Jaren geleden, in 2003, liep ik stage in Mexico. Als biologiestudente onderzocht ik brulapen. Ik observeerde de apen en verzamelde uitwerpselen voor DNA-onderzoek. Gedurende vier maanden was ik vrijwel iedere dag in het regenwoud. Van 6 uur ’s ochtends tot laat in de middag. Dat doet iets met je.
Het was zowel fysiek als mentaal een zware tijd. Drie maanden voordat ik op stage ging, waren plotseling achter elkaar mijn opa en tante overleden. Daar was ik nog best wel van ondersteboven. En zo ging ik, alleen, naar Mexico.
Ik kwam terecht in een biologisch onderszoeksstation, ver weg van de bewoonde wereld. Ik kende de taal niet, kende de mensen niet en mijn begeleider bleek nogal autoritair en onaardig. Moet je net mij hebben... Het werkterrein was ruw, bergachtig, moeilijk begaanbaar, vochtig en heet. Hulde voor alle veldwerkers in deze omstandigheden. Ik vond het zwaar! Al snel voelde ik me alleen, geisoleerd, moe, onzeker. Ik kreeg de spreekwoordelijke ‘schop onder mijn kont’. Net wat ik nodig had, eigenlijk.
Het bos was mijn last maar ook mijn redding. Uren bracht ik door met kijken. Naar de apen, de planten, andere dieren om me heen. Ik heb prachtige ontmoetingen gehad met kolibri’s die minutenlang rond me vlogen. Zoogdieren waarvan ik nu de naam niet eens meer zou weten, maar waarmee ik oog in oog stond tot we elkaar weer gedag zeiden.
Ik ontwikkelde mijn zintuigen. Bij het zoeken naar de apen ging ik het bos beter begrijpen. Ik kon proeven en ruiken waar ze waren. De bewegingen van de takken in de bomen werden geen willekeur, maar verraaddden waar er dieren op liepen. Ik leerde lopen zonder geluid te maken om geen dieren op te schrikken. Stond oog in oog met de meest dodelijke slang daar. En was niet eens bang. Gefascineerd.
Ik ontdekte mijn kracht, ondanks alle moeilijke dingen. En waarschijnlijk dankzij dat. Ik leerde voor mezelf opkomen, om mijn begeleider te vertellen dat ik het niet eens was met hoe hij met zijn studenten omging. Die willen leren en geen domme data-verzamelaars zijn. Niet dat hij zich daar wat van aantrok, maar ik heb mezelf wel over die drempel van zijn deur geduwd: en NU naar binnen en ZEG het!
Tijdens de stage bezochten we veel Maya-sites, omdat het bos rond de pyramides de woonplaats van veel apen was. In de vroege ochtend stonden we bovenop de tempels om naar het gebrul van de apen te luisteren en te bepalen waar ze waren. Geweldig vond ik dat. Het was een overweldigend gevoel om de zon op te zien komen, de nevel boven het woud te zien, terwijl je er vanaf een duizenden jaar oude tempel naar staat te kijken. En dan die apen! Wat een geluid! Oorverdovend van allerlei kanten. Dan ben je als mens maar klein.
Ik stond daar niet voor niks. Ik begrijp nu beter hoe krachtig die plekken voor me waren. Met de reis naar Mexico startte de reis naar mijzelf. En die gaat nog steeds door. Via mijn werk wil ik die reis bij andere mensen op gang brengen en hen herinneren aan de verbinding die ieder van ons heeft met de natuur, onze eigen natuur.
Heb jij ook een natuurervaring waarin je je verbonden voelde? Ik ben benieuwd!