to us; nowhere do they touch upon the absolute truth"
F.Nietzsche
Untranslatable words form other cultures
via blog.maptia.com
woordenschat
niche- is een specifiek, vaak klein, afgebakend en bewerkbaar deel van een markt.
deprivatie- medisch: een gemis dat leidt tot ziekteverschijnselen: het (doen) ontberen van iets nodigs of aangenaams
hegemonie- noemt men het overwicht op uiteenlopende gebieden als, politiek, handel, cultuur en ideologie van een partij, persoon ofstaat over andere partijen of staten.
kloek- een vrouwelijk hoenderachtige die kuikens heeft, ook wel: dapper, energiek, braaf, flink
gekonkel(foes)- Achterbaks gesmoes
godbetert- uitroep als je verontwaardigd bent
soigneren- met zorg zijn toilet maken,
kadaverdiscipline- gehoorzaamheid als van een willoos instrument
kond- bekendmaking, kennisgeving
tanen- minder worden, achteruitgaan
woordenschat
geriefelijk- Aangenaam, Comfortabel, Gemakkelijk, Gezellig, Makkelijk
soeverein-hoogste macht of gezag
tactiel-tastbaar, voelbaar
elegie- klaagzang
povere- arme
vedette- vooraanstaand, bekend persoon
amorf- zonder duidelijke structuur
accolade- ridderslag
fiducie- vertrouwen op een goede afloop of uitslag
euveldaad- misdaad
plengen- gieten, vergieten, storten
cumulatief- opstapelend, gesommeerd over alle bijdragen tot heden
Incubus- is de naam die in de middeleeuwen werd gegeven aan een mannelijke demon die vrouwen in hun slaap zou bezoeken. Deze gemeenschap zou dan geleid hebben tot de geboorte van heksen, demonen en misvormd nageslacht. De vrouwelijke tegenhanger is de succubus.
diffuus- (medisch) zonder scherpe begrenzing, (natuurkunde) in willekeurige richtingen verstrooid
occult- de esoterische wijsbegeerte verstaan. In het dagelijks spraakgebruik wordt occultisme ook wel als synoniem van esoterie gebruikt. Eenvoudig gesteld werden alle (geloofs)overtuigingen die buiten de gevestigde religies vielen, als occult bestempeld.
crescendo- dynamieknotatie die aangeeft dat in een gegeven passage geleidelijk de toon moet versterkt worden.
implementeren- verwezenlijken, tot uitvoer brengen / een nieuw systeem invoeren in een organisatie
dissidenten- individuen of groeperingen die zich verzetten tegen de overheersende opvattingen of beleidslijnen op religieus, politiek of sociaal gebied.
adagium- (meervoud "adagia", van het Latijn ad agium, "zoals ik zeg") is een wijsgerige spreuk, een filosofische of moraliserende uitspraak die kan worden aangehaald om een levensbeschouwing toe te lichten of een gemaakte keuze te verklaren. Het is een regel die wordt gezien als een wijsheid die zijn waarde heeft bewezen.
alliteratie- ook stafrijm of letterrijm genoemd, spreekt men bij gelijkheid van de beginmedeklinkers van twee of meerdere beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen een uitdrukking, prozazin of vers. De dunne dokter duwde de dikke dame door de draaideur.
sanatorium- een herstellingsoord voor chronisch zieke patiënten.
Wislawa Szymborska
De juryleden van de Nobelprijs noemden de dichteres in 1996 de 'Mozart van de poëzie'. Een vrouw die 'de elegantie van taal wist te combineren met de razernij van Beethoven'. Gedichten van Szymborska worden zowel politiek als speels genoemd, ze was een dichteres die humor gebruikte op onvoorziene wijze. Szymborska, geboren in 1923 in Kornik bij Poznan, studeerde letterkunde en sociologie in Krakau. Haar eerste gedichten publiceerde ze vanaf 1945. De Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Radoslaw Sikorski, repte over 'een onvervangbaar verlies voor de Poolse cultuur'. Een van haar gedichten: Het schrijven van een C.V. Wat moet je doen? Je moet een aanvraag indienen en bij die aanvraag een c.v. insluiten. Ongeacht de lengte van het leven moet het c.v. kort zijn. Bondigheid en selectie zijn verplicht. Vervang landschappen door adressen en wankele herinneringen door vaste data. Van alle liefdes volstaat de echtelijke, en van de kinderen alleen die welke geboren zijn. Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent. Reizen alleen indien buitenlands. Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom. Onderscheidingen zonder waarvoor. Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven. Ga zwijgend voorbij aan honden, katten en vogels, rommeltjes van vroeger, vrienden, dromen. Liever de prijs dan de waarde, de titel dan de inhoud. Eerder nog de schoenmaat dan waarheen hij loopt, hij voor wie jij doorgaat. Daarbij een foto met één oor vrij. Zijn vorm telt, niet wat het hoort. Wat hoort het dan? Het dreunen van de papiervernietigers.
Woordenschat
obscuur: donker, duister, onbekend: zo van dat je niet weet wat je er van moet denken
Deo volente: is een Latijnse uitdrukking, die “zo God het wil” betekent. Deze uitdrukking wordt, vaak afgekort tot “D.V.”, gebruikt bij aankondigingen van vergaderingen, bruiloften en andere evenementen om aan te geven dat men als mens de toekomst niet onder controle heeft, maar afhankelijk is van God.
wedijveren- proberen beter te zijn in iets dan iemand anders, concurreren
balling- iemand die uit zijn land is verbannen
twistappel- is een uitdrukking voor een geschilpunt, waar behoorlijk onenigheid over bestaat, zelfs ruzie over gemaakt wordt. (zie Griekse mythologie)
apologie- verdediging, verdedigingsschrift.
schaking- is het zonder toestemming wegvoeren van een vrouw, met de bedoeling om met haar te gaan samenwonen of trouwen.
de facto- in feite, in de praktijk
clandestien- verboden en geheim
billijken- goedkeuren of toestaan
performatief- De eigenschap van een werkwoord dat een handeling aanduidt die plaatsvindt tijdens de uitspraak. bijv: Ik doop u Willibrordus. (Door het uitspreken van deze zin geschiedt de taalhandeling, namelijk het doopsel.) Ik arresteer u op verdenking van tegendraadsheid. (De arrestatie grijpt plaats met het uitspreken van deze zin.)
evenknie- iemands gelijke in eenig vak van kunst of wetenschap.
meritocratie- (vrij vertaald: geregeerd door degenen die het verdienen) is een maatschappijmodel waarin de sociaal-economische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar verdiensten (merites). Hierbij gaat het dus niet direct om de aanleg die men heeft, maar wat men met die aanleg doet. Andere factoren, zoals afkomst, grond- of geldbezit, ras en geslacht mogen er (in principe) geen rol bij spelen.
relict- is een organisme, soort of verschijnsel (ecosysteem, geologische structuur of mineraal) uit vroegere tijden dat de grote veranderingen sindsdien in het milieu heeft overleefd, terwijl de andere soorten zijn uitgestorven dan wel verdwenen. De term relict wordt ook wel gebruikt voor een organisme of soort dat ooit in groten getale voorkwam, maar nu alleen nog in kleine gebieden.
ostentatief- als je iets duidelijk wilt maken door op te vallen: bv ostentatief kuchen
Woordenschat
sublimatie: de directe faseovergang van een stof uit de vaste fase naar een gasvormige fase. (zie ook anw)
establishment- de gevestigde ord
enclave- een gebied dat geheel wordt omsloten door grondgebied van één andere partij. Sommige enclaves zijn onafhankelijk (San Marino, Vaticaanstad en Lesotho) en andere behoren tot een andere staat en zijn daardoor tevens exclaves.
gezapig- gemoedelijk, kneuterig, saai
hybride: nauwe vermenging van ongelijksoortige zaken. Bijv. in de muziek of beeldende kunsten is een kruising tussen twee of meerdere genres die wezenlijk van elkaar verschillen.
coherentie: samenhang.
interferentie: storing
Laveren: (met een zeilboot) zigzaggend tegen de wind in varen
nymfomanie: is een vorm van seksualiteit bij vrouwen die gekenmerkt wordt door een libido dat sterker ontwikkeld is dan in de betreffende cultuur als normaal wordt ervaren. De term heeft vaak een negatievere bijklank dan de algemene term hyperseksualiteit.
mondain: met een luxueuze, grootsteedse sfeer, werelds (mondiaal)
funest: noodlottig
wellustig: vol verlangen naar lichamelijk, meestal seksueel genot
platitude: platte of afgezaagde zinsnede: Ik begon het gesprek met de platitude 'heb je een vuurtje voor me?'. De politicus bediende zich van de platitude dat we wel rekening moeten houden met toekomstige generaties.
Woordenschat
kwinkslag- geestig gezegde
geharrewar- gekibbel
beaat- dom bewonderend, schijnheilig
schelmachtig- ondeugend
concipiëren- (onovergankelijk) zwangerworden, (overgankelijk) ontwerpen, opstellen
turf- veen als brandstof of dik boek of groep van vijf streepjes
ronken- diep slapen, en een geluid tussen zoemen en sputteren
Catch-22 is een term, afkomstig uit de roman Catch-22 van Joseph Heller, waarin een algemene situatie wordt beschreven waarin een individu twee acties dient te verwezenlijken die wederzijds afhankelijk zijn van de andere actie, welke als eerste dient te zijn voltooid.
In het boek van Heller probeert luchtmachtmilitair Yossarian onder gevaarlijke gevechtsmissies uit te komen door zichzelf krankzinnig te laten verklaren. De behandelend arts vindt het echter heel verstandig dat Yossarian onder de missies probeert uit te komen door zichzelf krankzinnig te laten verklaren, en acht daarmee bewezen dat Yossarian niet krankzinnig is, maar juist heel verstandig. De arts verklaart hem volledig gezond, wat tot gevolg heeft dat Yossarian gevaarlijke gevechtsmissies moet blijven vliegen.
Een ander voorbeeld van deze situatie komt naar voren bij het zoeken van een baan. Een Catch-22-situatie ontstaat als men zonder werkervaring geen baan kan krijgen, maar men zonder baan geen werkervaring kan opdoen.
Een Catch-22-situatie heeft relatie tot, maar is niet hetzelfde als, in een vicieuze cirkel terechtkomen.
precedent- een voorval waarop men zich kan beroepen als een nieuw dergelijk geval zich voordoet om er hetzelfde gevolg aan te geven.
mandaat- de bevoegdheid om in naam van een ander te handelen, maar zonder de daarbij horende verantwoordelijkheid.
charlatan- een speciaal soort oplichter die voorziet in zijn behoeften door systematisch mensen te bedriegen over zijn afkomst, vaardigheden, intenties of prestaties. Een charlatan maakt gebruik van zijn charme. Het woord wordt ook wel gebruikt voor mensen die zonder zelf de bewuste intentie te hebben te misleiden ideeën of denkbeelden presenteren die zij zelf voor waar houden maar die de wetenschappelijke toets der kritiek niet kunnen weerstaan.
vlieden- vluchten, stromen
weerspannig- tegendraads, dwars
discours- Gebrek aan overeenkomst onder personen, groepen, of dingen, Het spreken van een bepaalde groep op een bepaald niveau; vertoog, Spanning of geschil dat uit een gebrek aan overeenkomst voortvloeit; meningsverschil.
piëta (Italiaans: pietà, wat 'compassie' of 'piëteit' betekent) is in de kunst de benaming voor een afbeelding of uitbeelding van de dode Christus vergezeld door Maria of engelen. Het kan een schilderij of een beeld zijn.
ontvankelijk- een officieel schrijven aan een overheid als die aan formele voorwaarden voldoet.
badineren- een spottende opmerking maken
pathetisch- uitdrukking gevend aan heftige emotie, dramatisch
zinnebeeld- symbool
Status quo (Latijn voor "bestaande toestand") duidt een bereikte politieke toestand of situatie aan, die gehandhaafd dient te worden.
angehaucht- ergens een liefhebber of aanhanger van zijn, meer in het bijzonder: daartoe geneigd zijn, daarop ingesteld zijn, daardoor beïnvloed zijn.
vernuftig- verstandig
tout court- kortom
cohort- een grote groep mensen, maar eigenlijk een indeling in het Romeinse leger
Spreekwoord: te berde brengen
Berde betekent van oorsprong 'plank, tafel'; het is verwant aan bord. Ook het Duitse Brett('plank') en het Deense, Noorse en Zweedse bord ('tafel') zijn verwante woorden. De letterlijke betekenis van iets te berde brengen is dus 'iets ter tafel brengen (om het te bespreken)'.
De uitdrukking te berde brengen is voor het eerst op papier aangetroffen in 1644, in de betekenis 'betalen'. Niet veel later kwam de zegswijze voor het eerst voor in de huidige betekenis. Iets ouder is de variant te berde komen; deze werd voorzover bekend in 1602 voor het eerst opgeschreven.
Woordenschat
periferie- rand, omtrek
autarkie- of gesloten staatshuishouding is het (al dan niet economisch) streven zo min mogelijk afhankelijk te zijn van anderen. Zelfverzorging of zelfvoorziening.
apert- zeer duidelijk, beslist
dystopie- is een (denkbeeldige) samenleving met louter negatieve eigenschappen waarin men beslist niet zou willen leven. Tegenovergesteld aan utopie.
rudimentair- betekent algemeen gezien dat iets niet langer tot ontwikkeling komt, of weinig tot ontwikkeling is gekomen.
doende- bezig
honorarium- nanciële vergoeding door de cliënt voor de dienstverlening, geestelijke en artistieke arbeid, aan de beoefenaars van vrije beroepen: accountants, advocaten, architecten, artsen, auteurs, notarissen, kunstschilders, enz.
opteren- kiezen
fundgrube- "plaats waar men veelvuldig vinden kan wat men zoekt"
gotspe- is een begrip dat moeilijk te omschrijven is. De betekenis ligt in tussen de begrippen onbeschaamdheid, brutaliteit in extreme vorm en iets onbehoorlijks.
dixit- hij/zij heeft gezegd (dicere)
omineus-voortekenen bevattend, dreigend, onheilspellend, het gevoel gevend dat er iets ergs gaat gebeuren of veelzeggend
avant gardistisch- In de stijl van een jonge generatie kunstenaars die met nieuwe vormen expirimenteerd.Het concept avant-garde werd een metafoor voor het vernieuwende werk van kleine groepen intellectuelen of kunstenaars die voor de grote massa uitliepen.
baarlijk- zich in zijn ware vorm vertonend, klinkklaar, overduidelijk
evident- overduidelijk
confrater- ambtgenoot, collega, confrère, vakbroeder
debiteren- verkopen opdissen, ophangen, verspreiden, vertellen
lucide- helder
lucide droom- droom waarin je bewust bent van dat je droomt
patriot- iemand die liefde voor het vaderland voelt
nepotisme- is het begunstigen van eigen familieleden of vrienden door autoriteiten of door en binnen (grote) bedrijven, bijvoorbeeld door ze in hoge functies te benoemen of door ze opdrachten te gunnen. Vriendjespolitiek
gestoeld/stoelen- is gebaseerd op
ongans- onwel, benauwd
penoze- wereld van dieven en andere boeven
vernissage- de feestelijke opening van een kunsttentoonstelling,
excrement- uitwerpsel
polemiek- is een openlijk gevoerde pennenstrijd, die zich vaak afspeelt tussen vakgenoten. Een polemiek kan zich manifesteren in elkaar opvolgende artikelen in tijdschriften of kranten, maar ook in boeken, internetforums, weblogs en essays.
polemiseren- (schriftelijk) standpunten verdedigen; pennestrijd voeren; polemiek voeren
moraal/moreel
moraal: 1) Niet te verwarren met moreel; de moraal is de zedenleer, de zedelijke beginselen of zedenles.
moreel: Niet te verwarren met moraal; het moreel is de zedelijke kracht, de zedelijke moed.
zeden: totaal aan handelingen en opvattingen die iedereen in een gemeenschap fatsoenlijk en goed vindt
Woordenschat
bejag- doel, streven
ageren- handelend optreden
devalueren- financieel minder waar worden of maken
ressentiment- wrok (zie ook filosofie)
utilisme/utilitarisme: is een ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze handeling levert aan het algemeen nut, waarbij onder algemeen nut het welzijn en geluk van alle mensen wordt verstaan.
ad infinitum- tot in het oneindige
wereldbeeld, wereldbeschouwing of maatschappijbeeld- slaat op het algemene idee, dat de mensen hebben over de wereld, waarin we leven. Dit kan zijn het geheel aan op- en misvattingen omtrent het eigen bestaan van de mens, van de wereld en of van eventuele religieuze opvattingen kan hieronder worden gerekend. In de omgangstaal wordt er ook opvattingen over hoe de wereld zou moeten zijn mee bedoeld
discrepantie- situatie dat twee dingen niet overeenstemmen, afwijking
kopschuw- schichtig, verlegen, wantrouwend
parafernalia- bij iemand of iets behorende zaken :heeft vaak licht ironische bijbetekenis, gedoe, rompslomp
scherpslijper- iemand die overdreven streng in de beginselen (overtuigingen, principes) is
Oedipale fase- Periode in de kleuterjaren waarin kinderen gaan beseffen dat ze hun moeder niet volledig voor zichzelf kunnen houden, maar dat ze haar met hun vader moeten delen. Een centraal conflict in de psychoanalytische ontwikkelingsleer, door Freud genoemd naar koning Oedipus. Het jongetje gaat zijn vader imiteren om in de gunst van zijn moeder te blijven. Jegens zijn vader ontstaat een ambivalente houding: hij moet weg, maar moet ook blijven; hij wordt bestreden, maar ook gevreesd (castratieangst ). Meisjes gaan hun moeder imiteren om hun vader te behagen: 'Als ik groot ben ga ik met papa trouwen'. Wanneer dit conflict in deze fase niet wordt opgelost, zou een oedipuscomplex kunnen ontstaan.
welig- rijkelijk, vruchtbaar, weelderig, groeizaam
Salafisme- fundamentalistische stroming binnen de Islam
engagement- situatie dat je je ergens bij betrokken voelt, Is het belang hechten aan een maatschappelijke kwestie.
prudent- wijs
knipmes- zakmes
filantroop- een persoon die kunst of goede doelen steunt met aanzienlijke bedragen.
Heraut- in de Europese middeleeuwen een functionaris die, gekleed in een tabberd, een gewaad versierd met het wapen van zijn meester, dienstdeed als boodschapper en ceremoniemeester.
joint venture- is een zakelijk samenwerkingsverband tussen twee of meer partijen om samen één economische activiteit te ondernemen. De partijen spreken af om zowel winst als verlies te delen.
Dogma
Een dogma (Grieks: δόγμα, meervoud: δόγματα) is een leerstelling die als onbetwistbaar wordt beschouwd door een religie, ideologie of andere organisatie. Een dogma is een fundamenteel concept ter onderbouwing van een gedachtegoed, daarom wordt de aanhanger van dit gedachtegoed geacht er niet van af te wijken en het nooit te betwisten of te betwijfelen.
De term wordt binnen de religie beschrijvend gehanteerd, terwijl de benaming dogma buiten de religie vaak wordt gebruikt met een kleinerende ondertoon, refererend aan "gevestigde" concepten met een specifiek standpunt en daarmee met een bedenkelijke basis. Deze kleinerende ondertoon is nog sterker aanwezig in de term dogmatisch, die wordt gebruikt voor personen van wie wordt gemeend dat ze onbuigzame geloofsovertuigingen hebben en niet openstaan voor rationele argumenten. Dit gebruik van de term dogmatisch wordt ook aangetroffen waar overtuigingen in de maatschappij en het wetenschappelijk paradigma kritisch worden beschreven.
Paradigma is in de wetenschap en in de filosofie een samenhangend stelsel van modellen en theorieën die een denkkader vormen waarbinnen de 'werkelijkheid' geanalyseerd en beschreven wordt. Langer bestaande paradigma's worden vaak niet eens meer als zodanig ervaren; onderwijs maakt een paradigma 'vanzelfsprekend'.
Stigma
Een stigma is een schandvlek of brandmerk dat aan een bepaald persoon wordt gekoppeld. Een stigma kan ook een vooroordeel zijn dat leeft bij een bevolkingsgroep.
In het Nederlands kent men het afgeleide werkwoord "stigmatiseren". Synoniem hieraan is het "brandmerken". Deze woorden worden gebruikt in overdrachtelijke zin.
Als men een bepaalde groep brandmerkt/stigmatiseert, dicht men die groep als geheel een bepaald negatief kenmerk toe. Het is voor de gestigmatiseerde groep, zoals het voor een gebrandmerkte onmogelijk is van het merkteken af te komen, zeer moeilijk om een stigma kwijt te raken. Stigmatisering vindt vooral plaats op het vlak van conflicten tussen bevolkingsgroepen. "Nederlanders" hebben het stigma gierig te zijn, "Belgen" zouden dom zijn, "allochtonen" profiteurs. Aan genoemde voorbeelden is te zien, dat stigmata soms ironisch, dikwijls echter kwaadaardig zijn.
Stigmatiseren is in de regel altijd subjectief. Dit ongemak brengt met zich mee dat de meeste stigmatiserende opmerkingen foute veronderstellingen over een groep of individu zijn. Het slachtoffer wordt immers altijd benadeeld als hij gebrandmerkt wordt door een ander; want het is moeilijk om invloed uit te oefenen tegen stigmatiserende opmerkingen. Brandmerken is altijd determinant en om die reden sociaal onverantwoordelijk gedrag. Het is een gevolg van twee andere sociale verschijnselen genaamd roddel en smaad.
In medische zin betreft het meestal aangeboren afwijkende kenmerken zoals een wijnvlek of aardbeihemangioom, maar ook verworven tekens als littekens vallen onder dit begrip. Een medisch stigma heeft geen verloop en veroorzaakt geen functieverlies.
Woordenschat
faliekant- geheel, totaal, volkomen, volledig
In het spraakgebruik wordt met calvinisme een verzameling eigenschappen bedoeld die typisch Nederlands zouden zijn. Ingetogen gedrag; ingetogen in het uiten van emoties; niet te koop lopen met je successen, kapitaal of bezittingen en daar weinig waarde aan hechten; starheid in principes; soberheid, zuinigheid, lijdzaamheid en arbeidsethos
pochen- bluffen
steels- diefachtig, heimelijk
spitsvondig- scherpzinnig
kadreren- in een kader plaatsen
ijkpunten- punt waarop men iets kan vergelijken met iets anders
bon ton- staat goed, in de mode
wetten (ww)- slijpen, scherp maken
oreren- uitvoerig redeneren
onverlet- ongehinderd
ergo- gevolglijk, bijgevolg, derhalve, dus, Meestal gebruikt om een logische conclusie aan te duiden: 'Vogels zijn warmbloedig, reptielen zijn koudbloedig; ergo, een vogel is geen reptiel.'
fantasmagorie- is een doorontwikkeling op de toverlantaarn (voorloper diaprojector) die werd uitgevonden op het einde van de 18e eeuw. Het apparaat projecteerde beelden op muren, rook of halfdoorzichtige schermen en was veelal mobiel; met meerdere projectors konden beelden snel gewisseld worden. Het doel van vele voorstellingen van de fantasmagorie was dan ook de aanwezigen angst aan te jagen door het afbeelden van skeletten, spoken en geesten of hen zogenaamd te laten communiceren met overleden vrienden of familieleden.
virulent- heftig, in staat ziekte te verwekken
finesse- bijzonderheden
kies- (als bijwoord, bijv. nw) fijngevoelig
sujet- verachtelijk iemand: schoft
ploert- schoft
buiten kijf staan- zonder twijfel
intelligibel- begrijpelijk
Idioom
Idioom is een ander woord voor taaleigen, dat wil zeggen eigenaardigheden van een taal. Er wordt onderscheid gemaakt tussen talige middelen die andere talen op een vergelijkbare wijze tot hun beschikking hebben en zaken waarvoor dat niet geldt.
Een begrip wordt doorgaans beperkt tot grammaticale en lexicale eigenaardigheden, ofschoon ook fonologische en morfologische elementen zeer afwijkend kunnen zijn.
Het idioom moet worden onderscheiden van de woordenschat en de grammatica van een taal:
De woordenschat is de verzameling van alle woorden van een taal, met hun betekenis, denotatie en connotatie.
De grammatica geeft de regels voor vervoegingen en verbuigingen van woorden, en de regels voor een grammaticaal correct gevormde zin.
De volgende zin, bijvoorbeeld, is een grammaticaal correcte zin, met zuiver Nederlandse woorden:
Welke tijd is het?
Echter, in het Nederlands zegt men gewoonlijk
Hoe laat is het?
Alleen deze laatste zin hoort dus tot het Nederlandse idioom. Dergelijke vaste woordcombinaties die het idioom van een taal vormen worden ook wel collocaties of fraseologismengenoemd.
Een belangrijk onderdeel van het idioom is het figuurlijk gebruik van voorzetsels als op, aan, onder en dergelijke. Het woord onder betekent letterlijk: dichter bij het aardoppervlak ten opzichte van iets (of dichter bij het middelpunt van de aarde, voor zaken die onder het aardoppervlak liggen). In die betekenis wordt het woord onder vertaald als below in het Engels en sous in het Frans. In een uitdrukking als onder vrienden wordt onder figuurlijk gebruikt. Dan wordt het vertaald met among (Eng.) of parmi (Fr.). Het Nederlandse voorzetsel is daarmee slechts gedeeltelijk equivalent aan het Franse sous en het Engelse below (zie verder vertaalequivalent). Het gebruik van onder in onder vrienden is een voorbeeld van Nederlands idioom.
Als de grammatica verschillende woordvolgordes toelaat, maar sommige daarvan veel gangbaarder zijn dan andere, kan dit ook tot het idioom gerekend worden.
Tot het idioom behoren ook staande uitdrukkingen, en spreekwoorden en gezegdes.
In het proces van verwerving van een vreemde taal en ook bij taalleren in het algemeen speelt idioom een bijzondere rol, omdat het niet via algemene regels te leren is. Juist de beheersing van moeilijker direct te vertalen zinswendingen en woordgebruik is een indicatie van de wijze waarop een vreemde taal wordt beheerst. Veel idiomatische uitdukkingen kan men vinden in een goed woordenboek, bij de behandeling van een bepaald lemma. Het probleem is dat men niet altijd weet dat men naar een speciale uitdrukking moet zoeken, en vaak ook niet meteen onder welk lemma men die kan vinden. Het zijn niet zozeer individuele woorden die voor problemen zorgen, maar juist ook uitdrukkingen, zinswendingen of frases waarin die gebruikt worden.
Er zijn vaak aparte oefenboeken en lexica voor nodig om deze idiomatische uitdrukkingsvormen aan te leren. Ofschoon deze stof sterk afhankelijk is van het niveau en de voorkennis van de leerling, kunnen er toch ook lijsten worden aangelegd die voor grotere categorieën leerlingen met verschillende moedertalen nuttig zijn. In het Nederlandse vreemdetalenonderwijs wordt de term idioom ook gebruikt in de betekenis van woordenschat. Docenten spreken van een idioomtoets en idioomboek, een boek met de belangrijkste woorden voor een bepaald niveau.
Allusie
Een allusie, toespeling of zinspeling is een stijlfiguur waarbij naar een algemeen feit, een bekende persoon, een bekende gebeurtenis, een bekende tekst enz. wordt verwezen, met gebruikmaking van indirecte verwijzingen, woordspelingen etc, of (in het geval van aposiopesis) door naar het genoemde toe te werken maar het niet expliciet te noemen. Het betreft hier dus hoofdzakelijk allerlei vormen van insinueren.
Voorbeelden:
Hij is gezien, hij is niet onopgemerkt gebleven.citaat uit een krantenartikel als verwijzing naar de laatste regels uit De avonden van Gerard Reve ('Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.')
Wachten op Bardotboektitel van Andy Martin, verwijzend naar Wachten op Godot van Samuel Beckett (Bardot = Brigitte Bardot)
"Nu is het moment", waarmee Barack Obama een verwijzing maakte naar Martin Luther King tijdens zijn conventiespeech in 2008.
Farce Majeure als verwijzing naar force majeure.
Doris D als verwijzing naar Doris Day
Een allusie is soms (zoals in het laatste voorbeeld) een vorm van vergelijking. Wanneer het (zoals in het laatste voorbeeld) om iets negatiefs gaat, kan het gebruik tevens iets relativerends en/of eufemistisch hebben.
Een eufemisme is een woord, zinsdeel of soms een hele zin waarmee iets mooier of vriendelijker wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is.
Het wordt gebruikt om de negatieve gevoelens die met datgene wat in feite bedoeld wordt (in taalkundige termen de referent) te verdoezelen. Meestal gaat het hier dus om het vervangen van woorden of woordgroepen waarop een taboe rust. Met andere woorden: het gebruik van eufemismen wordt sterk bepaald door de gevoelswaarde of connotatie van andere woorden.
De connotatie ('bijklank, ondertoon, bijbetekenis, gevoelswaarde') van een woord of kleine woordgroep is de ermee verbonden voorstelling (vooronderstelling), vaak van emotionele aard, buiten de eigenlijke betekenis van het woord ofwel denotatie.
Woordenschat
inauguratie- inhuldiging
fallussymbool- is een object in de vorm van een erecte penis, dat symbool staat voor mannelijke kracht (viriliteit), vruchtbaarheid,agressie en/of macht.
nurks- onaangenaam-hatelijk; nors
erudiet- zeer belezen; vol algemene kennis
Idioom is een ander woord voor taaleigen, dat wil zeggen eigenaardigheden van een taal.
rekest- verzoekschrift
polemiek (van het Griekse woord πόλεμέω póleméo, dat oorlog voeren betekent) is een openlijk gevoerde pennenstrijd, die zich vaak afspeelt tussen vakgenoten.
uitbazuinen- bij iedere gelegenheid bekend maken, luidkeels verkondigen
gerief- gemak, comfort. aan je gerief komen, (een orgasme krijgen)
summier- kort en bondig
appelleren- in hoger beroep gaan
dwepen- alleen bewondering voor iemand hebben en geen kritie
Despotisme (Grieks δεσποτία, van δεσπότης - heerser, tiran) is een regeringsvorm waarbij één persoon (de despoot) of een kleine groep personen absolute macht heeft, die naar willekeur kan worden toegepast.
perifeer- aan de buitenkant
profaan- niet kerkelijk
obsceen- oneerbaar, schunnig, ontuchtig, onzedelijk, vies, vuil
façade: Frans voor "gelaat" of "aangezicht", van het Latijnse facies.
interbellum: (van het Latijn inter, tussen en bellum, oorlog) is een periode tussen twee oorlogen.
gonzo- is een stijl van verslaggeving (journalistiek, film of andere multimediale productie) waarbij de verslaggever onlosmakelijk verbonden is met de handeling die zijn onderwerp is, in tegenstelling tot de vertelstijl waarin hij een passieve toeschouwer is).
schamperen- beledigende dingen tegen iemand uitroepen
sublimering- is een term uit de psychologie, die voor het eerst werd gebruikt door Sigmund Freud. Hij doelde hiermee op het omzetten van oerdriften in sociaal of maatschappelijk geaccepteerde vormen. Zo kunnen oerkrachten als angst, seksualiteit en agressie gekanaliseerd worden en omgezet in ambitie voor werk, kunst, wetenschap enzovoort.
gedistingeerd- deftig, statig, beschaafd, eminent, keurig,
frivoliteit- lichtzinnigheid
populist- Wanneer een politicus een populist wordt genoemd is dit doorgaans niet positief bedoeld. Van Dale omschrijft populisme als een 'populaire, oppervlakkige, (enigszins) demagogische betoogtrant.' Oftewel, populistische politici proberen met alle mogelijke middelen de steun van de kiezers te verwerven, zonder zich al te veel te bekommeren om de inhoudelijke kwaliteit van hun voorstellen.
demagogie - is een manier om de luisteraar van een onwaarheid te overtuigen door een beroep te doen op het "gezond verstand" en de "logica" van een persoon.
heterogeniteit- ongelijksoortigheid
tribaal- Eigen aan een volksstam als zodanig