LEEF (1)
Het stond in blauwe stift op een witte kei geschreven, alsof hij nog maar net in het water was geworpen: LEEF. Maar dat was hij niet. Jaren zat de kei verstrengeld in de wortels van een uit de kluiten gewassen waterlelie. Tot ik hem in een vlaag van iets dat tussen opruimwoede en zinsverbijstering lag op het droge sleurde. Het kwam binnen als een waarschuwing, een boodschap, een opdracht.
Een leven in onze contreien ontvouwt zich volgens een gedetermineerd patroon. We worden geboren, we gaan naar school, we hopen werk te vinden dankzij datgene waarvoor we geleerd hebben. We zoeken een partner, we kopen een huis, we stichten een gezin. We doen aan zelfverrijking, we gaan met pensioen, we gaan dood. Zonder zich al te veel vragen te stellen kan een westerse mens een normaal en stabiel leven leiden.
Moeilijker begint het te worden als het leven overhoop wordt gehaald door onverwachte gebeurtenissen of als een mens zelf kiest om van dat patroon af te wijken. Wie geen diploma of stielkennis heeft, vindt wellicht moeilijker werk. Wie geen partner vindt, kan moeilijker een huis kopen of een gezin stichten. Wie ziek wordt, haalt misschien zijn pensioen niet. Tegelijkertijd biedt onze maatschappij ongelooflijk veel kansen. We kunnen veranderen van partner, we kunnen ons omscholen, we kunnen ons laten behandelen door experten die levens redden. Kortom: wie zich niet neerlegt bij een bepaalde situatie hoeft geen gedoemd bestaan te leiden. De maatschappij reikt ons hulpmiddelen aan om ons leven nieuw leven in te blazen.
Ikzelf deed dat grofweg al twee keer. Toen ik na mijn studies journalistiek aan de slag ging op mijn stageplaats deed ik vijf jaar een 9-to-5-job waar ik geen voldoening uithaalde. Ik verdiende geld met weinig werk, maar de verveling doodde mijn zingeving. Was dit het leven? Op het dieptepunt van mijn wanhoop besliste ik om mijn leven zelf in handen te nemen. Ik nam ontslag en vertrok naar de andere kant van de wereld, om los van mijn dagelijkse omgeving te ontdekken wie ik echt was en wat ik echt wilde doen. Het half jaar Nieuw-Zeeland werkte bevrijdend: ik besefte dat mijn hart bij mijn familie, lief en vrienden lag, dat de regio waar ik opgroeide mijn thuis was en dat ik reporter wilde worden. Mijn heldere inzichten en vastberadenheid legden mij geen windeieren. Kort na mijn terugkomst werkte ik al als verslaggever voor Het Laatste Nieuws, Radio 2 en VRT.
De job van regionale reporter heb ik acht jaar met veel passie en inzet gedaan. Tot ik vorig jaar, of misschien al eerder, voelde dat ik alles had gezien en meegemaakt. Jarenlang rukte ik dag en nacht uit naar ongevallen, branden en andere miserie. Mijn hele leven werd gedomineerd door mijn telefoon, sociale media en een vloed van meldingen. Elke dag begon en eindigde met menselijk leed. Ik had er genoeg van, zag me zo niet oud worden. Ik voelde mijn motivatie wegkwijnen en had geen ambities meer. Was dit het leven? Ik nam opnieuw ontslag.
Sindsdien is het chaos. De heldere kijk is verdwenen. Wat nu? Datgene waarvoor ik studeerde, wil ik niet meer doen. Maar ik heb wel een vrouw, een huis en een sociaal leven die ik wil behouden. Intussen hol ik het leven achterna. Alles volgt zich in sneltempo op: werkdagen, sociale verplichtingen, huiselijke klusjes, hobby’s en vrijetijdsbestedingen, een stroom aan informatie,...
Wat volgde, was een impasse. In de tuin keek ik naar onze vijver die er vuil bij lag. Als een gek begon ik hem op te ruimen. Alle drek eruit, alle planten eruit, tot de heleboel instortte en er een slagveld overbleef. Waar was ik mee bezig? Tussen de wortels van de pot met waterlelies die ik op het gras had gesleurd, zag ik hem: de witte steen, die er al jaren zat, met de blauwe letters. LEEF.












