De toekomst voor hogescholen is overzichtelijk: er zijn maar twee extremen waarbinnen zij gaat plaatsvinden. Aan de ene zijde hebben we de huidige werkelijkheid, d.w.z. we geven les in gebouwen van beton en glas aan studenten die collegeld betalen van het geld dat ze van de overheid krijgen. Het andere extreem is dat een persoon die wil studeren zelf zijn studieprogramma kiest uit een menu van duizenden vakken die online worden aangeboden. Hij krijgt geen geld van de overheid, maar het onderwijs is gratis.
Daartussen zal het gaan gebeuren. Als we kijken naar de drie elementen, aanbod, student en overheid, is het niet moeilijk om in te schatten aan welke kant van het midden we uit zullen komen.
In verschillende artikelen en rapporten worden mogelijke businessmodellen voor het hoger onderwijs besproken en ik ben zeker dat er hogescholen zijn waar dit onderwerp op de agenda van het college van bestuur staat. Dit is echter niet de manier om met disruptive technology om te gaan.
Als je wilt weten hoe dit verhaal afloopt, raad ik aan de film "The Social Network" (nog) eens te bekijken. In dit verhaal zijn er twee spelers: de 'businessmodel'-mensen (Winklevoss) en de 'eerst bouwen/dan verdienen'-mensen (Zuckerberg). Zuckerberg is de oprichter van Facebook en als de film wordt vergeten, weet niemand meer wie ook al weer de Winklevosses waren.
De meeste universiteiten zijn al druk bezig met MOOCs-achtige projecten. Bij hogescholen is op dit gebied geen beweging te bemerken. Er worden wel rapporten geschreven en er wordt over gepraat, maar ondertussen wordt elders gebouwd aan een muur die steeds maar hoger wordt. Binnenkort is geen enkele hogeschool hoog genoeg om er overheen te kunnen kijken.