Verzetsheld of landverrader?
13 juni ’17 | Anna van Lippe-Biesterfeld
Damokles, letterlijk vertaald uit het Grieks als “Roem van de mensen”, was in de Griekse mythologie een bediende van Dionysius, de tiran van Syracuse. Deze Damokles onthield Dionysius er vaak aan hoe jaloers iedereen op de tiran was. Dionysius bood daarom Damokles aan om zijn rol over te nemen en voor een tijdje heerser te zijn van het Syracusische volk. Damokles had het leven waarvan hij altijd al had gedroomd, totdat hij erachter kwam dat er al die tijd een zwaard, bungelend aan een paardenhaar, boven zijn hoofd hing. Dionysius had deze hier gehangen om Damokles een les te leren: de ideale persoon die te midden van voorspoed leeft, wordt voortdurend bedreigd door onvoorspelbaarheden.
De titel van het boek De donkere kamer van Damokles van Willem Fredrik Hermans is gelijk met het verhaal over de tragische held Damokles uit de Griekse Oudheid. Maar valt de tragische held uit deze titel te vergelijken met Henri Osewoudt, de ‘verzetsheld’ uit dit boek?
Henri Osewoudt is twaalf jaar oud wanneer hij verplicht bij zij oom en tante in Amsterdam moet intrekken, aangezien zijn moeder in een gekkenhuis is opgenomen en zijn vader ernstig ziek is. Al snel wordt aan hem duidelijk dat zijn moeder zijn eigen vader heeft vermoord. Hier begint het ellendige leven van de kleine Osewoudt, de jongen die “nooit een man zal worden”, volgens zijn tante. Henri wordt afgekeurd voor het leger door zijn te kleine en smalle postuur. Op dit moment had Osewoudt het gevoel dat zijn leven afgelopen was, ondanks dat de Tweede Wereldoorlog nog zou moeten beginnen. Dit gevoel had hij totdat er op gegeven moment een man in zijn sigarenwinkeltje verscheen.
Dorbeck was niet zomaar een man, hij was alsof Henri in een spiegel keek, maar dan had Dorbeck zwart haar en stevige baardgroei. Dorbeck was ondanks zijn kleine postuur wel aangenomen voor het leger en Henri keek erg naar hem op, net als Damokles zijn meester bewonderde. Dorbeck liet een foto rol achter Henri en vroeg of hij deze af kon drukken. Helaas mislukte het Henri om deze foto’s op fotopapier te zetten en de rol bleef zwart. Henri voelt zich een mislukkeling, en probeert op alle mogelijke manieren zijn probleem op te lossen. Maar toch bleef Dorbeck Henri om gunsten vragen en Henri voerde de opdrachten uit zonder enige tegenspraak. Hij moest onder andere onderdak bieden aan een vrouw genaamd Elly Meier, die beweerde dat zij een geheim agent van Engeland was. Om niet herkend te worden na een paar misdaden, zorgde Henri voor een andere identiteit. Hij verfde zijn haar zwart, precies dezelfde kleur als zijn grote voorbeeld Dorbeck.
Na nog een paar van Dorbecks gunsten uit te hebben gevoerd te hebben werd Henri opgepakt door de Duitsers, waar hij werd gemarteld en verhoord. Ondanks dit alles liet hij geen woord vrij over de verzetsgroep waar hij zich in bevond en werd na een paar dagen door onbekenden bevrijd van de Duitsers. Op dat moment werd hij weer herenigd met Dorbeck, zijn grote voorbeeld. Om dit moment vast te leggen maakte Henri met zijn camera een foto en legde hiermee het gevoel, dat hij voor de eerste keer in zijn leven ‘compleet’ was, vast. Dit gevoel bleef hem niet lang bij: dezelfde dag nog werd hij samen met zijn mede-verzetslieden opgepakt en het Joodse meisje waar Henri onlangs verliefd op was geworden, werd rechtstreeks naar een concentratiekamp gestuurd.
Henri’s tweede gevangenschap gaat hem een stuk beter af, aangezien de verhalen over de Joodse Miriam de Duitse officier Ebernuss erg inpakten. Toch twijfelde de hooggeplaatste Ebernuss aan de verhalen over Dorbeck en wilde hij het grote voorbeeld van Osewoudt graag ontmoeten. Wanneer zij een afspraak maakten om Dorbeck te ontmoeten, vertrouwde Dorbeck de situatie niet en beval Henri de officier te vergiftigen. Ze vluchtten beiden naar het al bevrijdde zuiden om onthaalt te worden door de feestvierende Nederlanders. Maar tot Henri’s grote verbazing stond de Nederlandse politie hun op te wachten. Dorbeck ontsnapte op het laatste moment en Henri werd hardhandig vastgezet en verhoord. De naam ‘Dorbeck’ was nergens in het verzet bekend, volgens de Nederlandse politie. Proberend zijn onschuld te bewijzen, drukte Osewoudt het portret af die hij had gemaakt met Dorbeck. Maar ook deze foto wilde niet verschijnen en Henri’s schuld werd niet ontkent. Terwijl Henri tot slot vol met droefenis en onwetendheid het gerechtsgebouw uit liep, werd hij in zijn rug geraakt door een kogel van een Nederlandse soldaat.
De kwestie die achterblijft is of Henri nu wel een verzetsheld is geweest of juist en landverrader. Door deze kwestie is Henri ten ondergegaan: hij wilde zo graag zijn voorbeeld nastreven, net als Damokles dit ook wilde, en ondanks al de onduidelijkheden over Dorbeck, zijn grote voorbeeld, bleef hij naïef en hebben de onvoorspelbaarheden hem overmeesterd. Henri Osewoudt wordt in het boek dus vergeleken met Damokles, één van de bekendste tragische helden uit de Griekse Oudheid en Henri is in alle opzichten gelijk met Damokles door zijn blind vertrouwen zijn voorbeeld na te streven.
De donkere kamer van Damokles heeft mij als lezerspubliek op een andere manier doen laten denken. Niet alleen omdat ik veel voorbeelden heb die ik zou willen nastreven, maar ook omdat ik erachter ben gekomen dat juist dit ook veel nadelen met zich meebrengt. Moet populair of bekend zijn wel mijn streven zijn? Of brengt dit juist veel onzekerheid en haat met zich mee? Hier ga ik na dit boek gelezen te hebben beter over nadenken en mijzelf meer in verdiepen.







