Mijn naam is Ingrid de Rond, ik ben tweeëntwintig jaar, net afgestudeerd aan de kunstacademie en sta in een kunstwereld die de afgelopen twintig jaar radicaal mondiaal werd, en waarin 'cross-overs' in alle denkbare vormen plaatsvinden. Op geen enkele manier lijk ik te worden begrensd: niet door een dwingende esthetiek, niet door een kunsthistorische lijn en al helemaal niet door een definitie. Alles is mogelijk.
Die onbegrensde mogelijkheden geven me een haast onvoorstelbare vrijheid, alles kan. Maar ik bezit niet het vermogen om ook daadwerkelijk alles te doen. Ik kan nooit alle werken maken die ik wil maken, ik kan nooit alle beelden zien die ik wil zien, ik kan nooit alle technieken leren die ik wil leren en ik kan nooit alle thema's bevatten die ik wil bevatten. Met andere woorden: ik ben gruwelijk gelimiteerd – en als het ware veroordeeld tot het maken van keuzes.
Maar als alles kan – hoe kom je dan tot een keuze? Soms lijkt het alsof niets onbetwijfelbaar is, behalve het twijfelen zelf. En daarin schuilt een probleem: want eeuwige twijfel maakt iedere vorm van creëren of spreken of actie überhaupt zo beladen, dat het gevaar op de loer ligt dat je in de kramp schiet – stilvalt – en alleen nog maar in staat bent om het denken van anderen te deconstrueren; zonder daar zelf ook maar iets tegenover te kunnen zetten. Enkel twijfel lijkt tot een onvruchtbare cirkelsituatie te leiden. Tot stilstand.
Iedere tekening die ik maak is misschien een vertekening, en ieder woord dat ik zeg is misschien een vergissing.
"Hey Ingrid. Ik heb heerlijk geslapen in je atelier. Kom je rond elf uur de sleutel ophalen? Dan kan ik weer en route".
Over precies zes dagen verhuis ik naar Antwerpen om daar filosofie te gaan studeren - en ik verlang ernaar omringd te zijn door Vlaamse woorden. 'En route' is met stip de mooiste Vlaamse woordconstructie die ik tot nu toe heb gehoord. En Route. 'T is overgenomen uit het Frans – en zonder daarin al te veel te willen overdrijven, ervaar ik 'En Route' als de oplossing voor de reële twijfel. 'En route', zoiets als: "Ik kan niets zeker weten en toch moet ik verder", of: “Ook al zou het zo zijn dat 'alles al eens gedaan is', dan mag ik daar beslist niet uit concluderen dat alles ook gezien en begrepen is. Daarom moet alles, altijd weer, op een nieuwe manier gedaan worden”. Dus en route. Je hebt geen kans, maar grijp 'm.
En dat is het moment waarop ik met een gepaneerde eend op een kruispunt in Shanghai sta. Dat is het moment waarop een badkuip met een open afvoerput zowel vol als leegstroomt, dat is het moment waarop ik dansers opsluit in beamers en waarop de woorden, de zinnen zich aan mij op lijken te dringen – en dat is ook dit moment waarop ik hier sta, en praat.
En nooit zeker kan weten of de woorden die ik nu zeg de 'juiste' woorden zijn, en of de werken die maak de 'goede' werken zijn. Daarvoor heb ik een buitenmenselijke maatstaf nodig en die lijkt anno 2013 te ontbreken.
Ik voel me ten volste bewust van de grenzen en de beperkingen van mijn eigen weten en kunnen, en toch wil ik verder, vanuit de – misschien naïeve – overtuiging dat, zelfs wanneer ik weet dat er geen Waarheid met grote W bestaat, ik toch ergens in moet geloven om verder te kunnen komen. En route.
Maar om verder te kunnen komen, moet er ook voortdurend bevraagd, geëxperimenteerd, uit de hengsels gelicht en misschien niet eens bevestigd, maar juist geconfronteerd worden. Het is daarom dat ik de afgelopen jaren nooit iets anders heb gedaan dan de 'juiste' vorm te zoeken bij mijn ideeën. Ieder idee genereert een andere uitdrukkingsvorm. Zodoende beweegt mijn werk van geluid naar performance, van tekeningen naar theater, van fotografie naar dans en van film naar installatie. Ik heb mij nooit willen beperken door mij vast te leggen in een vorm of stijl – dan wordt het een formule. Daaraan wil ik absoluut ontkomen. (In zekere zin natuurlijk ook erg consistent)
Met ieder creatie geef ik gestalte aan mijn vrijheid – en creëer ik een persoonlijk kader temidden van de complexiteit van de werkelijkheid. En ieder voltooid werk is noodgedwongen ontoereikend en confronteert mij met mijn eigen onvermogen om alles, alles wat ik wil, volledig adequaat uit te drukken. Daarom vraagt het, altijd weer opnieuw, om een volgend werk. Daarom ben ik genoopt om altijd maar door te gaan. De onmogelijkheid van volkomen realisatie vormt mijn motor.
Al met al, is dit dus nog steeds een verhaal over schommelen: Ik heb wel degelijk een verlangen naar waarachtigheid, naar betekenis en richting en tegelijkertijd ook twijfels omtrent de mogelijkheden daartoe. De verlangens zorgen ervoor dat de twijfels niet de overhand krijgen, en andersom. Het is schommelen bij uitstek: ik beweeg heen en weer, en ik wil graag in beweging blijven. Zelfs wanneer mijn lichaam stil is.