Restjes XVIII
Het is niet voor altijd of even simpel want we gaan dood (ooit) maar tot de langste rimpel zal ik en moet ik tot in het diepste houden van alles en wil ik ringen, liefst twee gouden
Alisa U Zemlji Chuda
art blog(derogatory)
Game of Thrones Daily

tannertan36
Mike Driver
almost home
Claire Keane

titsay
will byers stan first human second
No title available
No title available

JBB: An Artblog!
todays bird
RMH

shark vs the universe
Cosmic Funnies

★
sheepfilms
Stranger Things
styofa doing anything

seen from Malaysia

seen from New Zealand

seen from United States
seen from China

seen from Pakistan

seen from United States
seen from Saudi Arabia

seen from Türkiye
seen from India
seen from France
seen from Pakistan

seen from United States

seen from Singapore

seen from Colombia
seen from France

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
@babmjb
Restjes XVIII
Het is niet voor altijd of even simpel want we gaan dood (ooit) maar tot de langste rimpel zal ik en moet ik tot in het diepste houden van alles en wil ik ringen, liefst twee gouden
Restjes XVII
There’s this beast inside all of us. A reckless creature eating and refeeding our hearts with a glazing fuel we call love. Sometimes it hides in the depths of our ignorance and then it only comes out at night, when we carelessly overthink our sorrows. It could pass like a breath, fleeing fast, painfully stomping it’s way through the darkest red. But most of the time it stays for a while, builds a home out of our vessels and veins, connecting scars as a roof. We could try to kill the imprudent individual and while some of us may even attempt to do so others will remain calm and accept the slaughtering of their hearts. It’s the acceptance that tires the most.
Restjes XVI
Sometimes we make indelible mistakes. In our minds we draw unerasable lines and as we move on, further away from those marks, somehow it always hits us. We always regret. And the point is: at that one single moment everything turns around. You try to run back to the place you come from but when you finally get there, it’s already too late. Right at that very same border the person or people we left already moved on. They say that everybody leaves and it’s true. But in this case it’s not right to cry over it, because you are the one that left first. And there’s a much bigger problem related to the previous one, because whilst drawing that line, that mark, that border, we forget that we’re not only drawing it for the others, but we’re also drawing it for ourselves. In this state of uneasiness and grief we become weak creatures. We could try to cross but there will always be this red traffic light staring and piercingly yelling to let go. We are the fearless who became the fearful.
Restjes XV
(Op haar neus telt hij elk sproetje dat de zon haar heeft gebracht en de rimpels op haar snoetje, hij ziet het wel, ze lacht.) 's Winters zijn haar ogen steeds de lichtjes in zijn nacht ookal heeft hij vaak gelogen zijn huid blijft even zacht. Maar tienduizend astrologen geven de sterren zo haar naam en hij blijft onbewogen, hij staat daar maar te staan. Want iemand anders, ongelogen, zag de sterren en de maan, heeft wél twintig regenbogen, en haar wonden dichtgedaan.
Restjes XIII
Terwijl ik tevergeefs jouw zoenen van me af probeer te wrijven Schrobbend, schrapend, boenend, valt mijn hart op onze lijven
Ik red het niet, ik kuis, ik spoel; mijn ogen na het huilen. Lief, je weet wat ik bedoel, je kwam je in mijn borst verschuilen.
Je zit niet eens zo diep hoor, zoet Ik haal j'er zo vandaan. Je voelt je vast weer eens zo goed, alsof je nooit bent vreemdgegaan.
Restjes XI
Het spijt me zo van alle tijd Waarop het veel te hoge zeeniveau Onze veel te korte liefde slijt
Restjes IX
Hoe ik 's ochtends op je lippen las Dat weggaan niet meer mogelijk was En als ik toch nog wou gaan lopen Kon je er best niet meer op hopen Dat op momenten waarop het beter gaat Wanneer ik je voorganger eindelijk achterlaat Jouw lakens niet meer schreeuwen En ik die stop met geeuwen Om al je saai gepraat
Restjes VIII
Jij die zelfs van op zee me komen redden zou en met je temporele heimwee, ik die hier wacht op jou Als je langs de telefoon met monsters om me vecht Vind ik dat allemaal ongewoon, het klinkt me te onecht Dus zo start ik hier met huilen en veeg ik mijn tranen droog Vraag of ik je nog kan ruilen aan meneer de cardioloog "Neen, juffrouw, dat hoeft niet" want het blijkt dat jij me daar toch echt graag ziet en de cardioloog dat hart van mij eindelijk eens helemaal heel liet.
Restjes VII
Vannacht, stom, droomde ik weer Over hoe het met ons gaat Ontwaken doet dan steeds zo’n zeer Wanneer ik besef hoever het staat Ik stop best met de tegenwoordige tijd Want eigenlijk klinkt het “hoe het ging” Er zijn zo’n dingen die ik liever mijd; Ik ben niet meer je lieve-lingsding
Restjes IV
Ik weiger. Vandaag, bewogen. Uw ogen die verschenen wanneer ik de mijne sloot. Dus ik plooi mezelf tussen gekreukte golven van deken.
Enkele illusies: Uw handen langs mijn gezicht, strelend mijn hart ontwricht. In mijn hoofd; flauwe afspiegelingen van wat was. Drijvend op tweedehands dromen en aanstootgevende metaforen.
Verliezen. Lang afscheid. Wroeging. Eenzaamheid. Stroom van woorden, o, stroom van tranen uit mijn ogen.
En daar zijn de uwe weer.
Restjes III
Terwijl jij daar op zee wat vecht met die piraten hoor ik je hier nog praten "en toch kan je niet mee".
Ik probeerde ze te vangen hier in mijn hals en op mijn wang soms bleven ze even hangen zonder jouw zoenen ben ik bang
Heb jij daar soms verdriet in jouw water-berggebied omdat ik op het strand druipend in het zand om zes uur twintig ongeveer de kustwacht weer attendeer omdat het zonder jou hier voelt alsof ik op land vol kwallen kleef en dat mijn bootje, weer aangespoeld, natuurlijk maar tot aan die verdomde boei daar dreef
Restjes II
Toen je vroeg wanneer ik eindelijk eens stoppen zou met het maken van die rommel daar vanboven, liet ik zorgvuldig mijn warrig dotje los zodat ik met mijn haren op mijn schouders mezelf enkel nog kon gaan beroven van wat goeie ijdele hoop
op dat langs de golven in mijn haar de chaos van binnenuit naar buiten glijden wou.
Toen dat niet meteen gebeurde werd je zo ontzettend boos omdat je niet begreep dat ik er toch voor koos enkel nog voor me uit te staren terwijl jij met jou verdriet (“en neen, jij ziet het niet”) zag dat ik al dagen niet wou opklaren dus zo maakte ik dat dotje weer en veegden we je tranen droog zei dat ik dat allemaal wel waardeer maar dat ik wist dat je me bedroog. En ik die nog zo’n hele dag met mijn voor-me-uitstarend-gedrag naar jouw monologen heb gekeken ach, het moet echt hebben geleken dat ik jou na al jouw hartenbreken nog steeds even graag mag.
Restjes
Het is niet dat de woorden zich anders om mijn lippen plooien nu ze jouw heerlijk gecombineerde chromosomen niet meer zoenen mogen
En hoezeer ik soms toch niet meer zou willen zijn, het enige op mijn lippen nog is wat van die rode wijn (die jij ook zo graag dronk)