Een oude man staat voor het schap van de Albert Heijn. Aarzelend gaan zijn ogen van de producten in het schap naar zijn boodschappenlijstje. âSoepâ, staat er in een kriebelig handschrift op geschreven. Maar welke soep? Hij weet het niet meer. Tomaat? Kip? Groente? Zijn vrouw had het hem net nog verteld. âMoet ik het erbij schrijven?â, vroeg ze nog. Dat hoefde niet. Nu staat hij voor het schap en is hij het vergeten. De paniek slaat toe. Zenuwachtig kijkt hij om zich heen, hopend dat iemand hem kan vertellen welke soep hij moet nemen. Hij zou zijn vrouw kunnen bellen, bedenkt hij zich. Het mobiele telefoontje heeft hij meegenomen. Zijn vrouw zit thuis waarschijnlijk toch al naast de telefoon te wachten tot hij belt. Ondanks dat het voelt als een afgang haalt de oude man het telefoontje uit zijn jaszak. Met trillende vingers toetst hij het telefoonnummer in. Gelukkig, dat herinnert hij zich nog wel. Na twee keer overgaan wordt de telefoon opgenomen.
âDag lieverd,â klinkt het uit de telefoon.
âHoe weet je dat ik het ben?â vraagt de oude man achterdochtig.
âHet nummer stond op het schermpje.â
âOh. Die rare technologie ook. Ik begrijp er niets meer van. Het is toch gek, dat jij kan zien dat ik bel, terwijl ik hier staâŠâ moppert de oude man.
âTja. Waar bel je voor?â
âWeet je het niet meer?â
Maar hij weet het ineens niet meer. Waar belde hij ook al weer voor? Hij kijkt op het verkreukelde boodschappenlijstje in zijn hand.
âOja! Welke soep moet ik meenemen?â
âWeet je dat niet meer?â vraagt zijn vrouw voorzichtig, âik vroeg nog, moet ik het voor je opschrijven?â
âDoe maar tomatensoep.â
âTomatensoep,â herhaalt de oude man, âdankjewel,â fluistert hij.
âTot zo lieverd, doe voorzichtig. Ik hou van je.â
âIk hou ook van jou.â
Met nog klamme handen stopt hij de telefoon weer in zijn jaszak. Hij trilt niet meer, de stem van zijn vrouw maakt hem altijd rustig. Tomatensoep, zei ze. Hij laat zijn blik langs het schap glijden, totdat zijn oog valt op een pot. De inhoud is rood en hij leest âtomaatâ op het etiket. Opgelucht pakt hij het uit het schap en doet het in zijn mandje. Tevreden loopt hij naar de kassa, op weg naar zijn vrouw, de pot tomatensaus als trofee in zijn mandje.