<insert foto. Oproep: iemand een foto getrokken van de line up toen? Stuur je even door? thx!>
Onze 42 ogen zijn meestal gericht op Schotland. Tijd om daar eens verandering in te brengen en te zien wat er daarbuiten leeft. Toegegeven, wij kijken meestal wat meewarig naar de vaak met prijzen beloonde, maar in evenveel marketing getooide (in de Himalaya rijpt alles 3x zo snel!) en met meestal overdreven prijzige overzeese producten. Maar misschien onterecht...
We openen met de Starward Malt uit Australië, “matured in reconditioned Australian oak casks, which have formally been used to age an Australian version of sherry called Apera”. Amai, lekkere wijnfinish. Uiteraard is dit jong en kon hij moeilijk standhouden met de volgende, maar dit was alvast voor iedereen een aangename verrassing. Woodwork, maar wel degelijk.
Dan naar Japan. Niet makkelijk tegenwoordig. Of het is uitverkocht. Of het is verNASd. Of het is schandalig duur. Japan is nog altijd een land van blendliefhebbers. Laten we dan de blends eens vergelijken: Suntory’s Hibiki en Nikka’s Taketsuru Pure Malt. En zo hebben we meteen ook een beetje Yamazaki, Hakushu, Chita, Yoichi en Myagikyo geproefd. Opmerkelijk, beide blends waren oorspronkelijk 12Y, maar werden onlangs verNASd. Houden ze stand?
Deze Hibiki is best wel verfijnd. De white oak, sherry en mizunara vaten doen goed hun werk. Wel heel floraal, wat ongetwijfeld wat mensen afschrikt. Hier zit wel degelijk een goede portie graanwhisky tussen, en dit maakt het heel zoet.
De Taketsuru Pure Malt is dan weer een vatted malt. Deze is toch wat complexer, met zijn licht geturfd karakter en mooie invloed van ex-sherry vaten. Degelijk. Niet voor niets weer uitgeroepen tot beste Japanse blended malt no age statement in de 2016 World Whisky Awards, al moet hij zowat de enige in zijn categorie zijn - LOL!
Bij ons was de zaal duidelijk verdeeld, maar beide konden wel op appreciatie rekenen... voor een blend.
Dan naar Indië met de Paul John Bold. Niet makkelijk om wat geturfd materiaal te vinden overzee. Het valt trouwens op dat vele van deze niet-Schotse distilleerderijen in handen zijn van grote concerns die al decennia lang in de spirit business zitten. Deze geturfde Paul John is een instapmalt, waarschijnlijk rond 7 jaar oud en gemaakt met een Indisch publiek in gedachte, dus rond en romig. Wel, dit is best wel een mooie whisky. Ideaal voor beginnende turfliefhebbers of als lichter alternatief voor de Islay’s.
We blijven in Indië bij een distilleerderij waar de laatste jaren ook veel goeds van wordt gehoord, Amrut - die met geaccelereerd rijpingsproces. Ook hier wel weer een heel verhaal van verschillende rijpingen in bourbon, sherry, new oak vaten en vaten die in hun geheel vanuit Spanje komen om uiteindelijk een hele jonge whisky te drinken. Resultaat is duidelijke door sherry beïnvloede whisky, maar best wel fris en fruitig met toetsen van aardbei en appelsien. Zeer degelijk. Maar of dit zo uniek is als het verhaal doet vermoeden...
Eindigen doen we met een ander sterk gehypte distilleerderij, zeker sinds de een van hun single casks vorig jaar de World Best Whisky of the Year Award won: Kavalan. We proeven een Solist op ex-sherry (een single cask dus), meer bepaald vat # S100211019A.
Goed, het gaat hier niet om één van de lang uitverkochte mega gehypte Solists, maar op een die nog op stok was. En je kan geen distilleerderij beoordelen op basis van 1 vat. En voor een 5 jarige whisky is dit wel een verwezenlijking. Maar laten we zeggen dat deze whisky toch niemand echt heeft kunnen bekoren. Toegegeven, je zit met een 5 jarige whisky waar je in de geur elementen in terugvind die ik alleen nog maar in oude family casks van Glenfarclas heb geproefd. In die zin, chapeau voor het ingenieurswerk. Maar dit komt toch al aardig in de buurt van designer whiskies die weinig ziel hebben en die je moet appreciëren omdat ze zo goed gemaakt zijn eerder dan om hun smaak en balans. Moest dit nu ook de prijs van een 5 jarige Speysiders hebben, tot daar aan toe, maar aan de prijs van een 20 jarige Clynelish 97 is dit niet te verantwoorden.
En dat blijft in het algemeen toch mijn aanvoelen bij vele van deze whiskies. Distilleerderijen zonder veel oude stock die op zoek gaan naar efficiënte productieprocessen om zo ‘designer’ whiskies op de markt te brengen. Het resultaat is dan een beetje zoals een Mazda. Zeer degelijk, eigenlijk niets op aan te merken, misschien technische gezien zelfs beter dan een Volkswagen, maar niet direct iets waar je echt warm van wordt.
Vorige week dan toch eens de lippen kunnen zetten aan een winnend vat van Kavalan. Toegegeven, het zou een heel ander verhaal geweest zijn dan de Solist die wij proefden. Dit was een bijzonder verfijnde wijnfinish, een heel gebalanceerde whisky, rond en romig en vlot drinkbaar op bijna 60 graden. Niets op aan te merken eigenlijk. Maar tegelijkertijd ook niets dat me lang zal bijblijven. Conclusie: volgende keer gaan we lekker terug naar Schotland. :)