🪼

Janaina Medeiros

PR's Tumblrdome
No title available
DEAR READER
hello vonnie
NASA

No title available

Product Placement
styofa doing anything
No title available

blake kathryn

Kiana Khansmith
Today's Document
trying on a metaphor

titsay

No title available
taylor price
RMH

pixel skylines
seen from United States
seen from United Kingdom

seen from United Arab Emirates

seen from Malaysia
seen from United Kingdom

seen from United States

seen from Türkiye

seen from United Kingdom
seen from United States

seen from United States
seen from Malaysia

seen from Germany

seen from Japan

seen from United Kingdom
seen from Malaysia
seen from United States
seen from Spain
seen from United States
seen from Germany
seen from United Kingdom
@0882517
De Herinnering(svervalsing)
De herinnering(svervalsing).
Wat is de herinnering? Het zijn ontastbare dingen die je in je geheugen hebt opgeslagen als een waarheid die zich voor jou heeft voortgedaan. Toch zijn deze niet altijd betrouwbaar. Veel mensen fotograferen gebeurtenissen, zoals eerder verteld in wat “vancular photography” is, om deze herinneringen vast te leggen. Toch zijn deze herinneringen niet helemaal betrouwbaar en gelijk aan de waarheid omdat de persoonlijke waarheid altijd anders is dan de algemene waarheid. Dit is ondersteund door Plato die beweerd dat alle waarheid eigelijk al subjectief is. Dit komt om dat de waarheid een persoonlijk interpretatie is.
Dit komt er op neer dat eigenlijk iedere herinnering al een vervalsing zou zijn van het geen wat gebeurt is. Maar hoe werkt dat precies? Dit komt door zowel interne en externe oorzaken. Een van de interne oorzaken is dat het moeilijk is om een goed onderscheid te maken tussen dromen, levendige fantasieën en de realiteit. Door fantasie en realiteit door elkaar te halen ontstaat er onderanderen valse herinneringen. Door inbeelding kan vermengt worden met de realiteit en kan ook een oorzaak zijn van een valse herinnering.
Een externe oorzaak is door het invullen van een herinnering, dit word ook wel het reconstructieve geheugen genoemd. Hierin worden herinneringen opgehaald en de elementen die er ontbreken worden door de persoon door voor hun een logische wijs opgevuld om de herinnering te voltooien. Deze kunnen ook beïnvloed worden door andere personen doormiddel van een gesprek over een gebeurtenis.
Psychologen gebruiken ook fotografie om deze herinnering te bestuderen en te manipuleren. Een voorbeeld hier van is, is een experiment waarbij een proefpersoon 4 foto's van van haar jeugd krijgt voorgeschoteld waarvan 1 gemanipuleerd is. Het gaat over een ballon vaart maar deze heeft nooit plaatsgevonden. Dag 1 beweerd ze hier geen herinnering van te hebben op dag 7 ziet ze hoe ze op een platform loopt en hoe ze de ballonvaart heeft ervaren. De foto die hiervoor gebruikt is is een foto van een ballon en doormiddel van photoshop een foto van haar en haar vader er in gezet is. De originele foto van haar en haar vader is een foto waarbij haar ze bij haar vader op schoot zit terwijl hij haar een boek voorleest. Iemand anders die gespecialiseerd is in de herinneringen studie is Elizabeth Loftus die ook zegt in haar lezing “ the fiction of memory “ dat mensen waarde hechten aan hun herinnering omdat deze voor hun een identiteit vormen. Maar dat het ook makkelijk is om een herinnering bij iemand te implanteren zolang je het maar met overtuiging doet, veel details op noemt en emotie. “ Memory – Like liberty – is a fragile thing. “ ~ Elizabeth Loftus.
Martine Stig speelde met deze herinneringsvervalsing door gebruik te maken van de beeldtaal van de snapshot fotografie ook wel vancular photography te nomen, de maakte in de serie “leuk voor later” een duidelijke analyse van hoe deze foto's er uit zouden moeten zien. De beelden in deze serie zijn helemaal geënsceneerd en dus niet werklijk gebeurd, toch lijken ze op de snapshots die we kennen. De beeldtaal van de foto's daarentegen geven het idee dat dit wel daadwerkelijk gebeurt is en brengen in een verwarring en roepen bij mij daarom ook vragen op. Hoe betrouwbaar is deze beeldtaal dan nog als mensen zoals Martine Stig dit gebruiken om een verhaal te vertellen dat nooit gebeurt is.
Martine Stig - Leuk voor Later ( 1995 ).
WAT IS VANCULAR PHOTOGRAPHY
Wat is Vancular Photography?
Vancular Photography kan ook vertaalt worden naar Volkstaal fotografie. Deze vorm van fotografie verwijst naar de foto's die meestal door amateur of onbekende fotografen maar ook naar professionele fotografen die deze beeldtaal gebruiken, ze fotograferen het dagelijkse leven, de “gewone dingen”. Voorbeelden van deze beeldtaal zijn vakantie foto's, familiekiekjes, foto's van vrienden, klassenportretten, pasfoto's, en zijn eigenlijk vaak zonder artistieke doeleinde gemaakt, maar vooral gemaakt om gebeurtenissen te herinneren of ze hebben te maken met identificatie.
Het gebruik van volkstaal fotografie is wel bijna zeker net zo oud als de fotografie zelf. Volkstaal fotografie is veel geaccepteerd ook in de vorm van kunst dan enkele jaren geleden. Deze vorm van fotografie kwam vooral na de tweede wereld oorlog, Walker Evans is een van deze fotograven die daar mee begon en werd ook erg beïnvloed door de beeldtaal van de volkstaal fotografie en kreeg daarom ook een gewaardeerde plek binnen de kunstfotografie.
Richard Billingham is een van de mensen die deze vorm van fotografie ( wel of niet bewust ) gebruikte om zijn omgeving vast te leggen binnen de muren van zijn ouderlijk huis. Zijn fotoboek “ Ray is a Laugh “ is daar een heel goed voorbeeld van. De foto's die hij maakte waren niet met de intentie gemaakt om ze daadwerkelijk als foto te gaan gebruiken. De foto's waren aanvankelijk bedoelt als studies voor zijn schilderijen. Daarom vind hem ook meer een “gelegenheidsfotograaf”. Hij documenteerde sinds het begin van de jaren 90's fotografisch het meer dan chaotische leven van zijn alcoholische vader Ray, en zijn onder tatoeëerde kettingrokende moeder, zijn broer Jason, de hond en de kat. Deze “right in the face” foto's laten het leven om hem heen zien. De snapshotachtige wijze waar op de foto's gemaakt zijn doen je meteen denken aan de volkstaal fotografie al zijn de foto's opzichzelf dat helemaal niet. De misschien wel schokkende werkelijkheid die je ziet komt totaal niet overeen met het “perfecte” familie familiekiekje.
Ook Vibke tandberg speeld met de beeldtaal van de volksfotografie, de serie “living togehter” uit 1996 is daar een voorbeeld van. Deze serie gaat over twee vrouwen die samen leven, een tweeling om precies te zijn. Ze brengen samen een leven door en de foto's zijn zoals je ze in bijna ieder familie album zal aantreffen, samen op het terras, met hun moeder, in de woonkamer en op vakantie, de foto's laten zien hoe er een “gewoon:” leven uit zou kunnen zien, wie er bij waren en wat ze beleeft hebben, deze foto's worden in albums geplakt en verdwijnen in de kast en komen er met bijzondere gelegenheden nog eens uit. Toch is dit een heel ander verhaal. De foto's zijn gemanipuleerd en de tweeling in dit verhaal zijn geen twee mensen maar een en al de zelfde namelijk Vibke Tandberg haar zelf. Door gebruik te maken van de volksfotografie gaat ze een dialoog aan tot hoeverre deze ook gezien kan worden al realiteit. Door dit te doen bevraagt ze het medium, de objectiviteit en de beeldtaal van de volksfotografie.
Nog iemand die de foto's reconstrueer is Moira Ricchi, toch doet zij dit op een hele andere wijze.
Ze studeerde fotograie aan de Bauer School voor Fotografie in Milaan, naast fotografie is ze ook bezig met het medium film. Haar werk is vooral gebaseerd op haar eigen ervaringen en emoties en haar thema's gaan over familierelaties en identiteit. Ook zei gebruikt de vancular photography als een beeldtaal, en is aanwezig in al haar kunstwerken. Ze gebruik al bestaand materiaal die genomen zijn door andere mensen. De werkt dus feitelijk minder als een fotograaf maar als een fotoremixer / fotomanipulator. Haar verlangen om terug te gaan naar de tijd van haar moeder een tijd die zij zelf niet beleefd heeft, en in werkelijkheid nooit zal gaan beleven probeert ze doormiddel van fotomanipulatie juist zich zelf in die tijd te plaatsen. Dit misschien op een hele therapeutische basis. Als kind of nog niet geboren was, was ze niet in staat om haar moeder en haar omgeving te begrijpen. Nu voegt ze zich zelf toe in foto's waarbij ze zelf afwezig was op te vullen. Op deze manier creëert ze relaties die er eigenlijk nooit zijn geweest. Door dit zo perfect mogelijk te doen word je als kijker ook in de war gebracht. Ze kleed zich in de stijl van die tijd/periode maar ook door de plaatsing van haar zelf in de foto. Ze plaats zich altijd op een bepaalde afstand van de andere persoon, deze persoon is haar moeder. De relatie van dochter en moeder word hier heel anders door in de foto., ze lijken geen moeder en dochter meer maar meer vrienden, zussen of bekende. Toch valt het op dat ze Moira Ricci steeds staart naar haar “moeder” die een bepaalde spanning met haar mee brengt omdat het andersom nooit het geval is. Dit omdat het nooit gebeurt is en zei daadwerkelijk in de originele foto ook afwezig is.
Nederland uit vooraad leverbaar - Hans van der Meer
Nederland uit Vooraad leverbaar
Het raadsel Nederland
In 2008 vroeg een redacteur van een uitgeverij of ik niet een boek over Nederland wilde maken. Nederland was zo veranderd de laatste dertig jaar, er was zoveel bij gebouwd. Ik begreep wat hij bedoelde, want als je in Leiden of Amersfoort het station uitloopt wanneer je er toevallig dertig jaar niet meer geweest bent, dan schrik je je dood. Overal om je heen van die vastgoedarchitectuur, die met het geld van pensioenfondsen is neergezet. En zo kun je nog een tijdje doorgaan in Nederland. Vinex-wijken, industrieterreinen, winkelcentra, er is heel wat bijgekomen in de afgelopen tijd. Het idee dat ik dat allemaal zou gaan fotograferen leek mij geen prettig vooruitzicht. Ik wilde wel een boek maken over Nederland. Voor mij lag het meer voor de hand dat ik een serie die ik eerder had gemaakt weer op zou pakken. In de zomer van 2004 reisde ik opdracht van NRC Handelsblad een maand lang door Nederland. Voor de achterpagina van de krant schreef ik iedere dag een tekst bij een foto die ik had gemaakt. Van die serie verscheen later dat jaar het boekje Achterland.
De verbazing over de inrichting van ons land was een terugkerend thema in dat boek. Maar vanwege de dagelijkse deadline ontbrak de tijd om rustig alles in mij op te nemen. Dus toen ik in 2008 de draad weer oppakte nam ik mij voor eerst eens op mijn gemak te gaan kijken. Ik reed naar Nieuw-Vennep, parkeerde de auto en liep wat rond, met een keukentrapje dat ik altijd bij me heb voor een iets verhoogd standpunt. In de Venneperstraat maakte ik een foto van twee vrouwen die met elkaar aan de praat waren geraakt. De een staat over haar fiets gebogen, de ander naast een buggy met daarin een peuter. In het mandje onder het kind liggen boodschappen. Links en rechts staan lage winkelpanden uit de jaren zestig, verderop in de straat huizen die een stuk ouder zijn. Zo’n tafereel waaraan je niet kunt zien waar je precies bent, maar dat onmiskenbaar in Nederland is gefotografeerd.
De vorm van die foto beviel mij meteen. Zo kon ik laten zien hoe Nederland er op dit soort plaatsen uitziet. Het trapje bood net iets meer overzicht en ruimtelijkheid. Het benadrukt het idee van constructie, van een blik op een toneel. Alsof je vanuit een stoel in een theater kijkt, waarbij bomen, kerktoren, glasbakken, huizen, winkels en straatmeubilair deel uitmaken van een decor. Het werd mij duidelijk dat ik niet al te grote plaatsen moest bezoeken: je treft er mensen op straat, maar niet te veel. Het zijn geen passanten, zoals in grote steden, maar meestal mensen uit de directe omgeving. Zij zijn op een vanzelfsprekende manier onderdeel van het beeld. Bovendien vind je binnen die kleinschalige verhoudingen makkelijker een standpunt om de ongerijmde combinaties van bouwstijlen naast elkaar te laten zien. In de kernen van veel gemeenten is door de jaren heen steeds iets toegevoegd. Dat is wat die plaatsen een typisch karakter geeft. Je treft er een statig negentiende-eeuws pand naast een winkel in elektronica uit de jaren zestig met een plat dak. Met daarnaast een laag dijkhuisje uit de jaren twintig en een Rabobank van nog geen tien jaar oud. Het is een omgeving waar regelgeving en toevalligheid het beeld bepalen, waar je de laatste opvattingen over de inrichting van een plein aantreft tegen een achtergrond van lokale middenstandsarchitectuur. Pogingen tot regie zijn letterlijk een afspiegeling van verschillende belangen en opvattingen.
Net als halverwege de jaren negentig bij Hollandse Velden – een boek over amateurvoetbal in Nederland – had ik het gevoel dat ik niet bij de hoofdklasse moest zijn, maar op eenvoudiger plaatsen. In dit geval dus weg van het grootstedelijk decor. En net als bijHollandse Velden geeft dat een kaler beeld van een cultuur, dat voor mijn gevoel dichter bij de kern komt. Het laat een grote herkenbaarheid en uitwisselbaarheid zien en daarmee iets van het mechanisme dat zich in iedere cultuur anders manifesteert.
In een van de columns in Achterland beschreef ik hoe dat mechanisme deels in zijn werk gaat. Als er bijvoorbeeld ergens een plein moet worden heringericht, dan pakt de architect een catalogus erbij van een firma in straatmeubilair. ‘Hij kiest wat zitbankjes en afvalbakken uit en zoekt voor de boompjes een bijpassend boomrooster,’ schreef ik toen onder meer. De catalogus voor in dit boek illustreert die gedachte. Alles wat wij om ons heen zien kan worden besteld en worden geleverd.
Dat geldt ook voor de horeca-interieurs die in dit boek zijn opgenomen. Daarin bestaat een grote variëteit, ze zijn net als de straatbeelden in veel gevallen onmiskenbaar Nederlands. Maar steeds vaker zie je dat de sfeer en de uitstraling niet het gevolg zijn van de oorspronkelijkheid van eigenaren die jarenlang hun stempel op het interieur hebben gedrukt. Die uitstraling is een concept dat men bewust kiest en waarvan de bijbehorende rekwisieten via de groothandel worden besteld. Zo vinden wij in de catalogus de stoepborden terug waarmee de bakker of slager zijn ambachtelijkheid wil uitstralen. Maar die borden kom je overal tegen en worden juist niet op een ambachtelijke manier gemaakt. Het illustreert de spagaat van deze tijd.
En daar ergens zit een wezenlijke onderscheid in wat wij om ons heen zien. Tussen cultuur van ambachtelijk denken die door de jaren heen is ontstaan en cultuur die in oplage wordt gemaakt en op een achternamiddag kan worden besteld. Het gaat bij dat laatste niet over wie je bent, maar over wie je wilt zijn. Dat zie je niet alleen terug in de aankleding van een grand café, maar ook bij de inrichting van een plein of een straat. De vraag naar oorspronkelijkheid en identiteit is blijkbaar zo groot, dat er industrie is ontstaan om in die behoefte te voorzien. De losse onderdelen kunnen uit voorraad worden geleverd. Dat brengt grappig genoeg onvermijdelijk ook het omgekeerde teweeg: alles gaat toch weer een beetje op elkaar lijken. Wanneer we terugkomen van vakantie en de grens zijn gepasseerd zien we het onmiddellijk. Dit is Nederland, dit is zoals wij het doen. Maar waarom wij het zo doen, dat is het raadsel.
Hans van der Meer
poppy film. rotterdam fotomuseum
poppy, roberth knoth
singular beuty cara phillips
poppy
Poppy
Poppy - In het Spoor van de Afghaanse Heroïne
Robert Knoth & Antoinette de Jong In het project Poppy volgen Antoinette de Jong en Robert Knoth het spoor van de Afghaanse heroïne, vanaf de afgelegen valleien van Afghanistan, tot in de straten van Europa. Ze maken inzichtelijk hoe in onze globaliserende samenleving drugs, gewapende conflicten, internationale misdaad en corruptie elkaar voeden en versterken.
De jury: “Poppy is een bijzonder gedetailleerde reconstructie van een verhaal dat nooit eerder op deze manier is verteld. De makers voor elkaar krijgen wat in veel documentaires niet lukt: connecting the dots. Het legt verbanden, door zowel details zichtbaar te maken als de grote structuren die achter dit complexe proces schuilgaan. Het vertelt een alarmerend verhaal en laat zien hoe wij allemaal op een zekere manier met deze wereldwijde handel verbonden zijn.
In haar vorm is Poppy een zeldzaam goed uitgevoerde mix van verschillende materiaalvormen uit verschillende bronnen. De bewuste keuze voor het gebruik van al deze bronnen, waaronder ook de eigen, soms minder goed gelukte foto’s, werkt overtuigend. Hoe langer je naar het werk kijkt, hoe meer je ziet. Dit is watPoppy sterk maakt: het narratief is belangrijker dan de fotografie. Zowel het boek als de installatie blazen de kijker weg. Maar het is ook sterke journalistiek: het doel van Knoth en De Jong was om het complete verhaal te laten zien. Daar gingen ze voor, en dat is op overtuigende wijze gelukt.
De uitputtende wijze waarop dit verhaal wordt verteld, de investering die de makers erin hebben gedaan. Het feit dat ze zowel erin slagen grote lijnen te laten zien, maar ook hele intieme momenten en details, maakt het tot een van de bijzonder krachtig documentaire project.
Libero , petra stavast
Susan Meisas - Kourdistan
SEATS & SOFA'S
Mijn werk ontstaat uit een verwondering over de hedendaagse vrijetijdsbesteding van de Nederlander en de knulligheid die dit met zich meebrengt. Ik verbaas me over hoe winkels en bedrijven je meenemen naar een andere wereld door gebruik te maken van decorstukken. Een beleving wordt voorgeschoteld die in sommige gevallen niets met het product te maken heeft. Ik gebruik het medium fotografie om dit gegeven, ook wel beleveniseconomie genoemd, te onderzoeken. Bij dit begrip staat het leveren van goederen en diensten niet uitsluitend centraal, maar draait het om de beleving die bij een klant teweeg wordt gebracht. Zo wordt bijvoorbeeld een complete Grand Canyon nagebouwd om een simpele bank te verkopen.
Een muurschildering in Masaya, Nicaragua, gebaseerd op de originele foto's die in 1978 tijdens de volksopstand tegen Somoza.
Susan Meiselas-Magnum
Bending the Frame
What do we want from our media revolution? Not just where is it bringing us—but where do we want to go? When the pixels settle, where do we think we should be in relationship to media—as producers, subjects, viewers? Since all media inevitably change us, how do we want to be changed?
There used to be a time when one could show people a photograph and the image would have the weight of evidence—the “camera never lies.” Certainly photography always lied, but as a quotation from appearances it was something viewers counted on to reveal certain truths. The photographer’s role was pivotal, but constricted: for decades the mechanics of the photographic process were generally considered a guarantee of credibility more reliable than the photographer’s own authorship.
But this is no longer the case. The excessive use of photographs to “brand” an image (whether of oneself online, of celebrities, of products, of major companies, or of governments), and to illustrate preconceptions rather than to uncover what is there (presidents are made to look presidential, and poor people are generally depicted as victimized), as well as the extraordinary malleability of the photograph due to software such as Photoshop, make photography more of a rhetorical strategy, like words, rather than an automatic proof of anything. Photographs must now persuade, often in concert with other media, rather than rely on a routine perception that they inevitably record the way things are.
The billion or so people with camera-equipped cellphones, meanwhile, make photography, like all social media, an easily distributed exchange of information and opinions with few effective filters to help determine which are the most relevant and accurate. The professional photojournalist and documentarian, now a tiny minority of those regularly photographing, often are unsure not only how to reach audiences through the media haze, but also how to get their viewers to engage with the often extraordinarily important situations they witness and chronicle.
This moment of enormous transition forces a rethinking of what photography can do, and what we want it to accomplish. For example, if a young person wanted to become a war photographer, we have hundreds of books showing how others have photographed war. But what if a young person wanted, instead, to become a photographer of peace? The genre, unfortunately, does not yet exist.
Perhaps, then, we might want to begin focusing less on the spectacle of war and more on those impacted by the consequences of war—as Monica Haller has done, along with many others. The all-type cover of her book, Riley and His Story, disputes any conventional reading: “This is not a book. This is an invitation, a container for unstable images, a model for further action…. Riley was a friend in college and later served as a nurse at Abu Ghraib prison. This is a container for Riley’s digital pictures and fleeting traumatic memories. Images he could not fully secure or expel and entrusted to me…. This is not a book. It is an object of deployment.”
The collaboration is intended to help Riley Sharbonno resurrect buried memories and deal with some of what he went through in a war that destabilized his life. There are pictures that he does not remember taking of events that he does not remember witnessing. Photographs, once rediscovered, sometimes assuage his guilt, providing a reason for what has happened. Some of the grand half-truths about war are diluted. But there is anger, too: “I want you to see what this war did to Riley.”
Similarly, Jennifer Karady revisits the enduring trauma of violent conflict in her collaborations with soldiers, working for about a month with each one to re-stage calamitous situations in civilian life that they had experienced in war. Finding a discarded tire on the side of the road in Virginia evokes memories of a possible IED, for instance, or looking out of a window in upstate New York while protected by sandbags recalls a vulnerability to attack—each of these pictures is made with family members participating. Karady views the procedure as potentially therapeutic for those involved, while helping to make the legacy of war somewhat more comprehensible to family and friends stateside. And unlike the imagery from so many war photographers, her pictures are not at all glamorous.
Some are also using their photographs to make sure that the violence is not forgotten by the broader society. In her project “Reframing History,” Susan Meiselas returned to Nicaragua in 2004 with nineteen murals created from her own photographs made during that country’s Sandinista Revolution twenty-five years earlier. She placed the murals at the sites where the imagery was originally made, collaborating with local communities in visualizing their own collective memories and also helping to better acquaint Nicaraguan youth with their own past. (Imagine then if it were possible to place photographs from Robert Frank’s landmark book, The Americans, made in the 1950s, on billboards around this country where the photos were made—given the critical nature of many of his photographs, it would be an extraordinary way to gauge societal change, or the lack of it.)
And some are trying to share the vagaries of war as they occur in a sort of real-time family album. Basetrack, created by Teru Kuwayama and Balazs Gardi, was an experimental social-media project that consisted of a small team of embedded photographers primarily using iPhones, which focused upon about a thousand Marines in the 1st Battalion, Eighth Marines, during their deployment to southern Afghanistan in 2010–11. They curated a news feed alongside their own efforts, employed Google Maps as an interface, wrote posts in addition to photographing, all with a view “to connect[ing] a broader public to the longest war in U.S. history,” intent on involving their audience, many of them family members, in the discussion. Trying to establish transparency, they created an editing tool for the military to censor photographs and texts that might put soldiers in danger, and asked the military to supply reasons for the censorship, which were then made visible when a viewer placed the cursor over the blacked-out section.
It was a relatively effective system, until in 2011, when the Facebook discussion became too difficult for the military to handle and the photographers were “uninvited” a month before the troops’ deployment ended. Apparently a good deal of the content that military officials found problematic was about relatively minor matters, such as parents complaining that their sons and daughters had to wear brown and not white socks on patrol. Now only the Facebook page is still active, with curated news and continuing audience discussions. One mother’s response to the project: “It has truly saved me from a devastating depression and uncontrollable anxiety after my son deployed. Having this common ground with other moms helped me so much and gives me encouragement each day.”
And then there are others who, rather than wait for the apocalypse, are attempting to see what can be done to help prevent it. In James Balog’s long-term photography project, “Extreme Ice Survey,” cameras are positioned in remote arctic and alpine areas, automatically photographing the melting of the ice to help more precisely calculate the impact of global warming, and to create a visual record of a planet in crisis. According to the EIS website: “currently, 28 cameras are deployed at 13 glaciers in Greenland, Iceland, the Nepalese Himalaya, Alaska and the Rocky Mountains of the U.S. These cameras record changes in the glaciers every half hour, year-round during daylight, yielding approximately 8,000 frames per camera per year.”
Or, if we want to make sure that the opinions of the subjects photographed are better understood, why not at times show them their image on the back of the digital camera, and ask what they think of the ways in which they are depicted, and record their voices? An even more collaborative exchange of perceptions is that between Swedish photographer Kent Klich and Beth R., a former prostitute and drug addict living in Copenhagen whom he began photographing in the 1980s. In the 2007 book Picture Imperfect, his photographs, along with case histories and images from Beth’s family album as a child, are paired with an enclosed DVD of Beth’s daily life for which she herself was the primary filmmaker.
Finally, when making pictures, maybe they can serve another, more practical function. For French artist JR’s 2008–2009 project, “28 Millimeters, Women Are Heroes,” photographs were not only used to document the faces of women living in modest dwellings in various countries, but in Kenya he began to make the oversize prints water-resistant so that when used as roof coverings the pictures themselves would help to protect the women’s fragile houses in the rainy season
Countless innovators, often working far from the spotlight, are today creating visual media that can be useful in a variety of ways. Rather than simply attempting to replicate previous photographic icons and strategies, these newer efforts are essential to revitalizing a medium that has lost much of its power to engage society on larger issues.
And then what is needed are people who can figure out effective and timely ways to curate the enormous numbers of images online from all sources—amateur and professional alike—so this imagery too can play a larger role. As badly as we need a reinvention of photography, we also will require an assertive metaphotography that contextualizes, authenticates, and makes sense of the riches within this highly visible but largely unexplored online archive.
Read more: http://lightbox.time.com/2013/05/29/what-a-photograph-can-accomplish-bending-the-frame-by-fred-ritchin/#ixzz2hgm7PioV