gastcollege conceptontwikkeling
Het begin van elke periode op de Hogeschool Rotterdam wordt afgetrapt met een projectweek. Hierin worden wij ( de supergemotiveerde studenten ) extra getriggerd om in deze periode nog enthousiaster te gaan werken aan onze toekomst. Rond een uur of 2 verzamelden alle tweedejaars zich op de vijfde verdieping. Nadat de presentielijsten waren ingevuld en iedereen in de zaal een plek had gevonden begon het gastcollege.
Meneer Goor begon met een introductie van de eerste gastspreker. Jaap Toorenaar. De naam sprak bij hem duidelijk boekdelen maar ik kende hem eerlijk gezegd niet. Hij is dus een van de creatieve meesterbreinen van het reclamebureau ARA. Toen ik vervolgens hoorde dat hij,samen met zijn team verantwoordelijk is geweest voor de belangrijkste commercials in Nederland vond ik de man er al gelijk een stuk minder stoffig en oud uitzien. Hij begon zijn 'toespraak' met een paar voorbeelden van verschillende camopagnes waarin hij zelf heeft meegewerkt/bedacht. Hij deed dit niet om te laten zien hoe goed hij wel niet was maar vooral omdat hij bij deze campagnes goed het verhaal van de andere kant kon vertellen. Vervolgens zei hij dat hij het jammer vond dat hij de volgende campagne niet zelf heeft bedacht. Even Apeldoorn bellen. 'Grote ideeën zijn kleine ideeën'. De slogan die hierin wordt gebruikt zien je terug in elke reclame-uiting en het concept van de tv-spotjes kent iedereen. Ook is het beter om het bij 1 sterk idee te houden, zo voorkom je tegenstrijdigheden in het verdere proces. Wanneer er een campagne wordt gestart waarin men zich op twee verschillende doelgroepen wil richten is het belangrijk dat het concept= idee duidelijk is opgeschreven.
Vervolgens ging hij weer terug naar de denkbeeldige werkvloer en vertelde hij iets meer over veelvoorkomende fouten bij conceptontwikkeling. Het probleem dat bijna elke keer naar voren komt is dat het concept niet makkelijk is uit te leggen.Wanneer het idee niet binnen 3 a 4 zinnen is uit te leggen is het een slecht idee. Waarom? Als je jouw opdrachtgever niet binnen die tijd kan overtuigen van jouw idee gaat dat bij de consument al helemaal niet lukken. De consument verliest zijn aandacht voor jouw concept nog veel sneller in die zee van billboards en digitale beeldschermen om zich heen.
Na het gastcollege van Jaap Toorenaar was er de mogelijkheid om vragen te stellen. Het bleef angstvallig stil........
Na een korte rook-en lunchpauze kwam iedereen weer bij elkaar op de vijfde verdieping om naar de tweede spreker te luisteren. Michael Kouwenhoven. Ik vind dat de eerste spreker zijn verhaal veel mooier vertelde dan wat er op school tegen mij is verteld en daarom is Michael Kouwenhoven iets relevanter voor mij. Hij benadrukte in zijn college dat het belangrijk is om als communicatie-afdeling aanwezig te zijn bij de vergaderingen binnen een organisatie. Meestal worden de creatievelingen niet meegenomen in veel processen binnen het bedrijf is het is daarom belangrijk om aan de directie te bewijzen dat jij als communicatie-expert ook van waarde bent aan die vergadertafel. Ik vind het zelf erg jammer dat er vaak zo naar de communicatie-afdeling wordt gekeken maar aan de andere kant is dit wel een manier om te bewijzen wat voor meerwaarde je biedt voor een organisatie.
Als ik terugkijk naar de twee gastcolleges valt hij mij vooral op dat Jaap Toorenaar erg zijn best deed om het publiek te boeien met grapjes. Niet dat hij inhoudelijk niks te vertellen had maar met zijn ervaring als tekstschrijver en creatief directeur van het grootste reclamebureau van Nederland verwachtte ik wel meer diepgang in zijn presentatie. van Michael Kouwenhoven had ik op het eerste gezicht niet echt gedacht dat hij zijn verhaal op dezelfde manier zou doen. Hij kwam een stuk rustiger over en dat hielp ook bij zijn gastcollege. Hij had wat meer theorie om uit te leggen en zijn manier van uitleggen was er duidelijk. Hij ging met conceptontwikkeling het onderwerp in twee delen hakken en zo kon je de theorie makkelijk tot je nemen. Het eerste deel ging over de analyse van de vraag. Met welke doelstelling, hoofdboodschap en doelgroep. En als laatste een klant-analyse. Ik denk dat ik met het komende project conceptontwikkeling veel onderdelen kan gebruiken voor mijn groepsopdracht.
Er werden nog vragen gesteld uit het publiek en de slijmbalvragen van het jaar kwamen natuurlijk weer aan bod:
-hebben jullie ook stagaires?
-wat moet ik kunnen als mogelijk stagair?
-mag ik uw kaartje?






