Jazz en klassiek op één podium, het is onderhand een beproefd recept. Op 21 januari ontmoeten beide stijlen elkaar opnieuw op het podium van de Miry Concertzaal om er het nieuwe jaar eendrachtig in te zetten. De jonge klassieke pianiste Yanna Penson en jazztrio De Beren Gieren (met frontman Fulco Ottervanger) gaan de dialoog aan en daarbij kan een goed gespreksonderwerp vanzelfsprekend niet ontbreken: Claude Debussy. De peetvader van het impressionisme liet zich in met ragtime en had op zijn beurt een grote invloed op pioniers als Django Rheinhardt. Régis Dragonetti had een gesprek met hen.
RD Yanna en Fulco, in de inleiding van dit gesprek ga ik beweren dat jazz en klassiek goed samengaan. Maar hebben jullie überhaupt iets met elkaars muzikale wereld?
YP Absoluut. Al van kindsbeen af hoorde ik mijn vader aan het klavier bezig. Hij speelde vooral barokmuziek maar in het geheim waagde hij zich ook aan jazz. Ik stond dan achter de deur te luisteren. Vaak ook legde hij platen op van Art Tatum en Oscar Peterson. Toen ik wat ouder was nam hij me mee naar concerten. Optredens van Philip Catherine en Richard Galliano staan me nog levendig voor ogen en oren.
FO Bij mij is het een gelijkaardig verhaal. Een van mijn vroegste aanrakingen met muziek verliep via mijn moeder die amateurpianiste is. Ik heb trouwens vanaf mijn zevende cello gespeeld. Op piano speel ik ook vandaag nu en dan nog iets klassieks. Nou ja. Laat ons zeggen, 0,8 stukken per jaar.
YP Jazz kan een frisse impuls geven aan je spel. klassieke muzikanten zijn vaak erg aan partituren gebonden. Te veel misschien. Binnenskamers durf ik wel eens improviseren, al moet ik zeggen dat ik het in de Miry Concertzaal graag aan De Beren Gieren overlaat.
RD De avond zal draaien rond de muziek van Claude Debussy. Wat heeft hij dat een ander niet heeft?
FO Je zou het misschien niet vermoeden maar ik ben tamelijk weg van de Belle Epoque, Debussy’s tijdperk zeg maar. Ik heb me daar ooit wat over ingelezen en de liefde is nog steeds niet bekoeld. Als ik nu een huis zie staan van pakweg 1898 dan doet me dat iets. Vroeger had ik dat alleen met de Sixties.
YP Debussy is uiteraard een icoon in de klassieke muziek. Maar ik moet toegeven dat ik me voor dit project nog nooit in zijn werk verdiept had. Het is vooral de veelzijdigheid van zijn oeuvre die me verrast. Naarmate hij ouder wordt, neemt bijvoorbeeld de abstractie toe. Denk maar aan de preludes. Toch blijft hij erg toegankelijk. Hij is een vernieuwer maar vanuit de traditie. Bach, Liszt en Chopin zijn geen loze namen voor hem.
FO Debussy’s muziek komt me inderdaad heel romantisch over maar is tegelijkertijd volslagen eigengereid. Je herkent ze meteen. Wat me aanspreekt is dat hij resoluut voor sfeer gaat. Hij is best een viby dude. Zijn gebruik van pentatoniek (eenvoudige modus nvdr) of gewoon eens lekker alle tijd nemen om stil te staan op zoiets simpels als een dominantakkoord. Heerlijk. Met De Beren zoeken we het ook vaak in die richting.
YP Wel ja, ik merk dat jazzmuzikanten veel vertrouwen hebben in ‘het moment’. Ze maken natuurlijk wel afspraken maar het moet spontaan blijven. Dat gevoel heb ik ook als ik Debussy speel. Vaak bestaat een stuk uit één beeld, één storm, één mindset… Onder het oefenen merkte ik dat de muziek iets ontbrak. Nochtans speelde ik alle noten. Pas in een concertsituatie ontdekte ik een manier om het stuk echt neer te zetten. Het had dat ‘moment’ nodig. In dit geval moest ik de zaak niet overinterpreteren, toch niet zoals ik dat met zeg maar een Beethovensonate zou gedaan hebben.
RD Hoe zal het concert er concreet uitzien?
YP Ik heb het integrale pianowerk van Debussy doorploegd en daar een selectie uit gemaakt. Daarbij heb ik geprobeerd zoveel mogelijk verschillende facetten van zijn toonkunst aan bod te laten komen, zowel uit het vroege als late werk. Ik denk dat de jazzers daar wel iets mee aan kunnen.
FO Waarvoor dank, Yanna. We hebben voor de gelegenheid inderdaad heel wat nieuwe muziek geschreven. Sowieso is Debussy een componist die bij mij lichtjes doet branden. Zijn muziek is heel open. Een motief wordt vertraagd of versneld, een thema krijgt een compleet nieuwe harmonie. Het is geen courante associatie maar op een of andere manier doet zijn muzikale taal soms erg kubistisch aan, alsof hij in alle vrijheid met blokken aan de slag gaat. Nu eens scherp afgelijnd, dan weer vager. Zoiets.
RD Jullie zijn beiden afgestudeerd aan het Gentse conservatorium, zij het respectievelijk als jazzpianist en klassieke muzikante. Was er genoeg ruimte om over de grenzen van het eigen genre te kijken?
FO Sja, dat deed Debussy eigenlijk ook hé, over de grenzen kijken. Hij was een kosmopoliet. Het is dankzij zijn openheid ten aanzien van andere dingen dat hij zozeer als zichzelf is gaan klinken, of het nu om jazz om Japanse muziek gaat. Weet je, er kan altijd een grotere inspanning worden gedaan maar uiteindelijk ligt het toch vooral aan jezelf. Niet alles moet met de paplepel naar binnen geduwd worden.
YP Ik heb zelf het keuzevak ‘Improvisatie’ gevolgd. Dat was geweldig interessant. Ik heb er geleerd dat je improvisatie eigenlijk niet kan leren. Je moet vooral veel luisteren, een eigen weg vinden. Misschien kan dat zelfs wat vroeger in de opleiding aan bod komen.
RD Goed, we nemen het mee. Alleszins bedankt voor
het gesprek.
FO Dub’Assy zul je bedoelen.
De Beren Gieren & Yanna Penson, op 21 januari om 20:00 in de MIRY Concertzaal