Ik voel mij zo onbelangrijk. Ongemist. En het is niet dat ik geen vrienden heb. Integendeel zelfs, ik heb er hele goeie. Maar wat is het dan wel? Ik ben zoals het zout op de patatten, zonder zijn die ook nog lekker. En soms hebt ge het niet eens door dat ge het er nog niet hebt opgedaan. Soms komt het zelfs niet eens op tafel te staan. Weet ge, ik zag onlangs een blik cola op de grond liggen in de winkel en zonder nadenken heb ik het opgeraapt en bij de rest gezet. En ‘t is pas nu bij het schrijven van deze tekst dat ik het besef: ik ben dat blikje. Ik val altijd wel door iets of iemand omver en dan word ik af en toe gedachteloos door iemand anders rechtop gezet. Daarna gaat die persoon ook gewoon weer verder met z’n leven. En uiteraard is dat oké; ik wil alleen maar dat iemand mij eens meepakt naar huis. Met bluts en al.

















