Wat? Paralytic Child, Walking on All fours (from Muybridge) (1961) door Francis Bacon, Standing by the Rags (1988-1989) en Boy Smoking (1950-1951) door Lucian Freud, My Parents (1977) door David Hockney, The Murder of Rosa Luxemburg (1960) door R.B. Kitaj, The Bethrothal – Lessons – the Shipwreck, after ‘Mariage a la mode’ by Hogarth (1999) en War (2006) door Paula Rego, Painter and Model (2012) en My Mother with Shining Eyes (1983) door Celia Paul, Melanie and me Swimming (1978-1979) door Michael Andrews, Head of E.O.W. (1959-1960) en Small head of E.O.W. (1957-1958) door Frank Auerbach en West Indian Waitresses (ca. 1955), West Indian Porters (ca. 1955) door Eva Frankfurther en Prospect West of Necromancer (2019) door Lynette Yiadom-Boakye
Waar? Tentoonstelling London Calling in Kunstmuseum, Den Haag
Wat hebben de kunstenaars die Kunstmuseum Den Haag toont in de expositie London Calling gemeen? Een aantal van deze schilders maakte deel uit van de School of London. Dit was een informele beweging van naoorlogse twintigste-eeuwse kunstenaars die geïnteresseerd waren in figuratieve schilderkunst in een tijd dat abstractie, minimalisme en conceptuele kunst dominant waren. Terwijl New York centrum was van dit soort kunststromingen, was Londen de basis van kunstenaars die de figuratie trouw bleven, zij het ieder op een totaal eigen manier en in onderling totaal verschillende stijlen. Grote namen van de School of London zijn: David Hockney, Francis Bacon, Lucian Freud en R.B. Kitaj. Zij zijn in Den Haag prominent vertegenwoordigd. Maar er zijn ook kunstenaars te zien die niet tot de beweging kunnen worden gerekend, zoals de pas in 1977 geboren Lynette Yiadom-Boakye.
Wat hebben de hier getoonde kunstenaars dan met elkaar gemeen? In ieder geval waren ze allen, ook al werd een aantal van hen buiten Groot-Brittannië geboren, actief in Londen. Ook werkten ze allemaal op hun eigen wijze figuratief en stelden daarbij de mens centraal.
Deze tentoonstelling is voor mij deels een déjà vu. Van enkele van de geëxposeerde kunstenaars zag ik eerder grote overzichtstentoonstellingen: Hockney in de Fondation Louis Vuitton, Lucian Freud in de Royal Academy en de National Gallery en Lynette Yiadom-Boakye in Tate Britain. Daarnaast is er ook werk te zien van kunstenaars die ik minder goed of helemaal niet ken.
Francis Bacon (1909-1992) groeide op in Ierland en Engeland. Vanwege zijn ontluikende homoseksualiteit werd hij door zijn vader het huis uitgezet. Het werk van Bacon is verontrustend. De door hem afgebeelde mensen hebben vaak een rauwe, haast dierlijke uitstraling. De korte biografie in de zaal met zijn werk meldt: “Als geen ander weet Bacon, na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, de mens in de moderne tijd te verbeelden, met al zijn angsten, obsessies en kwetsbaarheid.” Ik zou het zelf niet beter kunnen beschrijven en laat het dus maar bij dit citaat.
Het Victoria and Albert Museum beschikt over een grote verzameling foto’s van Eadwaerd Muybridge, die bewegingen van mens en dier vastlegde in opeenvolgende fotoreeksen. Hij was degene die met zijn beelden bewees dat een paard in galop alle vier hoeven tegelijk van de grond tilt. Bacon had een atelier vlak bij het museum en werd door een vriend gewezen op de foto’s van Muybridge. Ze maakten diepe indruk op de kunstenaar. Op het schilderij Paralytic Child Walking on All Fours zien we een naakt lichaam tegen een donkere achtergrond. Er gaat een ongemakkelijke spanning van het werk uit. Bacon baseerde het schilderij op een foto van een kind met polio. Zonder deze context is niet zonder meer duidelijk dat het hier om een menselijke figuur gaat.
Lucian Freud (1922-2011), kleinzoon van de beroemde psychiater, werd geboren in Berlijn. Het gezin waartoe hij behoorde vluchtte in 1933 vanwege het nazisme naar Londen. Freud werkte vaak maandenlang aan een schilderij. Tijdens lange poseersessies observeerde hij zijn modellen, wat resulteerde in psychologisch geladen portretten, zoals Standing by the Rags.
Indrukwekkend door de nadrukkelijke nabijheid van het model is Boy Smoking. Het is een close-up uitgesneden portret van Charlie Lumley. Freud ontmoette de jongeman toen deze, samen met zijn broer, probeerde in te breken in Freuds studio. Er ontstond een hechte vriendschap tussen de twee en gedurende de jaren vijftig portretteerde de kunstenaar Charlie meerdere keren.
David Hockney (*1937) groeide op in het noorden van Engeland en studeerde aan het Royal College of Art in Londen. Vanaf het eind van de jaren zestig schilderde Hockney een reeks monumentale dubbelportretten. My Parents toont zijn moeder Laura die geduldig rechtop op een houten stoel zit, haar handen op haar schoot.
Vader Kenneth bladert in een boek. In het kastje tussen hen in ligt een boek over de achttiende-eeuwse Franse genreschilder Jean Siméon Chardin, bekend van zijn verstilde huiselijke voorstellingen. De spiegel reflecteert een ansichtkaart met de Doop van Christus door renaissanceschilder Piero della Francesca.
Ronald Brooks Kitaj werd, na een aantal omzwervingen, in 1959 aangenomen aan het Royal College of Arts, waar David Hockney een van zijn medestudenten was. Geschiedenis en literatuur waren voedingsbodems van Kitajs werk, waarin migratie en de joodse diaspora uitgroeiden tot belangrijke thema’s.
Rosa Luxemburg, een leidende figuur van de revolutionaire Spartacusbond (de latere Communistische Partij van Duitsland), werd op 15 januari 1919 in Berlijn vermoord. Na de mislukte Spartacusopstand werd ze gearresteerd door leden van het rechtse vrijkorps, paramilitaire eenheden die door de regering werden ingezet om revolutionaire bewegingen neer te slaan. Luxemburg werd tijdens het verhoor mishandeld en vervolgens doodgeschoten. Haar lichaam werd in het Landwehrkanaal geworpen. In The Murder of Rosa Luxemburg toont Kitaj niet de moord zelf, maar het moment waarop het lichaam in de rivier wordt gegooid. In de rechterbovenhoek van het schilderij heeft Kitaj een fragment opgenomen uit Paul Fröhlichs eerste biografie over Rosa Luxemburg: “… Rosa Luxemburg was led from the Hotel Eden by Lieutenant Vogel. Before the door a trooper named Runge was waiting with orders from Lieutenant Runge and Captain Horst von Pflugk-Hartung to strike her to the ground with the butt of his carbine. He smashed her skull with two blows and she was then lifted half-dead into a waiting car, and accompanied by Lieutenant Vogel and a number of other officers. One of them struck her on the head with the butt of his revolver, and Lieutenant Vogel killed her with a shot in the head at point-blank range. The car stopped at the Liechtenstein Bridge over the Landwehr Canal, and her corpse was then flung from the bridge into the water, from which it was not recovered until the following May.”
Paula Rego groeide op in Lissabon en werd op zestienjarige leeftijd naar Londen gestuurd om daar haar school af te maken. Ze studeerde aan de Slade School of Fine Art, waar Lucian Freud toen docent was.
Het drieluik The Bethrothal – Lessons – The Shipwreck, gebaseerd op Mariage A-la-Mode van William Hogarth, zag ik eerder in 2022 toen er hier in dit museum een tentoonstelling aan Rego was gewijd. Hogarth verbeeldt in zijn serie de rampzalige gevolgen van een op geld en status gebaseerd huwelijk. Rego’s interpretatie toont op het eerste paneel twee moeders die het huwelijk van hun kinderen bespreken. De bruidegom kruipt weg achter de rug van zijn moeder; de aanstaande bruid hangt verveeld in een stoel. Op het middenpaneel zien we moeder en dochter, starend naar hun spiegelbeeld. Op het rechterpaneel is de dochter volwassen. Haar echtgenoot ligt laveloos als een soort pietà over haar schoot. Ook War beschreef ik eerder in dit dagboek, nadat ik het gezien had op de tentoonstelling Capture the Moment in Tate Modern (7 augustus 2023): “War is gebaseerd op een krantenfoto van Irakese burgers na een bomaanslag. Rego was geschokt door een foto van een moeder die haar krijsende baby in de arm hield, met een klein meisje naast hen. Rego geeft de scène een vervreemdend effect door de slachtoffers maskerachtige konijnenkoppen te geven.”
Celia Paul werd geboren in India als dochter van twee missionarissen. Vanaf haar vijfde groeide ze op in Engeland. Ze studeerde aan de Slade school of Fine Art, waar Lucian Freud docent was. Ze kreeg een relatie met hem. Paul schilderde tegen een sobere achtergrond en met een beperkt pallet bijna uitsluitend haar moeder, haar zussen en zichzelf. Het zijn psychologisch sterke, verstilde portretten.
Michael Andrews was afkomstig uit Norwich. Hij studeerde aan de Slade School of Fine Art in Londen onder Lucian Freud. Op basis van een foto maakte hij een schilderij waarop hij zijn dochtertje laat drijven in een rotsachtig poeltje. Het schilderij lijkt mij een symbolische verbeelding van volwassen worden: nu helpt de vader zijn dochtertje nog om te drijven, spoedig zal ze zelf kunnen zwemmen en heeft ze hem niet meer nodig.
Frank Auerbach werd in Berlijn geboren en door zijn ouders (die later omkwamen in Auschwitz) naar Londen gestuurd om te ontsnappen aan het nazisme. Als jongeman kwam hij terecht in het pension van de pas weduwe geworden Stella West. Ze kregen een relatie en een jarenlange band als schilder en model begon. In titels van schilderijen wordt Stella aangeduid als ‘E.O.W.’.
Net als Frank Auerbach en Lucian Freud kwam ook Eva Frankfurther als jonge vluchteling uit nazi-Duitsland. In de avonden werkte Frankfurther als serveerster bij Lyons Corner House, een restaurant voor de werkende klasse. Overdag schilderde ze, onder meer haar collega-serveersters en arbeiders.
In het oeuvre van Lynette Yiadom-Boakye verschijnen zwarte mensen in meestal onbestemde ruimtes. Nadat ik in Londen verrast werd door een prachtige expositie van haar werk in Tate Britain, kom ik deze kunstenaar overal tegen. Vorig jaar zag ik werk van haar op de tentoonstelling van pan-Afrikaanse figuratieve schilderkunst in Bozar in Brussel. En nu dus als Londense kunstenaar hier in Den Haag, onder meer met een werk met de raadselachtige titel Prospect West of Necromancer.